|
||||||||||||
Stripers & Blues in the USA - deel 6Door Theo Bakelaar Terugzijnde hier op het honk en driftig paraderend met de nieuwe Uggs - Ugge Uggehu - kan ik het niet laten om even terug te grijpen en wat momentjes te laten zien.... Altijd weer een aantal voorbereidingen voor zo’n tripje, altijd met vragen bij jezelf: heb ik vliegen genoeg en welke? Moeten er nog een paar bij gebonden worden? Die en die waren toch goed de vorige keer? Maarrr… het kan deze keer misschien wel anders zijn! Zou ik dan toch maar niet nog een paar van die… enz. Man, doe gewoon, je hebt zat en aan deze die je hebt gaan ze ook gewoon hangen man. Ja, dat klopt, maar toch is er altijd iets van… zou ik en heb ik wel?! Of binden we gewoon graag en vertrouwen we nou niet echt zo op die van toen? Shit man… hou op, ergens is het toch gewoon goed man?! Kappen.
Neem nou gewoon dat lekkere bakkie leut daar op dat vliegveld, heerlijk. En ook de wetenschap dat je enkele ogenblikken later in die glimmende vogel gaat stappen om die trip te maken waar je allerlei gedachten bij hebt gehad van te voren... Lul nou niet... dat is zo: telefoontjes naar vrienden, naar Pa en Ma die altijd weer in een soort spanning zitten van komt ‘t ie weer wel terug?! “Ja Pa, ik kom terug, genoeg redenen om voor terug te komen hoor. D’r zijn tijden geweest Pa dat die er nou niet zo waren... ben ik 6 weken gaan zwerven in de Rockies om achter wat zaken te komen en wat beslissingen te nemen… weet je nog Pa... die gijzeling in de bajes... ja, dat is voorbij Pa, nu kom ik gewoon weer terug!” Hmmmm… die koffie is lekker zeg.
De gesprekjes gaan door met vismaatje Harry, zaken waar we aan moeten gaan denken als we daar zijn. Wat gaan we eerst doen man? Beetje shoppen… Wat ga jij kopen deze keer man. Gezellig, we zullen hem weer even raken deze keer! Mijn lijst is niet zo groot deze keer man... misschien een paar Uggs om lekker mee te bankhangen misschien. Mooi man, ben benieuwd hi hi hi. De borden wijzen al snel naar een bekende weg voor ons, tourtje rond Philadelphia en dan op naar Ocean City en onderweg de shopping area.
In de auto komen de reizen van Chuck aan bod. Ach, net effe naar Carolina geweest en wat van die grote Albies gehaakt. Ze lagen zo rond 20 a 25 pond vertelde hij... Nou, ik kan je zeggen, na het haken van een serie van die mannen, dat het knoeperts zijn hoor. Deze mannen heb je ook zomaar niet binnen, dat is een hele stevige dril die toch gewoon doen wat ze zelf willen en laten jou zweten. Dit zijn dus echt torpedo’s die niet te stoppen zijn, je kan dan beter maar een goeie slip hebben en genoeg backing. Eigenlijk een strontmazzelaar die gast, reist het hele Amerikaanse continent af om een lijntje te gooien en het maakt niet uit op wat voor vis.
Het strand in Ocean City ligt er mooi bij, de zon staat er en we zijn vol goede moed voor deze week. Dat zoiets zomaar omslaat, is ook iets wat erbij hoort. En dat is nou juist iets waar we niet aan willen denken, maar het kan gebeuren en je hebt het niet in de hand... Dat wisten we toen nog niet... Misschien maar goed ook. Er ligt behoorlijk wat zand op dat strand, opnieuw gestort na de zomer vertelt Chuck, de helft was met de stormen verdwenen. Dat was weer opnieuw ophogen geblazen.
