|
Useless’ Thoughts: HOEVEEL ZEGT U?!
door Useless
Denemarken September 2011
Om half tien was de afspraak. Ik liep vanaf het parkeerterrein naar het gemeentekantoor waar het UWV gehuisvest is. Wanneer je werkloos bent geworden of, zoals in mijn geval gaat worden, word je geacht je tijdig aan te melden voor een uitkering en ben je ook verplicht om op te komen draven wanneer de uitkeringsinstantie een voorlichting geeft.
Gek genoeg krijg ik een beetje gevoel van schaamte. Het slaat uiteraard nergens op, want per slot van rekening kies je niet voor het verliezen van je baan, maar overkomt je dit gewoon. Terwijl ik naar het gemeentekantoor loop zie ik nog een aantal lotgenoten dezelfde weg bewandelen en allen hebben, net als ik, een stapeltje verplichte documenten in hun handen. “Welkom in de club van de ‘loosers’”, denk ik, terwijl ik het gebouw binnen loop.
Hoe het allemaal verliep zal ik jullie besparen, maar na een aantal verbale aanvaringen liep ik anderhalf uur later pisnijdig terug naar mijn auto en dacht: “Krijg allemaal maar de kolere”, nu wist ik het zeker! “Morgen halen we de caravan uit de stalling, overmorgen gaan we nog een dagje van onze prachtige kleindochter genieten en zaterdag gaan we gewoon weer een weekje naar Denemarken!” En zo geschiede!
Zaterdag 3 september vertrokken we. We hadden ons voorgenomen om niet al te laat te vertrekken, zo rond 07.00 uur, zodat we een eventuele file bij de Elbetunnel voor konden zijn. Traditiegetrouw lukte het natuurlijk weer niet om op het afgesproken tijdstip te vertrekken, want je ligt nog zo lekker in je warme bedje en 06.00 uur wakker worden is toch wel vroeg en na het eerste kopje koffie neem je toch nog maar een tweede en ook nog een derde. Enfin, een uurtje later dan gepland gingen we dan toch op weg.
De reis verliep voorspoedig en het was voor Duitse begrippen best rustig op de weg zodat we flink door konden kachelen. En er stond zowaar geen file bij de Elbetunnel, zo wist de verkeersinformatiedienst ons te melden. Nee, inderdaad niet bij de Elbetunnel, maar op zo’n 40 kilometer vóór de Elbetunnel was er vanwege een Baustelle nu toch een file ontstaan van ruim 20 kilometer. Hoeveel zegt u? Ruim 20 KILOMETER!
Een paar uur later konden we eindelijk weer doorrijden en toen we de Elbetunnel door waren zagen we aan de overkant van de weg de onfortuinlijke automobilisten staan die het nog slechter getroffen hadden dan wij, want zij stonden in een file van ruim 25 kilometer. Hoeveel zegt u? Ruim 25 KILOMETER!
Het kon dus altijd nog erger en vrolijk zwaaiend reden we hen dan ook voorbij terwijl we gezellig liedjes zongen, zo van: “En ze zijn nog lang niet thuis, nog lange niet, nog lange niet…”
Een paar uur later dan gepland kwamen we aan op camping Båringskov en omdat de plek waar we graag wilden staan nog niet vrij was, overnachtten we op een ander plekje om vervolgens de volgende dag te verhuizen naar een mooie kampeerplaats met uitzicht op zee.

