|
||||||||||||
|
Norwegen 2001 - deel 1door Useless Eindelijk, het was weer zover. Vakantie naar Noorwegen en nog 4 weken ook. Een luxe die we al ruim 30 jaar niet meer hadden gehad. Zie hier een voordeel van geen baan hebben en per slot van rekening waren we alweer 3 weken thuis geweest na het weekje Denemarken, dus we waren er natuurlijk hard aan toe. Soms lacht het leven je ondanks wat tegenslagen toe! De avond voor vertrek eerst de parkiet en de papegaai bij de buren inleveren en instructies geven over het voeren van de twee terraria met baardagamen. Bedenk daarbij dat we ook nog die stronteigenwijze, verwende bullterriër hebben en jullie begrijpen dat we in een soort van mini-zoo wonen. Vervolgens vroeg naar bed om de komende nacht te vertrekken met de bedoeling om bijtijds voorbij Hamburg te zijn, want ik vind bijna niets erger dan bij de Elbetunnel in een file te staan. En geloof me, dat is me al te vaak overkomen. Files van 18 kilometer en meer waren in het verleden geen uitzondering. dus tegenwoordig vertrekken we bijtijds. Maar eerst nog even het nieuws volgen en op internet het weerbericht bekijken, want er waren wat sombere berichten over Noorwegen. Door het warme weer in het noorden was de sneeuw in te hoog tempo gesmolten en daarbij had het er ook nog eens enorm hard geregend waardoor hele delen van het land onder water waren komen te staan en waren diverse wegen ontoegankelijk geworden. Maar Noorwegen is een heel groot land dus we vertrokken die nacht, want er was vast altijd wel ergens een droog plekkie te vinden. De reis verliep voorspoedig. Geen last meer van lekkages en los stuiterende neuswielen van caravans, want dit hadden we natuurlijk tegen een zeer ruime vergoeding alweer laten repareren. Onderweg in Duitsland uiteraard de verkeersinformatiedienst op de radio beluisteren, maar de beste verkeersinformatiedienst van Duitsland, zoals zij zichzelf op de radio noemden, wist te melden dat er geen files waren. De mevrouw op de radio had het laatste woord nog niet eens uitgesproken of we stonden stil, helemaal stil, en dat zo’n 8 kilometer voor de ingang van de Elbetunnel. Een half uur later stonden we nog stil… De mevrouw van de “beste verkeersinformatiedienst in Duitsland” wist op dat moment weer te melden dat het een prachtige eerste Pinksterdag was en dat er niet één file in het noorden van Duitsland te bekennen was. Ik weet nog dat ik dacht dat ik uit principe nooit vrouwen sloeg, maar dat ik voor deze mevrouw met liefde een uitzondering wilde maken. Na bijna anderhalf uur begon het hele spul weer langzaam op gang te komen en precies op dat moment wist de radio-mevrouw te vertellen dat er nu toch een file van ruim 10 kilometer voor de Elbetunnel stond vanwege een ongeluk. In een flits moest ik even aan Pim Fortuyn denken toen hij tegen een verslaggeefster, die een in zijn ogen verkeerde vraag stelde, zei: “Ach mens, ga toch koffie zetten.” Toen vond ik het ongepast, maar kreeg nu plotseling wat meer begrip voor zijn toenmalige opmerking. Maar eerlijk is eerlijk, daarna konden we zonder oponthoud doorrijden naar onze eerste overnachtingsplek in Tinglev in Denemarken. Een camping met een aantal put and take-meertjes die helemaal vol stond met Duitsers, Denen en enkele verdwaalde Nederlanders die zo te horen uit de omgeving van Enschede kwamen. Ze hadden in ieder geval een Strikkieaanse tongval. De meertjes hadden elk een aantal steigertjes, maar omdat het zo druk was, was er niet voor iedereen plaats. Zodra er een steiger vrij kwam renden de “loosers” eropaf om een plekje te bemachtigen en het geheel had iets weg van een soort van stoelendans met dien verstande dat er geen muziek speelde en dat de deelnemers zo snel mogelijk in de auto sprongen met de hengels op het dak en dan rap naar de vrijgekomen plek raceten. Wie het snelst was mocht vissen. De volgende dag weer bijtijds weg en doorrijden naar Hirtshals waar we op een hele mooie camping nog een nachtje bleven staan om de volgende dag de ferry van Colorline op te rijden en de oversteek te maken naar Kristiansand. Het waaide enorm hard, maar gelukkig had je op zo’n grote boot hier niet zo erg veel last van. Mooi om te zien was de enorme hoeveelheid meeuwen die bij het afmeren de boot komen bezoeken in de hoop een makkelijk hapje uit zee te kunnen halen. En wij maar hopen dat ze de cloaca gesloten hielden.
