|
Stripers & Blues in the USA - deel 1
Door Theo Bakelaar
Eerste dagen in dat Stekelbaarsjesland… indrukken en ervaringen die mee of tegen kunnen vallen, je hebt het niet voor het zeggen. Filmrolletjes proberen vol te schieten en naar binnen zuigen wat er te zuigen valt. Ennnn… deze keer had ik het nieuwe wonder van Cane niet vergeten hoor. Verwachtingen zijn hooggespannen zoals altijd bij iedere trip die je maakt, wie heeft dat nou niet… Maar… afijn, reis maar mee.

Dit keer de cane niet vergeten... Én uiteraard ook de nodige palingvliegjes vlogen weer mee naar de verenigde staten.
Het ontvangst is op zijn Belgisch: heerlijke koffie en Goddelijke bonbons, wat kan het leven gevuld zijn met geneugten... toch?! De nacht is onrustig. Morgen als je wakker wordt, dan komt die Belgische meneer met die snelle taxie om je te dumpen op dat vliegveld in Brussel vanwaar de trip begint. De koffer is natuurlijk weer te zwaar en er worden wat spulletjes bij Harry in de tas gefrutseld om toch maar door de controle heen te komen. De Starbucks is zoals gewoonlijk goddelijk en glijdt tezamen met het ontbijten naar binnen.

Met circa 83.000 koffiecombinaties een prima plek om de dag te starten.
“Kom Harry, lets go, kan niet meer wachten man…” Aha, daar is de controle... Nou, ben benieuwd, zal wel weer shit geven... En ja hoor, ome Theo mag weer even terugkomen en heeft heel wat uit te leggen over die kleine kogeltjes in zijn tas. “Dat zijn goudkopjes meneer, daar maken we vliegjes van om grote visjes mee te vangen, dikke vissen.” “Awel meneer, vertel meneer, ik snap niet wat vliegjes zijn meneer, aleez.” “Awel meneer... (shit, je gaat zo praten als die mannen daar man), ik ga hier echt niet mee schieten hoor, maar op een haakje doen ennnnnnn... ach laat maar. Hij begreep er niets van en liet me gaan… Ben er aan gewend, altijd is er wel iets als we gaan. Wachtend op die grote vogel zag ik naast ons vliegtuig een ander staan die me niet zo erg trok... alles wat begint met “ihad” of zoiets, ben in niet zo happy mee.

Grote vogel met vreemde krulletjes erop geschilderd...
Nou ja, tussen de passagiers zitten tegenwoordig altijd een paar van die veiligheidsmensen in burger die alles in de gaten houden in die vliegtuigen. Zal wel goed zijn en anders wordt het een partijtje knokken of zo... Hi hi hi, ook niet erg, als wij maar aankomen daar. Maar toch, die krulletjes aan die letters liggen me niet zo erg. De vlucht verliep als een speer en na 8 uurtjes mochten we buiten in de blazende wind wachten op ons vervoermiddel van Uncle Chuckie. Een glimmende witte wagen reed voor en een enorme Viking stapte uit om ons in te laden... Gestoord die gozer... had de muts op zijn kobus staan die op de baby gorilla staat normaal, een muts met goede herinneringen. Geen ponem zeg, maar dik lachuuuuu!

Chuck 'The Dutch Viking' pikte ons in stijl op.
Weerzien na 4 maanden was weer goed en er was weer veel te vertellen over en weer, alleen de praatjes over het weer bevielen ons niet zo goed. Veel wind en regen geweest en de zee was nog steeds ruig en de vis was nog niet gearriveerd. Zelfs de boekingen voor de commerciële bootjes verliepen niet echt goed, ze misten veel inkomen die mannen. Oei, als dat maar goed gaat komen. Nou ja, we zien wel. Eerst maar eens shoppen en een paar cadeautjes aanschaffen voor onszelf. Verbaasd keek ik naar de rijen met taxi’s en grote limo’s die stonden te wachten op mensen die vervoerd gingen worden van het vliegveld. Jeetje wat een bakken van auto’s zeg. Eigenlijk zou het geen verkeerde vliegvisauto zijn: de hengel kan er languit in liggen terwijl je aan de borrel kon totdat je bij je stek was om te vissen. Te gek man, yeah man.

Die twee zwarte exemplaren zouden super zijn...
Altijd toch weer heel aantrekkelijk om in die gigantische shopping-winkels te snuffelen, de dollars branden in je zak en je kunt het niet laten. Na twee uur snuffelen waren we dan een filmcamera en een paar Uggs huispantoffels rijker. Whhhaaaaaa, dat wordt lekker Bankhangen met warme voetjes deze winter met dat Australische bont aan die zweetkakkies. “Hey Har, leg een knoop in mijn broekzak man, anders koop ik die hele verrekte winkel leeg hier en ik heb niet zoveel van die groene biljetjes man.”