Met een prachtig uitzicht op de zee.
’s Avonds moest er natuurlijk gevist worden. Het was de hele dag prachtig weer geweest en er stond geen zuchtje wind. Ik bracht het niet verder dan een klein nazwemmertje en na een klein uurtje hield ik het dan ook voor gezien, want veel vertrouwen had ik er niet in.
De volgende dag besloot ik om mijn vrouw en bulterriër Useless eens wat visstekken te laten zien. Meerdere keren per jaar moeten ze geduldig mijn verhalen aanhoren; beiden doen ze dat liefdevol en beiden snappen er volgens mij geen barst van wat mij bezielt om me hier steeds weer aan over te geven. En dus het leek me leuk om hen eens te laten zien waar ik mij zoal begeef tijdens de jacht op zeeforel.
Voor de zekerheid gingen mijn visspullen mee, want je weet het maar nooit. Ik heb hen de visstekken op Helnaes laten zien, Vejlbyskov, Gals Klint en zo nog een paar, maar tot vissen kwam het niet.
Op Helnaes moest je overigens goed opletten waar je je voeten neerzette, want het stikte er van de kleine padden. Werkelijk duizenden padjes zag je overal en nergens rondspringen en het lopen leek daardoor meer op een Haagse kakkietrap-wandeling in de binnenstad dan een mooie wandeling in de vrije natuur.

De schitterende toegangsweg naar het schiereiland Helnaes.

Opletten voor overstekende padjes.

De palingfuiken hangen te drogen.
Het weer was inmiddels ook flink aan het omslaan. Er viel inmiddels met enige regelmaat een bui en de wind begon ook flink aan te trekken. ’s Avonds heb ik nog twee uurtjes gevist bij de camping, maar zonder enig succes.
Op dinsdag werden we wakker door het geloei van de wind en het lawaai van vallende eikels op de caravan. Ik weet nog dat ik er aan dacht dat je niet in een boom hoefde te hangen om een eikel te zijn, maar met zulk weer op een camping in een caravan zitten benaderde het toch ook wel een beetje. En al dit geweld ging gepaard met enorme hoosbuien.
In een mum van tijd was de camping omgetoverd tot één grote modderpoel waar een kudde varkens van zou gaan kwijlen van plezier en we besloten dan ook om deze dag maar aan ons voorbij te laten gaan en te hopen op betere tijden. Het was gewoon zo’n dag voor een goed boek; in mijn geval de nieuwe Karen Slaughter.
En verder werden we prima vermaakt door onze Duitse overburen. Zij waren al ruim twee dagen bezig om hun tv aan de praat te krijgen wat bij ons wat déjà vu-gevoelens naar boven bracht. Ze hadden een klein satellietschoteltje die met een pen in de grond geslagen moest worden. Meneer stond buiten de schotel te richten en mevrouw hield in de caravan het beeldscherm in de gaten.
Zodra er ontvangst was dan werd er hard uit de caravan geroepen: “Gut, Gut, Gut…” En zodra de beste man de schotel met een paar ferme klappen van zijn hamer in de grond verankerde werd het “Gut, Gut, Gut” vervangen door: “Blau, Blau, Blau”, hetgeen blijkbaar aangaf dat de ontvangst verdwenen was en het beeldscherm blauw werd. Dit tafereel heeft zich ruim twee dagen voorgedaan en vanuit vrijwel iedere caravan kon je na verloop van tijd Gut, gut, gut en Blau, Blau, Blau horen roepen waarmee werd aangegeven dat wij niet de enigen waren die hier enorm veel plezier om gehad hadden.
Ook het kijken naar de nieuw aangekomen kampeerders was voor ons een leuk tijdverdrijf. Recht tegenover ons kwam een Deens echtpaar staan. Gedurende enkele uren was de man bezig om de caravan neer te zetten, de stroom aan te sluiten en de voortent op te zetten. Dit laatste was waarschijnlijk een hele nieuwe en daardoor ook blijkbaar een bijna ondoenlijke klus voor de beste man, want met enige regelmaat werd de telefoon ter hand genomen en werd er blijkbaar iemand gebeld voor advies.
En al de tijd dat de arme man zich in het zweet werkte stond zijn vrouw erbij te kijken terwijl zij met een gebreide design-rat aan een riem (voor de niet hondenkenners onder u: een dwergpoedel dus) gevraagde, maar vooral heel veel ongevraagde adviezen gaf zonder zelf ook maar een hand uit te steken. De onderlinge sfeer was geweldig. Prachtig volksvermaak.