Enorme aantallen meeuwen vlogen om de veerboot. Voor een paar euro kon je een stoel reserveren zodat je gedurende de ruim 3 uur durende oversteek verzekerd was van een zitplaats en natuurlijk hadden wij hier ook gebruik van gemaakt. Maar blijkbaar maakte niet iedereen hier gebruik van en kon je iedere keer wanneer je even van je plaats afging om te roken, een kop koffie te halen of om even naar het toilet te gaan, weer iemand van je gereserveerde plaats afsturen. ’t Gaf eigenlijk best een fijn gevoel van leedvermaak. 9 Euro uitsparen en dan iedere keer als een klein kind van een stoel verwijderd worden, het grenst een beetje aan masochisme. Maar goed, wie ben ik en ik kan ook niet in iemands portemonnee kijken. De overtocht verliep voorspoedig en om een uur of vier reden we de boot af in Kristiansand om meteen een file in te duiken. En ik maar denken dat files in Noorwegen een onbekend fenomeen was. Er wonen daar per slot van rekening nauwelijks mensen, laat staan dat er veel auto’s rijden. Maar na een kilometer of 4 kwam onze afslag, konden wij de file verlaten en kwamen we na een uurtje rijden aan bij onze eerste bestemming in Noorwegen, camping Mjaland aan de Mandalselva. Een klein campinkje dat nog niet helemaal klaar was en daardoor op sommige plekken een wat rommelig karakter had, maar met hele mooie sanitaire voorzieningen en een adembenemend uitzicht op zo’n kleine 300 meter van het Laksesenter waar je vergunningen en informatie kon krijgen en tevens je spullen kon laten ontsmetten.
Fenomenaal uitzicht over de Mandalselva vanaf onze kampeerplek. Woensdag 15 juni moest de ontmaagding van een nieuwbakken zalmvisser worden. Helaas haalt moeder natuur soms rare fratsen met een mens uit, want woensdag voelde ik me ziek. De hele nacht had ik wakker gelegen met een enorme buikpijn, een gevoel zoals ik vroeger als klein kind nog wel eens kon hebben en nu lag ik als een grote vent met een kussentje op mijn buik te kronkelen van ellende en van vissen kwam dus helemaal niets die dag. Zouden het de zenuwen zijn geweest? Wie zal het zeggen. Maar een dag later was het eindelijk dan toch zover. Eerst vergunning halen en spullen ontsmetten. Nu stelde dat laatste in mijn ogen ook geen bal voor, want waar ik dacht dat alles wat maar met het water in aanraking zou komen ontsmet moest worden - dus eigenlijk je gehele hengeluitrusting - hoefde ik alleen mijn schoenen en mijn reels te ontsmetten. Ik vond het verbazingwekkend. Waadpak, vliegen en hengels hoefden niet in de ontsmettingstank. Maar goed, ik was er klaar voor en had mijn vergunning. Die donderdag viste ik aan de overkant van de camping. Een heel mooi langgerekt stuk waar even verderop de week daarvoor nog de grootste zalm van het seizoen was gehaakt aan de vlieg. Bijna 10 kilo en dat verklaarde ook wel een beetje waarom er op dat gedeelte met regelmaat vissers te vinden waren. Ik vond het prachtig om nu eindelijk al het geleerde in de praktijk te brengen en vond het bijna een orgastisch genoegen als ik mijn scandilijn met een enorme snelheid zo’n 30 meter door de ogen van mijn dubbelhander voelde knallen. Man, wat een prachtige visserij.
