|
||||||||||||||
Zeeforeltrip 2010Door Marco Brookman Zaterdag 17-04-2010 Na het overwinnen van wat problemen op mijn werk (kan ik verlof krijgen en zo ja, wanneer, hoelang?) was het op zaterdag 17 april dan eindelijk toch zover. Ik had met Strikkie afgesproken dat ik hem tussen 08.30 en 09.00 uur zou ophalen in Oldenzaal, waar ik sowieso toch al langs moest op weg naar Denemarken. Wekker gezet op half zeven en uiteraard van de spanning slecht geslapen. Onrustig draaien en keren in je bed en wachten tot de wekker afloopt. Vervolgens toch maar weer eens op je horloge kijken. En jawel hoor, het is inmiddels zeven uur en je bent te laat, terwijl je niet eens sliep. Mijn lieve eega had de wekker per ongeluk op half acht ingesteld (altijd fijn als je een ander de schuld kunt geven) waardoor de irritante pieptoon geen kans had gekregen om mij weer eens flink te ergeren.
Op weg naar een plek op aarde waar ik me niet zal ergeren. Iets later dan gepland reed ik door een behoorlijke dichte mist richting Oldenzaal om vervolgens bij Utrecht in een file te belanden. ’s Morgens om acht uur op zaterdagochtend… Niet te geloven toch? Oorzaak: een brandende vrachtauto. Lekker groot, dus ze branden ook lekker lang. Ik dacht nog: geen goed begin van de week. Na een rit waarbij ik meer snelheidsovertredingen maak dan ik normaliter in 5 jaar maak, kom ik iets later dan gepland bij Strikkie aan en uiteindelijk komen we na een rustige rit, met slechts een klein beetje vertraging onderweg, bij ons onderkomen voor de komende week. Eerst de auto uitladen en het is verbazingwekkend wat je denkt allemaal nodig te hebben voor een weekje zeeforelvissen. Wat een geweldige klerezooi. Onze gedachten gingen uit naar een vliegviscollega waar we van vonden dat hij zijn vrouwelijke kant iets te veel toonde als het ging om de hoeveelheid bagage, maar wij rukten met stip op naar een goede tweede plaats.
Verbazingwekkend wat je denkt allemaal nodig te hebben voor een weekje zeeforelvissen... ’s Avonds nasi goreng á la Strik en vol verwachting snode plannen smeden voor de volgende dag. Zondag 18-04-2010: De keuze was gemaakt; we zouden naar het fjord gaan. Volgens Jesper, de eigenaar van Fish & Outdoor, die de voorgaande avond nog even langs was geweest maar gevlucht toen hij de trasi had geroken die door de nasi goreng ging (waarschijnlijk was hij bang dat we hem voor het eten zouden uitnodigen), was de temperatuur van het zeewater nog te laag en hadden we de beste kansen in de fjorden omdat de watertemperatuur daar een graad of twee/drie hoger was. Na een uurtje kreeg ik de eerste aanbeet op mijn EP-shrimp en een mooie 40-er kon worden geland. Een foto? Nee, dat was niet nodig want er zouden ongetwijfeld nog vele mooie vissen volgen. Dat vele viel achteraf dus behoorlijk tegen. De rest van de dag gebeurde er dan ook helemaal niets meer; geen aanbeet, laat staan vis. Het water leek ook wel helemaal dood. Je zag geen prooivis, geen garnalen. Helemaal niets! Om een uur of vijf besloten we om maar eens wat te gaan eten en chef-kok Chris warmde de overgebleven nasi goreng op en bakte daar een eitje bij, hetgeen het totaal een hoog Wieteke van Dort (geef mij maar nasi goreng met een gebakken ei) gehalte gaf. Ook de avond bracht geen succes dus moest het dan de volgende dag maar gaan gebeuren.
Chef-kok Chris warmde de overgebleven nasi goreng op en bakte daar een eitje bij... Maandag 19-04-2010 ’s Morgens brachten we eerst een bezoekje aan de winkel van Jesper, kochten daar nog wat spullen die we ongetwijfeld níet nodig hadden, dronken nog een kop koffie en wisselden de laatste nieuwtjes uit. Toen ging mijn telefoon. Mijn vrouw belde om een heel slecht bericht door te geven. Mijn zwager bleek terminaal ziek en was plotseling opgenomen in het ziekenhuis hetgeen voor mij een behoorlijke domper op deze dag gaf. Ondanks het slechte bericht besloten we uiteraard toch te gaan vissen want het leven gaat ondanks alles gewoon door en ik probeerde het zo goed en zo kwaad van mij af te zetten. De stekkeuze viel op Vejlbyskov. Na vele worpen met de vliegenhengel besloot Chris ‘s avonds over te stappen op de sbirulino. Dit omdat we de indruk hadden dat, als er al vis aanwezig was, deze zich ver van de kant bevond. En ik ging voor het eerst van mijn leven vreemd met de spinhengel voorzien van een lepel (Jelle, ik zal nooit meer Spoonfever.com roepen).
