|
Useless Thoughts...
door Useless
Het is alweer bijna 30 jaar geleden dat ik voor eerst een vistripje maakte naar het buitenland en er zouden er nog vele volgen. Veel van deze tripjes blijven je eigenlijk niet echt bij. Het wordt op een gegeven ogenblik zelfs bijna gewoon.
De trips die je uiteindelijk bijblijven en in je geheugen gegrift staan, zijn diegene waarop iets bijzonders gebeurt. En dan bedoel ik niet alleen dat je een PR-vis vangt, maar met name die trips waar je onverwachte of leuke situaties meemaakt en waar je jaren later van tegen je vismaatje zegt: “Weet je nog die keer dat…”
Dit was er zo eentje. Niet zozeer omdat dit de eerste keer was dat ik in het buitenland ging vissen, maar om een hele andere reden.
Mijn eerste buitenlandse reisje was naar het meer van Echternach in Luxemburg. Het Nederlands vliegvisteam had daar een jaar eerder meegedaan aan de wereldkampioenschappen vliegvissen en was er onverwacht met de hoofdprijs vandoor gegaan. Een bij elkaar geraapt clubje vliegvissers, en als ik me niet vergis was Wout van Reijmenam van Martin Hengelsport, één van de teamleden.
Hiervan had een uitgebreid verslag gestaan in een toenmalig hengelsportblad. Dus toen ik op zoek was naar een visbestemming die niet al te ver weg was, was de keuze snel gemaakt: Echternach. Enkele weken later was het zover. Samen met mijn broer, onze wederhelften en mijn zoontje van twee, gingen we naar een camping die vlakbij het meer gelegen was.
Daar aangekomen was het snel tentjes opzetten en alles inrichten, daarna bij Tony van der Molen in Echternach vergunningen regelen en ’s avonds konden we onze eerste buitenlandse vliegvisstapjes gaan zetten.
Bij het meer aangekomen hoorde je van verre het plonzen van springende en azende forellen. Ze waren los en vol ongeduld werden de waadpakken aangetrokken (nog van die oude rubberen dingen, want neopreen of ademende pakken moesten nog worden uitgevonden… ja ja mensen, opa vertelt!) en de vliegenhengels opgetuigd.
Ik deed een groen streamertje aan mijn leader met een rood keelhackeltje, want ik had gelezen dat de forel hier voornamelijk op stekelbaarsjes joeg en het was paaitijd voor de stekelbaars dus een rode hackel was een ‘must’. Na twee worpen was het al raak en kon ik mijn eerste buitenlandse regenboogforel van ruim 30 centimeter landen. Vervolgens was het om de paar worpen prijs en ik stond trots te genieten als een aap met zeven lullen.
Ik stond te genieten. Ik wel ja, maar bij mijn broer was dit toch een stuk minder. In de tijd dat ik aanbeet op aanbeet had en er inmiddels diverse had geland, kreeg hij er zeggen en schrijven slechts één aan de lijn, die hij tot overmaat van ramp ook nog verspeelde.
Na verloop van tijd kwam hij een beetje mismoedig door het water naar mij toe waden en stelde de lang verwachtte vraag: “Waar vis jij mee?” Ik liet hem mijn streamertje zien en het bleek dat hij een vrijwel identieke vlieg gebruikte. Echter… zonder het rode keelhackeltje. En zoals het ware broederliefde betaamd, gaf ik hem één van mijn speciaal gebonden streamertjes en blij nam hij het kleinood in ontvangst.
Opgevrolijkt en met nieuw elan waadde hij teug naar zijn stekkie, knoopte de vlieg aan zijn leader en bij de eerste worp hoorde ik hem roepen: “Yessss, eindelijk!” … om te vervolgen met: “Hmmm, er is weinig sport aan te beleven…” Hij haalde zijn buit binnen en tot onze verbazing bleek het geen forel te zijn die de vlieg had gepakt, maar een enorme groene kikker die het ook nog voor elkaar had gekregen om de vlieg achterin zijn huig te krijgen.
Met de precisie van de wereldberoemde, Zuid-Afrikaanse hartchirurg dokter Christian Barnard, opereerde hij het beestje en gooide hem na het onthaken terug in het water. Hij vloekte daarna een aantal keren vrijwel onhoorbaar, liet zijn vliegenlijn voor zich in het water vallen en klemde zijn hengel onder zijn arm om vervolgens een sjekkie te gaan draaien. Vastgesteld kon worden dat, als er een ranglijst voor stemming en gemoedstoestand was, vrolijkheid en optimisme bij hem op dat moment nou niet echt op nummer 1 zouden staan.