Alle ruimte om heerlijk met de dubbelhander tekeer te gaan. Ik had gekozen voor een middelgrote tubefly en na vele, vele worpen kreeg ik aan het einde van de pool een aanbeet. Ik kreeg terstond bijna een hartverzakking, voelde mijn hart in mijn keel kloppen om vervolgens te constateren dat een klein forelletje met hoogmoedswaanzin mijn, voor hem enorme, vlieg te grazen had genomen. Verbolgen sprak ik het beestje toe en deelde hem mee dat ik hem ervan verdacht dat hij Duitse voorouders moest hebben gehad omdat ie zo’n grote bek had en dat ik ’t hem verder niet kwalijk nam, maar dat ie me dit niet meer moest flikken. Tsja, een mens doet rare dingen in zijn enthousiasme en het was maar goed dat er niemand in de buurt was, want waarschijnlijk hadden ze me platgespoten en in een dwangbuisje afgevoerd. Die dag gebeurde er zoals ik al had verwacht, helemaal niets op zalmgebied en de enige zalm die ik die dag zou zien lag in de supermarkt. De volgende dag ging ik met goede moed verder en beviste dezelfde pool als de dag ervoor.
Visje met Duitse voorouders??? Na weer eerst een hartverzakking te hebben gehad van zo’n visje waar je normaliter heel blij mee zou zijn, kwam de eerste aanbeet. Een hele voorzichtige aanbeet (Jelle noemt dit geloof ik een nibble-bite). Ik voelde iets aan mijn vlieg plukken en op een gegeven moment zette ik voorzichtig een beetje druk op de hengel. Daarna voerde ik de druk langzaam maar zeker op. Blijkbaar kreeg de vis in de gaten dat hij of zij ergens aan vast zat, want voor ik het wist nam de vis een run van een meter of 10 en vervolgens viel de lijn slap. Shit, ik had mijn eerste aanbeet gemist. Had ik iets verkeerd gedaan? Ik geloof eigenlijk van niet en had het idee dat de vis gewoon niet goed of zelfs helemaal niet gehaakt was. Uiteraard was ik teleurgesteld en riep binnensmonds een aantal zaken die niet door de censuur kunnen, maar het gaf wel een goed gevoel en vooral een hoop zelfvertrouwen. De tweede dag op zalmvissen en nu al een aanbeet. Het kon veel slechter. De rest van de dag gebeurde er echter niets meer en ook de zaterdag erop had helaas geen resultaat. ’s Avonds belde Chris nog even. Bert V. en hij waren bij de Glomma geweest, maar de omstandigheden waren nog dermate slecht dat ze hun reis in omgekeerde volgorde gingen doen; ze waren nu eerst naar de fjorden gegaan om polak te sleuren en zouden daarna terug gaan richting Glomma. En achteraf bleek dat zij hiermee de juiste keuze hadden gemaakt. Volgens Chris hadden ze onderweg ook nog gezien dat wij ook in Noorwegen waren, want hij had ergens een kapot neuswiel van een caravan gevonden en die moest natuurlijk wel van ons zijn geweest. Altijd weer mooi die kleine verbale pesterijtjes over en weer. Op aanraden van een ervaren Noorse visser ging ik op zondag naar Oyslebo om daar mijn geluk te beproeven. En na drie uur vissen op een hele mooie stek die, zoals de man al had voorspeld, uitermate geschikt was om met de vlieg te bevissen, kreeg ik een aanbeet op mijn eigenhandig gebonden vlieg.