Nooit meer SpoonFever.com... Chris kreeg eerst drie (zeer kleine) volgers. De vierde besloot op het laatste moment zijn vlieg toch maar te pakken maar schoot helaas los. Dit was voor mij het sein om mijn hengel om te bouwen en ook met een sbirulino te gaan vissen, maar verder dan een heel klein volgertje kwam het niet. Visloos keerden we terug naar het huisje waar we aan de macaroni gingen en hoopten op betere tijden. Dinsdag 20-04-2010 ’s Morgens was het koud. Na de ervaring van gisteren besloten we toch maar weer Jesper zijn goede raad op te volgen en gingen we terug naar het fjord. Onderweg gaf de temperatuurmeter van mijn auto 4 graden aan wat niet echt bijdroeg tot de feestvreugde. Bij het fjord aangekomen maakten we de hengels klaar en op het moment dat we wilden beginnen met vissen begon het te sneeuwen. Niet zo’n lullig buitje maar gewoon een echte sneeuwbui. En hoewel de temperatuur inmiddels gezakt was tot 2 graden begonnen we toch maar met vissen. Na een uurtje van afzien en bikkelen stonden we op de kant elkaar aan te kijken en vroegen we onszelf af wat hier ook al weer leuk aan was.
... en vroegen we onszelf af wat hier ook al weer leuk aan was Om de moed er in te houden stelde ik voor om het volgend jaar een zeeforeltrip op Hawaï te houden. Daar zouden we per slot van rekening net zo weinig zeeforel vangen maar was het weer een stuk aangenamer (om maar niet te spreken van de rieten rokjes met daarbij behorende inhoud wat ook tot leuke fantasieën zou leiden). Inmiddels begonnen mijn ledematen een geheel eigen leven te leiden en hadden voor mijn gevoel, voor zover ik dat nog bezat, helemaal niets meer met de rest van mijn lichaam te maken. We keken elkaar nog eens vertwijfeld aan en nadat ik aan Chris had gemeld dat het nu toch verdomd veel op werken begon te lijken en dat dit geen weer was voor een ouwe Indo, besloten we om er maar de brui aan te geven en terug te keren naar ons warme onderkomen.
Dik drama. Terug in ons huisje bond Chris nog een paar vliegen en bleef mijn penisverlenging, zoals sommige, volgens mij jaloerse vismaten, mijn blauwe design Abel-vice noemen, ongebruikt staan omdat ik op de bank in slaap was gevallen. Bij aankomst had Wimsema nog even gebeld met de quasi onschuldige vraag hoe het weer was in Denemarken, om vervolgens in een enorme lachstuip uit te barsten en tussen de lachbuien door te melden hoe erg hij dit wel niet voor ons vond. Jelle en hij waren door Jesper geïnformeerd dat het k*tweer was in Denemarken en hij kon het niet laten om het ons even flink in te wrijven. ‘Flyfever-punt-com-humor’ op z’n best.
En die nieuwe vliegenstok was mooi om op de plaat te zetten.... maar de achterliggende spinstok bracht redding. Woensdag 21-04-2010 Het weer was een stuk beter, zij het dat de temperatuur nog best laag te noemen was. We gingen weer terug naar het fjord. Eerst nog even wat boodschappen doen en dan weer vissen. In de auto zeg ik tegen Chris dat ik het wel lachen zou vinden als we in het fjord Peter S. tegen zouden komen. Peter staat bij ons niet echt bekend als een liefhebber van het fjord en het zou toch van wanhoop en een desperate gemoedsrust getuigen als we hem daar zouden tegenkomen. Daar aangekomen komen we in eerste instantie een aantal mannen tegen van een vliegvisclub (de Kunstvlieg?) die we ook al in Jesper zijn winkeltje hadden gezien. Ook zij hadden tot op heden niet echt heel veel succes gehad. We reden vervolgens een stukje door en tuigden de hengels op. Bij het water aangekomen zien we twee mensen op de stenen zitten en jawel hoor: Peter S. samen met zijn vrouw. Lachen dus… Ook Peter was tot dusver niet heel erg succesvol geweest. Maar altijd leuk om elkaar weer aan het water tegen te komen. Over het vissen kan ik kort zijn. Volkomen waardeloos. Chris ving aan de sbirulino een zeeforel die de 20 cm misschien nog net haalde. Ditmaal uiteraard wel meteen een foto maken, waar nog net geen macrolens voor nodig was, maar je wist maar nooit of er nog iets gevangen zou worden.