Dat zijn dus weer veel centjes. Zo’n strand wordt gedurende de zomermaanden gigantisch druk bezocht, dus moeten ze wel. En als bezoeker betaal je dan ook 2 dollar per dag om er op te mogen... belachelijk zouden wij zeggen, het is toch een vrij stuk gebied?! Van dat geld worden zulke ophogingen onder andere betaald, ennn… je kunt ook een stukje strand adopteren. Ja ja, dat kan!
Of je laat een bank neerzetten. Nou ja, weet je, als je naam erbij komt te staan dan ‘ben’ je toch effe iemand zeg en kijken ze naar je op... Rare snuiters… O ja, die lekkere ontbijtjes ‘s morgens gaan er daar altijd wel in als koek, alleen na een week is het wel genoeg al die eieren, spek en gebakken aardappeltjes. En het is altijd zoveel; grote borden met lappen eigeel erop.
En bekijk je de prijs van drie van die borden met ochtendvoer, dan valt die nogal mee. Alhoewel wij Nederlanders toch liever een brood kopen en wat beleg uit de koelkast trekken om te ontbijten... Goedkoper natuurlijk, of het zo gezellig is zo’n restaurantje!!! Nou ja, vooruit dan, je babbelt lekker even verder, maar om dit nou iedere dag te doen?! Die gezelligheid van gezamenlijk ontbijten ‘s morgens kennen ze dus echt niet.
“We gaan nog even naar de viswinkel mannen,” klinkt het op weg naar huis na het ontbijtje en even naar de haven. De ingang van de winkel wordt gesierd met een enorme grote deurmat, een vette schol, die daar al jaren ligt.
Na handen schudden in de tent krijgen we als er belangstelling voor is een kilometer of twee verschillende diktes nylon in allerlei kleuren. Allemaal resten van enorme spoelen. Resten van spoelen voor het big game vissen, ligt allemaal zo gemiddeld op zo’n 80 a 90 honderdste. Mooi spul, schitterende oogjes van te smelten en nog meer... Ennn… het is gratis, dus ja... Hollanders toch?! En d’r is toch altijd wel een plaatsje onder het bed om het kwijt te kunnen! En niet te vergeten: misschien heeft die Pjotr nog iets nodig! Streamerhaartjes... Hahaha... lekker lang en grote vissies van te maken. Ja, dat kun je wel zeggen, wij proberen toch alles! De vissen schrikken niet van een streamertje van zo’n 30 cm hoor. In ieder geval deze vis niet. Buiten dat je er lekker op kunt liggen, pakt hij toch gemakkelijk een bak van zo’n 30 cm. Zie je maatje 43 van de schoenen, dan schrik je toch van zo’n lap vlieg of niet dan!
En die snoeken in Vinkeveen gaan er beslist ook voor hoor. Wedden?! “Kom we drinken even een bakkie man.” “Doen we er bier in of koffie man!” “Ach we zien wel man…” De tent gaf je voor een paar dollar een mok en een stift om je eigen getekende mok op te hangen, leuk om als je later nog eens terug komt die meuk te zien hangen... Nou ja... hoe gek of maf kun je zijn?!
Aan het plafond hangt er nu een mok met .... Hahaha, raden maar! Dan maar terug naar huis mannen kijken of dat we nog iets kunnen doen. Vliegjes maken ho maar, hebben we genoeg, nu nog te water laten. De weg terug ging langs huisjes die we hier niet zien en onbeschoft zijn, huisjes van: ‘nou ja doe maar een gooi’ en kilometers lang. Een soort van paleisjes die nergens op slaan.
Wel lekker dicht aan het strand dus ondergaande zon en een lijntje werpen lijkt me wel wat. Alleen heeft Goldie daarvoor niet centjes genoeg. Toch eens een keertje bij Pjotr langsgaan met de collectebus. De show bood teveel om te laten zien aan ons allen. Ach, we kennen het van de flyfair, maar dan in een iets grotere stijl. Een slag binders van vele verschillende stijlen, je kunt het zo gek niet bedenken. Hele sierstukken gaan in een plate en staan op tafel voor de verkoop. Alhoewel... hoe krijg je zoiets mee en waar hang je het?! Kijk, dat Useless zijn kamer opnieuw ingeruimd heeft en misschien nog wel een plaatsje overheeft is tot daar aan toe... zou misschien niet misstaan.