Het prachtige vliegvisstuk bij Oyslebo. Eigenlijk niet eens gewoon een aanbeet maar meer het gevoel dat je vast zit. Op dat moment schoten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Zou het dan toch…? Zou ik echt het geluk hebben om…?! Hopelijk is deze wel goed gehaakt. Eigenlijk weet ik niet eens meer precies wat er door me heen ging, maar weet wel dat een euforisch gevoel zich van mij meester maakte. De shootinghead vliegt door de ogen, de flatbeam gaat er achteraan en de backing komt in zicht en ondanks dat de slip van mijn Danielsson behoorlijk strak stond, was er geen houden aan. Ik had meer het idee dat ik een vrachtboot aan het drillen was. Nou ja, drillen. Vooralsnog deed deze vis gewoon wat hij zelf wilde, zwom onverdroten heen en weer door de pool en had ik maar af te wachten tot hij vond dat het mooi geweest was. Maar na, ik denk zo’n stief kwartiertje, kwam er wat schot in de zaak. Een keer of drie had ik de zalm inmiddels een stukje naar me toe weten te halen, maar even zo vaak besloot de vis dat ie hier niet zo veel zin in had en ging er weer vandoor. Na misschien zo’n 30 minuten (mijn tijdsbesef was door de spanning niet geheel wat het moest zijn) gaf hij zijn weerstand dan eindelijk een beetje op en had ik het idee dat hij rijp was voor een landing. Nog steeds bekroop me de angst dat ik ‘m zou verspelen, maar aan de andere kant had ik er best vertrouwen in. Hij zat inmiddels toch al weer een klein half uurtje aan de weerhaakloze vlieg, dus er was eigenlijk geen reden tot ongerustheid. Landen dus! Maar hoe? Ik had geen net bij me en de hoge kant maakte het ‘beachen’ onmogelijk. Maar gelukkig bood een vriendelijke Noor, die met een zalm in zijn hand blijkbaar al die tijd had staan kijken, aan om de vis met zijn net te landen. Voorzichtig om mijn “First one ever” vooral niet te verspelen manoeuvreerde ik de zalm naar de kant en op het moment dat hij zich boven het landingsnet bevond, gebeurde het. De zalm nam een korte run, sprong omhoog en de haak kwam los. Doodgemoedereerd zagen we de vis wegzwemmen. Teleurgesteld sloeg ik mijn hengel keihard in het water en sloeg een enorme kreet van frustratie. De Noor wilde me nog opvrolijken door te zeggen dat het jammer was, want deze vis was toch zeker tussen de 12 en 14 pond en dat ik mazzel had gehad, want de meeste vissen die hier werden gehaakt waren over het algemeen toch wel wat kleiner. Maar om nu te zeggen dat dit echt hielp? Nee, niets hielp. En ondanks dat het zondag was en we ons binnen een straal van 200 meter van een kerk bevonden, vloekte ik het hele alfabet bij elkaar, na de enorme oerkreet van teleurstelling te hebben geslaakt. En omdat ik lang in Den Haag heb gewoond en we daar allemaal net geen medisch diploma hebben, gooide ik er ook nog een paar vreselijke ziektes uit. De Noor moet verbaasd zijn geweest dat er zoveel Nederlandse scheldwoorden bestonden en moet vanaf heden een hele andere kijk op Hollanders hebben gekregen. Na het verspelen van de zalm was ik een ervaring en een frustratie rijker en ook deels mijn stem kwijt van het schreeuwen en schelden. God straft snel en rechtvaardig, zal ik maar denken. Ik heb nog een kwartiertje doorgevist, maar baalde er zo van dat ik terug naar de camping ben gereden. De volgende dag zouden we trouwens gaan verkassen. Doch mijn lieve eega overtuigde me ervan dat ik hartstikke gek was om nu al weg te gaan. Waarom niet nog een dag langer blijven en het morgen opnieuw proberen? Waar vind je ze nog, vrouwen van dat kaliber?! Mijn passie voor het vliegvissen begrijpt ze absoluut niet, maar mij begrijpt ze dan weer des te beter. Een lot uit de loterij! De volgende dag heb ik de hele dag op de zelfde stek gevist, maar op een paar ‘Duitse visjes’ na, zonder enig resultaat. Achteraf kwam de bezinning. Ik had voor het eerst op zalm gevist en had er enorm van genoten. Van het werpen, want dat ging fantastisch en daar had het zeker niet aan gelegen (met dank aan Hans Boomsluiter en Rob Kroon), de spanning, de hele entourage, het