Useless: geen gebreide design-rat maar een echte originele bulterriër met wat complexen.
’s Avonds was het nog steeds pokkenweer. Het bleef maar regenen en de wind was inmiddels aangetrokken tot kracht 6. De schuimkoppen stonden op het water en ik besloot het vissen ook dit maal maar te laten voor wat het was.
De volgende dag werd het in de middag droog maar was de wind nog verder aangetrokken tot een forse windkracht 7. Niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet waar ik op gehoopt had. Om toch maar wat te doen te hebben zijn we even naar Fredericia gereden om Jesper in zijn hengelsportwinkeltje gedag te zeggen en even bij te kletsen.
En dat bijkletsen ging natuurlijk over Jelle, het zalmvissen in Noorwegen en natuurlijk over het zeeforelvissen op Funen. Hij vertelde dat Jelle nog even bij hem langs was geweest toen hij met zijn vismaten in de Gaula aan het zalmvissen was, dat het vissen niet best was geweest en dat hij slechts 1 zalm had gevangen (waar ik persoonlijk afgelopen jaar bijna een moord voor zou doen!) en dat Koldingfjord voor de zeeforelvisserij het hele jaar door bijzonder slecht was geweest.
Ik vertelde hem dat ik het idee had dat er in deze tijd van het jaar overdag best al zeeforel te vangen was, maar dat Båringskov op dit moment gewoon geen beste stek was omdat het diepe water te ver weg was en de zee ter plekke volgens mij een te hoge watertemperatuur had en dat ik van plan was om het de volgende dag, mits het weer het toeliet, het eens op Vejlbyskov te gaan proberen.
Volgens Jesper een goed plan en anders was Strib ook een goed alternatief. Nu had ik samen met Chris S. en Bert V. bij Strib een aantal keren een aanvaring gehad met een plaatselijke bewoonster die vond dat de ruimte rond haar huis verboden viszone was en besloot dus maar om het bij Vejlbyskov te houden en na het afrekenen van een nieuwe runninglijn die ik vast niet echt nodig had, nam ik afscheid van Jesper en gingen we terug richting camping. Ook deze dag werd er niet gevist.
Vrijdag werden we wakker met het gevoel dat de wind was gaan liggen en toen we door het dakluik van de caravan keken leek het buiten ook lichter dan de voorgaande dagen. Buiten gekomen bleek dit allemaal juist te zijn. Er stond een matig windje vanuit het westen, kracht 4/5 en zo nu en dan deed de zon een schuchtere poging om door het wolkendek heen te breken.

Onder de prachtige regenboog zijn de vaste campinggasten hun palingfuiken wezen legen.
Tijd voor Vejlbyskov dus. En denk nu niet dat dit voor mij een eenvoudige beslissing is, want op de één of andere manier voel ik me altijd een beetje schuldig als ik ga vissen terwijl mijn vrouw mee is. In de praktijk betekent dit dat ik eigenlijk altijd bij de camping blijf en zelfs als zij aanbiedt om dan mee te gaan naar een andere stek, maak ik nooit gebruik van haar aanbod. Ook haar argument dat ze dan lekker met Useless gaat wandelen en een boek meeneemt kan mij niet vermurwen om hier in mee te gaan. Ik ben altijd bang dat zij zich verveelt.
Ik denk dat Dineke het ooit hier op deze site in een verhaal over haar en Egbert prachtig heeft verwoord. Maar deze keer was het anders. Ik zou het elders gaan proberen en nadat ik wel 6 keer had gevraagd of ze het echt niet vervelend vond dat ik in m’n uppie wegging, stapte ik in de auto op weg naar de stek die slechts 5 kilometer verderop lag.
Op Vejlbyskov aangekomen besloot ik dat het tijd was voor een experiment. Sinds mijn eerste net-niet zalmavontuur en de daarbij horende voorbereidingen ben ik helemaal verslaafd aan dubbelhandige hengels. Dit was natuurlijk ook weer een geweldig excuus om zonder al te veel schuldgevoel de toch al niet onaanzienlijke verzameling vliegenhengels en reels uit te breiden. Speciaal voor de zeeforel en Oostvoorne had ik dan ook een lichte Spey-hengel aangeschaft; een Beulah Platinum #5.