Altijd weer leuk om elkaar tegen te komen langs de waterkant...
... en er kwam een mini-forelletje uit het water. ’s Avonds keken Chris en ik elkaar om een uur of tien slaperig aan en hoopten beiden dat Bert V., die zich deze avond bij ons zou voegen, gauw zou komen zodat we naar bed konden want we waren behoorlijk opgebrand en zaten erbij als een weggewaaid tramhuisje. Om kwart voor elf kwam Bert met bier en Chinese maaltijden en ondanks ons voornemen om vroeg naar bed te gaan werd het 3 uur en was het bar gezellig. Donderdag 22-04-2010 We besloten om naar Helnaes te gaan, een werkelijk schitterende stek. We bevisten het strandgedeelte. Op de parkeerplaats zag ik een voor mij bekende auto. Het was het terreinwagentje van Edward, de eigenaar van de Koppang camping in Noorwegen. Ook hij was hier aan het vissen met een aantal vismaten en ook zij hadden nog niet echt veel gevangen waaruit bleek dat het deze week echt een hele taaie visserij was. Met de afspraak dat hij komende zomer een mooie stek voor mij wist aan de Glomma namen we afscheid en gingen vissen. Na een tijdje zonder enig succes met de vliegenhengel te hebben gevist, besloten we te verkassen naar Wedellsborg Hoved. Wellicht dat de hoge kust ons daar uit de wind zou houden. Maar ook hier wisten we geen enkele zeeforel tot bijten te verleiden. Vervolgens maar weer verkassen naar Vejlbyskov.
Terug naar Vejlbyskov. Daar aangekomen stond er slechts één enkele auto en dachten we dat we het rijk alleen zouden hebben. Het liep even anders. Het bleek dat half Twente zich daar in de huisjes aan het strand had verzameld, want bij het strand aangekomen bleek dat er een 8-tal tukkers van Bert zijn vereniging stond te vissen. Eén van hen had een mooie grote zeeforel verschalkt die ons glazig aankeek vanaf een omgevallen boom (de zeeforel, niet de Tukker). Daarnaast had hij ook nog een kleine zeeforel gevangen wat ons toch een beetje hoopvol stemde. Omdat ik met de vliegenhengel geen vis wist te verlokken besloot ik ook maar weer met de sbirulino te gaan vissen. Mijn eerste worp was ver, enorm ver. Zover had ik eigenlijk nog nooit geworpen. Bleek dat mijn lijn gebroken was en in de verte zag ik het spul in het water verdwijnen. Omdat ik het te koud had om met mijn stijve vingertjes het spul opnieuw op te tuigen pakte ik zonder veel vertrouwen de vliegenhengel maar weer. Jelle schreef het al eens op zijn site: “Blanken zet je aan het denken”, en mijn zelfvertrouwen begon zo langzamerhand tot een dieptepunt te dalen. Deed ik dan toch iets verkeerd? Gebruikte ik de verkeerde vlieg? Allerlei negatieve gedachten maakten zich zo langzamerhand van mij meester. Ik maakte een aantal worpen om vervolgens tegen Chris te zeggen dat ik het zo voor gezien hield. Ik had het dermate koud en was zo moe dat ik mijn vliegenlijn niet meer fatsoenlijk op het water kreeg. Ik besloot nog één worp te maken en haakte tot mijn eigen verbazing iets. Volgens mij een kleintje want ik kon zo een vijftal meters binnenstrippen. Tot ik plotseling een behoorlijke weerstand voelde. Ik dacht in eerste instantie dat het forelletje zich in het wier vast had gezwommen. Plotseling ging de hengel helmaal krom en de vis nam een behoorlijke run waarna ik snel de losse lijn op mijn vliegenreel draaide om de vis op de reel uit te drillen. Uiteindelijk bleek het om een mooie zeeforel van 57 cm te gaan. Een plaat van een vis. Bert verleende ondersteuning met de landing, Chris nam foto’s, gaf aanwijzingen en de kou was helemaal vergeten. Kortom, voor mij een prachtige afsluiting van een visloze periode.
Plaatje van een vis. ’s Avond veel napraten, bellen met Jelle en Jesper en uiteraard vol goede moed naar de volgende dag toeleven. En helemaal terecht, want de volgende dag zou er eentje worden met een gouden randje. Vrijdag 23-04-2010 Met z’n drieën weer naar het fjord. We besloten om de vliegenhengel maar even ongebruikt te laten en de sbirulino te nemen. Chris liep het water in en jawel, met zijn eerste worp een zeeforel van zo’n 35 cm. Vrij naar Ian Fleming, de bedenker van James Bond: “The man with the golden dick”! Maar ook Bert en ik lieten ons niet onbetuigd want korte tijd later zaten ook wij in de vis.