inlezen. Ja zelfs van het vliegen binden en dat wil in mijn geval wat zeggen. En uiteindelijk besloot ik dat ik vond dat ik het er eigenlijk niet eens zo slecht vanaf gebracht had. Oké, ik had niets gevangen, maar ik had in slechts vier visdagen twee aanbeten gehad en dat was meer dan menigeen hier meegemaakte en meer dan ik zelf vooraf had durven hopen en had voorspeld. Anderen hadden hier soms weken gevist zonder ook maar een aanbeet te krijgen, dus mocht ik mezelf eigenlijk gelukkig prijzen, maar was er ook van overtuigd dat het feit dat ik al redelijk veel met een dubbelhandige hengel had geoefend, bijgedragen had tot het geringe succesje. Maar ja, ik was er nu zo dichtbij geweest om die eerste in mijn handen te mogen houden. En dat op een zelfgebonden vlieg. Het scheelde zo weinig of… Maar uiteindelijk was alles, ondanks de gedegen voorbereiding, net niet op z’n plaats gevallen. Dat deed heel even een beetje pijn, maar ik zal in de toekomst zeker nog een nieuwe poging wagen. Maar ondanks dat gingen we de volgende dag toch met een goed gevoel naar de westkant van Noorwegen, richting fjorden. De volgende dag vertrokken we voor ons doen heel vroeg. De weg richting westen verliep voorspoedig. Geen files, geen problemen. We trokken een tweetal bergpassen over met links en rechts van ons de eeuwige sneeuw. Prachtig en indrukwekkend om te zien. Schitterende, soms heel desolaat aandoende landschappen met kale rotsachtige vlaktes en in de dalen weer indrukwekkende plekken met machtig mooie rivieren, omgeven door gigantische rotsblokken. Hellingen met stijgingspercentages van 9 tot 12 procent. Je waande je soms op een andere planeet. Alleen het autorijden was daar al een avontuur op zich. Althans, voor mij. Mijn echtgenote heeft, nadat we jaren geleden ooit in Duitsland op een berghelling zijn gestrand met een gescheurde cilinderkop, hier een soort van traumaatje aan overgehouden en zag eigenlijk weinig van al dat moois. Haar blik blijft bij steile berghellingen onveranderd gericht op de temperatuurmeter van de auto en de gedachte wat er allemaal kon gebeuren als…! Uiteraard hebben we tijdens het rijden geprobeerd om ook wat foto’s te maken van al dat moois, maar in ons geval is dit nog niet zo eenvoudig als het klinkt. Onze bulterriër is namelijk bang van onweer en associeert de piep en de flits van het fototoestel met bliksem om dan vervolgens helemaal in paniek te raken. En geloof me, een spierbundel van 30 kilo met een gebit waar een prehistorische sabeltandtijger nog bang van zou worden die in paniek door je auto stuitert, is geen verhoging van je feestvreugde. Weinig foto’s van onderweg dus voor ons, tenzij we even konden stoppen.
Mooi besneeuwde bergen.
Schilderachtige plekken met veel rotsen. Verder verliep alles zoals het moest. Net als bijna iedereen, hebben wij ook de beschikking over zo’n kastje met een schermpje waar, in ons geval, een vriendelijke vrouwenstem uitkomt die je de weg wijst. Wij noemen haar Katrien, Katrien Garmin. Volgens mij is dit ook zo’n huwelijksreddende uitvinding, want sinds haar komst verlopen onze vakanties met beduidend minder irritaties over en weer dan voorheen het geval was. Eén keer luisterde ik deze keer naar mijn lieftallige echtgenote toen zij zei: “Nee, we gaan niet rechtsaf maar rechtdoor, anders komen we op een verkeerde weg,” en prompt reden we dus verkeerd en was de sfeer weer even als vroeger in de auto. Oude tijden herleefden en ik ontwaarde allerlei déjà vu-gevoelens. Maar verder geen enkel probleem en kwamen we na zo’n 450 kilometer, waar we de hele dag over gedaan hadden, dan eindelijk aan op een camping aan een van de vele fjorden die Noorwegen rijk is. Het was de bedoeling om daar enkele dagen te blijven en te kijken naar mogelijkheden om wat vliegen nat te maken en pollakjes, gulletjes enz. te gaan treiteren. Het was er wel erg mooi, maar helaas vielen de vismogelijkheden behoorlijk tegen en niet in het minst doordat er constant een keiharde zuidwestenwind over het water blies.