Hij had er duidelijk gigantisch de pest in en dat was nog heel voorzichtig uitgedrukt. Toen ik hem wilde opvrolijken door te zeggen dat het hier toch zeker een persoonlijk record betrof en misschien wel een nieuw Luxemburgs, of zelfs wereldrecord, en dat ik nog nooit zo’n grote kikker had gevangen en dat hij toch maar mooi even had kunnen laten zien hoe goed hij was in het onthaken, werd mij al snel duidelijk dat mijn toch wel twijfelachtige meelevendheid op dat moment niet echt op prijs werd gesteld en dat het voor mijn eigen gezondheid misschien beter was om me even op de vlakte te houden. Ik maakte me snel uit de voeten en ging verder met vissen en hoopte zelfs om even niets te vangen omdat ik vermoedde dat dit geen extra bijdrage zou leveren aan de feestvreugde.
Toen het sjekkie was opgerookt - en zijn innerlijke rust, voor zover dat nog mogelijk was, weer was teruggekeerd - pakte hij zijn hengel om zich weer te gaan wijden aan de schone kunst van het vliegvissen. Hij stripte de losse lijn voor zijn voeten binnen en voelde tot zijn stomme verbazing vervolgens een enorme weerstand. De vliegenlijn schoot met hoge snelheid door zijn vingers en na een korte, maar harde dril kon hij zowaar de vis landen. Zijn eerste forel zou nu eindelijk een feit zijn.
Zijn lichaamstaal gaf aan dat hij weer helemaal happy was en dat alles nu weer goed was. Maar ongelooflijk genoeg had de hogere macht, die hij kort tevoren nog - zij het niet in hele positieve zin - had aangeroepen, een nieuwe verrassing voor hem in petto. Het betrof helemaal geen forel, maar een grote zeelt van ruim over de 50 centimeter. De vis had blijkbaar de vlieg zo van de bodem gepakt en dat alles op nog geen meter voor hem.
Regelmatig hebben we het er weer over en iedere keer moeten we er ook weer hartelijk om lachen. Zoals ik al eerder schreef, dit is zo’n gebeurtenis die in je geheugen gegrift staat en iedere keer als we het er over hebben, wordt het verhaal steeds sterker en mooier. Zo langzamerhand is na al die jaren de mythe ontstaan dat hij op deze wijze wel vijf zeelten die dag heeft gevangen, maar in werkelijkheid was het er toch echt maar eentje, en dat was al gek genoeg.
Een jaar later zijn we teruggeweest. En als je me zou vragen hoe de vangsten toen waren, moet ik je het antwoord schuldig blijven. Wat me wel van dat tweede jaar vooral is bijgebleven, is dat we toen met vijf Indo’s naar Echternach gingen en dat we op de heenweg na zo’n 15 kilometer, bij Rotterdam al op een parkeerplaats stonden om de meegebrachte Indische hapjes (risolles, pasteitjes en lumpers) op te warmen.
Onze vijfde vismaat was helemaal geen visser en al helemaal geen vliegvisser. Hij ging gewoon voor de gezelligheid mee. Toevalligerwijs was hij kok in het leger en iedere dag ging hij een uur eerder dan wij terug naar de camping zodat hij het eten kon gaan voorbereiden. We hebben ervan genoten. Hoezo bij Indo’s draait het hele leven altijd om eten?!
Ook hier hebben mijn broer en ik het nog regelmatig over en ik weet eigenlijk wel zeker dat hij er hetzelfde over denkt als ik. Het is het mooiste als je je herinneringen kunt delen en ervan kunt blijven genieten.
De reden dat ik hier zo opkwam, is dat ik kort geleden Darek P. bij Martin Hengelsport tegenkwam. Toen ik ruim twee jaar geleden eigenlijk voor het eerst pas echt gericht op zeeforel ging vissen in Denemarken, was hij daar ook bij. Dit tripje was door Jelsema en zijn kornuiten georganiseerd en toen we het hier over hadden was het eerste waar we het over hadden niet de vangsten, maar wel hoe ontzettend we toen hebben gelachen en wat een prachtige groep kerels het eigenlijk was die daar, zonder elkaar vooraf te kennen, bij elkaar was gekomen.
Moraal van het verhaal: onthoud de leuke dingen die je meemaakt en hou de herinnering levendig door deze te delen met je maatjes, zodat je alles opnieuw kunt beleven en er weer intens van kunt genieten.
Of doe eens gek… en zet het gewoon op papier!
Just Useless thoughts
- terug -
|