Of zo’n flyplate van een trotse Canadese dame die graag haar werk wilde laten zien en volgend jaar ook wel op de beurs wil zitten binden, fraaie stukjes hoor. ‘t Was toch 14 uurtjes rijden voor haar om hier te komen... knap hoor. Niet alleen kerels zijn dus knetter in hun bekende hobby, als je het knetter mag noemen, maar ook de dames blazen hun toontje hierin mee... en nog goed ook... bravo.
En dan die grote namen van mannen die we vereerden op een bepaalde manier, mannen die we héél lang geleden als voorbeeld namen toen we klein en meer onwetend waren. Snoepten we niet allemaal de woorden en letters uit de boeken en verrijkten we ons. Kochten ons gek of een maatje kopieerde voor ons de filmpjes die maar matig te verkrijgen waren hier. Ach ja, het zijn de voorlopers geweest en nog, maar ik heb goed nieuws voor jullie hoor: Het zijn en blijven gewone jongens gelukkig en ze poepen allemaal door het zelfde gaatje hoor. Niks mis met die gabbers, maar ook niks meer… ze delen net als velen van ons.
Dan die misselijke wind en storm die eigenlijk alles in het water gooide. Jeetje, wat een tegenvaller voor ons. Wij brengen altijd de zon mee en een volle zee met grote visjes, deze keer was het totaal anders. Gewoon even een lekkere knal op je neus krijgen en weer geconfronteerd worden met het feit dat niet alles zomaar normaal is en de vis eraan gaat hangen en Hoppaaa roepen. We gaan tegen beter weten in toch maar even op de fiets kijken aan het strand en proberen... De cane gaat mee, je weet maar nooit.
Haha... mooi niet, kan ook anders gaan en dan…
Dik balen! De wetenschap dat we ons hier altijd scheel of krom hebben staan drillen, spierpijn hebben opgelopen van die bijna constante spanning op de bundels in de bovenarmen, de keel schor hebben gegild met Hoppaaa of Yeah... Hangen en nog meer van de maffe kreten. Mooi niks van dit alles. Nu waren het de wind en regen die alles in het water gooiden, er was niets tegen te doen... En die vis was ook nog niet op de plaats van bestemming, ze waren nog onderweg van het noorden. Ze waren nog niet hier... daar, waar wij waren, punt uit. En daar hielp geen mooie vlieg, of ruikende grote sandeel aan, die lagen gewoon te kijken aan die 14-ponds leader en niets meer.
Geen zwaar tillende handen of grijpvingers naar een dikke blauw gestreepte rakker. Nee en nog eens Nee met een hoofdletter.
Zo’n laatste dag komt dan… Ja, die kwam er onherroepelijk aan en gaat ook weer voorbij, zeker te weten. Je beseft dat er dus nog een klein kansje is om alles goed te maken. Ondanks dat het toch nog redelijk voorzien was van wind en een donkere dag, toch maar die gok wagen en de zee opgaan. Het kan ook zomaar omslaan en dan zit je daar. En of dat alle weergoden, alle Wodans en kornuiten een beetje medelijden met je beginnen te krijgen, sturen ze je een golf met vogels toe die mogen duiken op hele kleine rainfish.