Bij aankomst viel de wind nog enigszins mee. Je kunt een reisje nog zo zorgvuldig plannen, maar de natuur heb je (gelukkig?) niet in de hand. Storm, regen en hoog water kun je niet altijd op tijd voorzien en daardoor vallen plannen wel eens in het water. Soms letterlijk en figuurlijk. Met de voor de campinggasten te gebruiken boot of met de bellyboot het water op, was met deze harde wind geen optie en vanaf de kant waren er geen mogelijkheden om te vissen. Vliegvissen was hier nu onmogelijk. Daarbij kwam dat die constante wind na verloop van tijd behoorlijk op je zenuwen ging werken. De hele dag door hoorde je alleen het gieren van de wind en toen er na een dag of drie ook nog eens meteorologisch vaginale omstandigheden ontstonden – inderdaad, het werd kutweer - en het begon te hozen van de regen, waren we het spuugzat en besloten om te vertrekken. We hadden een beetje rondgekeken in de omgeving en ons verder uit een soort van verveling vermaakt met het commentaar leveren op andere campinggasten. Dat gaat dan ongeveer zo: “Volgens mij zijn dat Duitsers in die hele grote camper.” “Nee, hoor, dat zijn vast gewoon Noren; Duitsers in grote campers zijn altijd van die oude fossielen en deze mensen zijn een stuk jonger.” “Er zijn net twee jongens naast ons komen staan in een klein tentje.” “Volgens mij zijn dat een jongen en een meisje.” “Nee hoor, het is een wat oudere en een wat jongere man,” “Echt niet, kijk maar, die ene zet de tent op en die andere staat alleen maar te kijken, dat moet gewoon een vrouw zijn. Ze zijn niet allemaal zoals jij dat ze ook de handen uit de mouwen steken.” Uiteindelijk had ik gelijk, hoewel ik wel eerlijk moest toegeven dat ik wel goed naar de stand van haar schoenen moest kijken om te zien wat de voor- of achterkant was, dus de vergissing was begrijpelijk. En nee… ik hoef niet te weten wat anderen van ons vinden en over ons zeggen. Maar jullie begrijpen, zonder vismogelijkheden slaat bij mij binnen enkele dagen de verveling toe. Langer wachten tot de wind ging liggen en het zou stoppen met regenen, was eigenlijk zonde van de zuivere vistijd en de weersvoorspelling was niet van dien aard dat je vreugdevol naar de komende dagen uitkeek. De avond voor vertrek haalden we in een gigantische zeikbui de voortent van de caravan en de volgende ochtend gingen we, zoals altijd, ‘goed voorbereid’ op pad. Na 150 kilometer stopten we boven op een berg waar nog sneeuw lag, bij een winkeltje om wat brood voor het ontbijt te kopen en constateerden we dat we de houtblokken waar we altijd onze caravan mee waterpas zetten, hadden vergeten mee te nemen. We hadden ze per ongeluk laten liggen op onze laatste camping. Ook bemerkten we dat we vergeten waren om de disselbak te vergrendelen en af te sluiten en mocht het een godswonder genoemd worden dat we niets verloren waren onderweg zoals een gas- of watertank. Goed voorbereid dus. Ja, ja. Maar verder ging alles goed. Onderweg klaarde het op en ’s middags kwamen we aan bij ons nieuwe doel: camping Etna in het Etnedal, gelegen aan de gelijknamige rivier. Maar daarover een volgende keer! Just Useless’ Adventures, binnenkort deel 2! - terug -
|
||||||||||||