Het wapentuig voor deze dag: de Beulah Platinum Speyrod #5.
Deze hengel zou geschikt zijn voor een lijn van 250 tot 295 grains wat in de praktijk vergelijkbaar is met het gewicht van een 7/8-lijn. Precies goed genoeg voor het gebruik dat ik voor ogen had. Van Jos van Runxt, die ik nog kende vanuit de tijd dat ik vaak in de clubkelder van de ’s-Gravenhaagse kwam en die ik bij de castinglessen van Hans Boomsluiter weer tegen het lijf liep, kon ik voor wenâgh een Vision Komareel overnemen.
En de lijn…tja, dat was weer even een geval apart. Ik had een Beulah Elixer switchlijn besteld in Bussum, maar na vele weken was deze lijn nog steeds niet leverbaar. Inmiddels had ik vlak voor vertrek bij de hengelsportzaak in het midden van het land maar twee Airflo-scandi compact lijnen besteld, maar omdat deze op hele korte termijn ook nog niet voorradig waren moest ik het nog even doen met een, voor deze hengel iets te zware 335 grains lijn. Naast de Beulah tuigde ik ook mijn Zpey #7 switchhengel op zodat ik mijn nieuwe, bij Jesper aangeschafte, runninglijn kon uitproberen.
Op het strand aangekomen waadde ik voorzichtig met de Zpey in mijn hand een paar stapjes het water in. Bij de derde worp miste ik een aanbeet. Jammer, maar wel een signaal dat er forel aanwezig was. Na nog een aantal hele voorzichtige aanbeten wist ik dan toch eindelijk een ondermaats zeeforelletje te verschalken.

De eerste vangst: een klein zeeforelletje van 25 centimeter.
Hierop besloot ik om de Zpey aan de kant te leggen en over te schakelen op de dubbelhander. Het bleek namelijk dat mijn nieuwe runninglijn zonk en het vissen zonder linebasket was een crime. Nu heb ik sowieso een hekel aan het vissen met een lijnmand. Ik heb zo’n groot groen ding. Een, in mijn ogen, onhandig en lomp apparaat waarmee ik het gevoel heb dat ik mijn lijn niet fatsoenlijk binnen kan strippen omdat ik dan steeds de bovenkant van de lijnmand raak. Maar oké, het is maar wat je prettig vindt. Sommigen zweren erbij.
In de volgende tweeënhalf uur ving ik nog 6 zeeforellen aan mijn dubbelhander, miste ik nog zeker een zelfde aantal, want de aanbeten waren over het algemeen wel heel erg voorzichtig, maar had ik de tijd van m’n leven. Nou ja, van m’n leven was misschien wat overdreven, maar toch zeker van deze vakantie. Oké, het waren geen recordvissen; de meeste haalden de minimummaat van 40 centimeter niet of nauwelijks, maar er zaten er twee bij die de 50 centimeter benaderden of misschien zelfs overschreden.