Ennnnnnnn… dan daaronder kijkend zie je plotseling bakken van vissen rondknallen, monsters die als gekken door die horde met hele kleine visjes heen raggen. Grote blinkende lichamen die zich letterlijk en figuurlijk volvreten, niets ontziend alles naar binnen slokken met grof geweld. Alsof ze jaren niet gegeten hebben, alsof ze na die lange reis van een paar honderd mijl zich weer moeten voorzien van kilo’s brandstof. Dan gaat die lijn met die grote, naar paling stinkende, oliegeurende lap vel overboord met een rolworpje. De linkerhand trekt driftig meer meters van de reel af en de lijn vliegt er plotseling met een takkengang vandoor. Ongeloof, niet een week lang gevoeld hebbend... opfokkende, bloedstollende stoot van adrenaline door alle vaatjes heen... nauwelijks verstaand komt er over de normaal altijd heerlijk zoenende lippen (zegt mijn geliefde) een zacht kreetje dat ik alleen maar kon verstaan: “Hoppa.. hangen.”
Jahajaha... en nog op die cane ook. Voldoening en nog eens voldoening. Geloof me maar. En dan mag je na een kleine 15 minuten zo’n gave, snelle en glimmende bluefish in je handen houden... gewoon zomaar. Haha, hij ruikt en stinkt naar sterke geuren van vissenolie van zijn slachtpartij, hij is slijmerig en smerig gewoon, hij is glad en glibberig en loeigevaarlijk die Blue met die gifgroene felle ogen… Maar ook: wat heerlijk zeg…
En dan die Benjamin die zomaar zijn vis kon uitzoeken toen die school voorbij kwam. Kanone wat een joekel zeg en wat gaaf.
En wat te denken van die enorme kop van dat beest zeg, meer dan gaaf zelfs.
En we hadden maar een kleine anderhalf uur te gaan, een dril en werpen, onthaken en een plaatje maken duurde zo’n 15 minuten. Reken maar uit... Ja, juist ja... Dat waren dus de man zo’n 6 vette vissen, niet meer en niet minder. Deze laatste maandag, een dag voor vertrek, maakte alles goed. Zeg maar gerust: “Eind goed, al goed!” Kan terug naar huis met een zeer tevreden gevoel en een ‘ingeviste’ cane rod. Een tot in het handvat buigende hengel die uit een grote dikke bamboe paal is gemaakt, oneerbiedig gesproken, en omgetoverd tot een schitterend functionerend geheel, een vliegenhengel met mooie blauwe wikkelingen in oude stijl. Een gaaf gevoel om het toch nog mee te kunnen maken dat de tent los ging. Met prettige gevoelens keek ik nog een keer naar die gigantische troep die op ons zolderkamertje lag. Oei, dit moest allemaal weer mee en ingepakt worden. Gaat lukken Baak, dit komt allemaal weer terug in Holland man.
Op weg richting vliegveld Philadelphia nog even naar die grote Gokstad Atlantic City om dat beroemde belegde broodje naar binnen te schuiven... hmmmm... en we weten dat we niet om een heel broodje moeten vragen, want dat is bijna een meter lang. Te zien aan die dikke kont zou je zeggen dat die beste man regelmatig een meter naar binnen heeft geschoven.
Het gevaarte hing er aan beide zijden overheen, die kont dus. De tegenstellingen zijn in die stad heel groot, de glamour en glitter aan de zijde van het strand met zijn grote gokzalen en luxueuze hotels en de 2 straten erachter de bouwval waar de gangs leven en dagelijks voor wat schietpartijtjes zorgen…
En die bril met die stoffige glazen! Die steeds maar weer babbelende bril met die doffe glazen die me gek maakte. Die zij alles vergeven, zal er volgend jaar nog wel hangen en zal dan een preek van 10 minuten krijgen. Ach... je moet ook kunnen vergeven, toch?! Ik neem in ieder geval een zak vol van die poetsdoekjes mee om hem voor te zijn met zijn praatjes.
Kon het niet nalaten om toch nog even een terugblik te doen van die 13 dagen naar dat Stripers- en Blues-land......neem me niet kwalijk. Cheers, - terug -
|
||||||||||||