“The man with the golden dick” We maakten er weer eens een “dagje uit met de stichting” van, want uiteraard moest er na een periode van veel vis vangen weer gegeten worden. De barbecue ging aan en er werden gehaktballen gemaakt. Dit was het sein voor het Egbert, een vismaatje van Chris en Bert, om te verschijnen. Het had er alle schijn van dat er in Twente een soort volksverhuizing op gang was gekomen en dat men zich had voorgenomen om zich in Denemarken te gaan vestigen. Na veel uren en veel bellen had hij ons eindelijk gevonden en was net op tijd voor de laatste gehaktballen. Hij had ze waarschijnlijk geroken. Daarna was het weer vissen geblazen. Chris liep het water in, deed zijn eerste worp en verdomd; hij had het weer voor elkaar: vis op de eerste worp. Niet te geloven.
Enigszins ongeconcentreerd werp ik mijn sbirulino om hem onverrichter zaken weer binnen te halen. Ik open de beugel van de molen en breng de hengel naar achteren om mijn volgende worp in te zetten. Gloeiende, gloeiende ***! Mijn Pattegrissen loopt vast in het wier voor mijn voeten. Vloekend probeer ik de zooi los te trekken om vervolgens te constateren dat er iets beweegt aan het eind van mijn lijn. Snel sluit ik de beugel van de molen en denk: “Verrek, er zit een vis aan.” Vertwijfeld kijk ik naar Chris en roep dat het volgens mij ook nog een aardige zeeforel is. Chris komt meteen om foto’s te maken en assistentie te verlenen met een schepnet. Uiteindelijk bleek ik per ongeluk op nauwelijks 80 cm voor mij een zeeforel van 55 cm te hebben gehaakt. Een mooie vis die echter wel een behoorlijke wond bij zijn staart had. Maar verder dik en gezond.
Uiteindelijk bleek het om een mooie zeeforel van 57 cm te gaan. Een plaat van een vis. De rest van de tijd die ons nog restte heb ik de andere mannen verteld dat ik ze nog wel een keer zou leren hoe je op zeeforel moet verticalen want dit was uiteraard nog niet zo eenvoudig. Je moest hiervoor natuurlijk wel over een uitzonderlijk goede techniek beschikken, ontzettend goed kunnen vissen en meer van die onzin. En natuurlijk kon ik het ook niet nalaten om te zeggen dat ik het leuk vond voor hun dat zij ook nog wat kleine visjes hadden gehaakt. Kortom, het “zuigen” was begonnen. En hoewel ik mij eigenlijk moest doodschamen, gezien de wijze waarop ik deze vis had gevangen, kreeg ik natuurlijk ook weer praatjes voor tien! Aan het einde van de dag bleek dat we met ons drieën 21 zeeforellen hadden geland; om nog maar niet te spreken van de vissen die we hadden gelost. Al met al hadden het er ruim 30 kunnen zijn, met als hoogtepunt mijn “uitzettertje” van 55 cm en een double hook-up van Bert. Hij vond het blijkbaar nodig om zijn aantallen wat op te krikken en op deze wijze ging dat sneller... de uitslover. ’s Avonds was de stemming opperbest, hadden we allemaal weer praatjes en keken we uit naar onze, helaas alweer laatste visdag. Zaterdag 24-04-2010 Zonder ook maar iets van te voren af te spreken reden we automatisch naar het fjord. Hoe kon het ook anders na de schitterende voorgaande dag. Het weer was voor het eerst deze week mooi. De zon scheen en er stond een zacht briesje. Over het vissen kan ik kort zijn. Chris 1, Bert 1, ik 2 en Egbert bleef helaas met een paar losschieters zitten. Niet het spektakel van de vorige dag, maar desondanks een prachtige laatste dag met een schitterende zonsondergang. Kortom, een hele mooie afsluiting van een taaie, maar toch ook een enorm leerzame week.
OK einde van de week. Zondag 25-04-2010 Je kent het wel. De auto laden, huisje kuisen en naar huis rijden. Na een behoorlijke file bij de Elbetunnel bij Hamburg komen we rond een uur of zeven bij Chris zijn huis aan en drinken nog wat. Vervolgens met helaas weer een aantal files terug naar Gouda om daar aangekomen mijn verhaal in geuren en kleuren aan mijn lieve vrouw te vertellen die het uiteraard weer allemaal geduldig aanhoort. Ik zie haar bijna denken: “Gelukkig gaat ie maar één keer per jaar.” - terug -
|
Indien je hier een link wilt, mail ons. |
|||||||||||||