Een zilveren schoonheid van ruim 40 centimeter.
Al met al een dag met 7 zeeforellen en dat was toch al meer dan ik in de twee weken in het voorjaar bij elkaar had gevangen. De volgende dag ging ik op dezelfde stek een paar uurtjes op herhaling, maar ditmaal bleef de teller op 2 zeeforellen staan. Ik vermoed dat het mooie weer en het gebrek aan wind op deze vrijdag hier debet aan was. Het is ook eigenlijk nooit goed.
En was het experiment met de speyhengel geslaagd? Ja, wat mij betreft wel. Net als bij het zalmvissen ervoer ik geen rugklachten, terwijl ik normaliter ieder uur toch echt een kwartiertje moet gaan zitten om de rugpijn weer tot normale proporties te laten komen. Daarbij komt dat ik de lijn in één beweging zo’n eind kan wegzetten wat ik met een enkelhandige vliegenhengel in combinatie met mijn werptechniek nooit voor elkaar krijg.
Nu hoeft het niet altijd ver, maar soms kan het toch wel handig zijn. Ook was het werpen tegen de wind in een makkie. Geen moeilijke toestanden met achterwaarts werpen en meer van die truckjes. Nee. Gewoon recht tegen de wind in knallen. Heerlijk!
Had het dan alleen maar voordelen zie ik jullie denken? Nee hoor, er zijn wat mij betreft ook een paar nadelen. Zo is het landen van vis met een net best onhandig doordat je met een hengel van bijna 12 voet vist. De top van de hengel staat hierdoor wel erg krom wanneer je de vis vlak voor je hebt liggen. De vis “beachen” is eigenlijk praktischer. Ook had ik het idee dat de lijn, in vergelijking met een gewone shootinghead, toch ietsje harder neerkwam, maar dat kon in dit geval ook veroorzaakt worden doordat ik noodgedwongen een iets te zware lijn gebruikte. Aan de andere kant; de vissen die ik aanwierp omdat ik ze had zien draaien kwamen vrijwel allemaal zonder aarzelen achter mijn vlieg aan en werden dus blijkbaar niet verschrikt door het neerkomen van de vliegenlijn.
Een ander nadeel is dat wanneer je de hele lijn binnenvist (en wie doet dat niet?) toch eerst een tweetal valse overheadworpen moet maken om het schietgedeelte buiten je topoog te krijgen. Net als bij een enkelhandige hengel in combinatie met een shootinghead. En bij een underhandcast maakt de lijn bij het opnemen best wel wat lawaai op het water. Ik had niet de indruk dat ik hier vis mee verjoeg, maar zeker weten doe ik het uiteraard niet. Desalniettemin was deze manier van vissen voor mij een uitkomst en heb ik twee prachtige dagen gehad.
Misschien is ook nog vermeldenswaardig dat ik meer aanbeten en minder missers had toen ik mijn vrij forse EP-shrimp verwisselde voor een onooglijk klein garnaaltje gebonden op haak 10.
Zaterdag was het zowaar wederom prachtig weer hetgeen mij ertoe deed besluiten om lekker samen met mijn vrouw en Useless te gaan wandelen in de bossen en het vissen te laten voor wat het was. Of was dit mijn manier om mijn schuldgevoel af te kopen?

De eerste of de laatste bessen van het jaar?
Ach, wat het ook was; we hadden het ruim naar ons zin. Gewoon lekker even struinen door het bos en ook nog een ree spotten. Wat wil je nog meer? De rest van de dag werd gevuld met het voorbereiden voor het vertrek van de volgende dag zoals het afbreken van de voortent nu deze nog droog was en meer van dit soort vervelende, maar oh zo noodzakelijke klusjes.

Nog “even” een ree spotten.
’s Nachts werden we nog even gewekt door een gigantisch onweer dat over de camping trok. De hele omgeving was een uur lang verlicht door de onafgebroken bliksemflitsen en natuurlijk kwamen met dit onweer ook weer de daarbij behorende stortbuien en windvlagen en vlogen de vallende eikels ons weer om de oren.
En al die tijd drentelde Useless onrustig door de caravan heen en weer. Op de bank, op het bed, onder de tafel en al die tijd trillend als een juffershondje. Fijn hoor zo’n stoere, gespierde en vervaarlijk uitziende hond die bang is voor onweer, last heeft van hoogtevrees en nog veel meer wonderlijke trekjes heeft. Laat ik het zo zeggen; als het een mens was geweest dan had de psychiater van haar behandeling minimaal zijn zwembad kunnen bekostigen.
Zondag vertrokken we naar huis en zonder al te veel problemen waren we om 21.00 uur weer thuis. Nou ja, zonder al te veel problemen. Nou vooruit, 1 file bij Quickborn van zo’n 12 kilometer. Hoeveel zegt u?
12 KILOMETER!!!
Useless
- terug -
|