Plaatsen genoeg om van je US Dollars af te komen...
Terwijl een Israëlisch meisje mijn handen stond in te smeren met een gel uit de Dode Zee, schoot hij toch nog even een winkel in met van die bestuurbare helikopters als cadeautje voor een kleine man. Probeerde nog bij die gozer om dat ding op mijn kobus te laten landen, terwijl hij bezig was met dat speledingetje. In plaats van dat hij dat ding op mijn platform liet landen, crashte hij tegen een kerstversiering en pats... daar lag dat ding in stukken... Hihihi. De zon zakte weg dus de tijd om te happen brak aan en dat gebeurde op een voor ons bekende plaats... Dikke gefrituurde shrimpjes lagen ons aan te kijken en vlogen door het tochtgat naar binnen, goed happen.
Snel naar huis en de zooi uitpakken en dan de koffer in, leek ons een goed plan daar het tijdsverschil begon te werken. Was wel benieuwd hoe laat het zou worden als de oogjes open zouden gaan de volgende morgen, ligt meestal rond een uurtje of drie in de nacht. Nou ja, we zien wel. “Hey... wat leuk, d’r zitten 3 briefjes in de koffer van de meiden die ze geschreven hebben voor me als ik weg ben.” Heerlijk, dan kan ik nog even wat liefs lezen als ik onder die vette lappen lig in dat kamertje boven die garage in dat toch wel stukkie-ver-weg-land-van-mijn-eigen-koffertje-thuis. Truste mannen, zie jullie morgen weer…
Tweede dag in het land der baarsjes...
Nacht..., ’t is nog dik nacht als de oogjes open gaan. Harry ligt ook al met zijn laptop te spelen onder de dekens, die heeft het dus ook niet kunnen redden om langer te snurken. Is voor ons natuurlijk al rond de klok van negenen in de ochtend... begrijpelijk dus. “Shit... de deur is op slot gedaan van het woonhuis Harry, we kunnen geen koffie zetten man, zonde!” Dat moet je Hollanders natuurlijk niet aandoen om niet bij de koffiekan te kunnen komen, da’s helemaal fout. Oké, dan maar wachten totdat iemand daar wakker wordt. Buiten dan maar even de nodige nicotine aanvullen... Ja, ja... nog steeds ja. Ga hierover nadenken.
Staat 2 huizen verder een figuur op de stoep, zomaar midden in de nacht. Zou het een insluiper kunnen zijn? Moet ik effe meer van weten, ook al gaat het me geen reet aan. Nou ja, dat zal wel gewoontegetrouw de impuls zijn om dat te doen. “Good morning sir…” “Good… good… good… morning to you.” “Early sir…” “Yes, waiting for the newspaper sir…” “What time is that one coming in sir?” “That… that… that… is seven o’clock sir…” “What’s your name sir?” “John… John… John… sir” “Okay John, thats a long time waiting isn’t it?” Oh en hij moest het gras nog knippen ook en een pan soep maken geloof ik, zijn leeftijd zal zo rond de veertig geweest zijn… Niet goed snik dus. Nou ja… wat minder begaafd dan, sorry.
De zon begint te dagen en de deur gaat van het slot. Duizend verontschuldigingen volgen, want dat is normaal niet de gewoonte. Benji is thuisgekomen en heeft hem op slot gedaan. Nou ja, vooruit dan maar, eerst die broodnodige koffie en dan met de camera naar het strand voor wat plaatjes. Wandelend langs de fancy huisjes neem ik wat plaatjes. Alles strak en schoon. Deze huisjes moeten toch een godsvermogen kosten zo dicht bij het strand?! En zo staan ze rij na rij. Meestal maar een tweetal maanden per jaar bewoond – tweedee huisje dus - belachelijk gewoon.

Stulpje voor een paar weken per jaar... gekker moet het toch niet worden?
Het strand ligt er gaaf bij en de zon is net boven de horizon geklommen. “Ziet er gaaf uit, dat wordt weer knallen”, gaat het als eerste door de hersenpan.

Het water trekt, zuigt en lokt... Wanneer...???
We zullen de spulletjes maar eens gereed gaan maken. Teruglopend staart de eenzame bril me aan om me te zeggen dat ik de glazen van mijn stoffige bril maar eens schoon moet maken en me niet blind moet staren op die mooie beelden die ik nu zie op het strand. “Schijn bedriegt”, lijkt hij te zeggen. “Houd je mond man.”

"Schijn bedriegt", spreekt de stoffige bril.
De plannen gaan anders worden, alles inladen en rijden met die handel naar Island Beach State Park. Net zoals vorig jaar, gezellig naar dat bindclubje en misschien nu wel van het strand af vissen voor de deur. Toen ging het helemaal mis: teveel wind, hoge golven en niks te vissen. Hahaha, even wraak nemen dus. Eerst nog even een stevig ontbijtje pikken in de stad en dan gáán met die banaan. Nieuwe eettent en nog goed ook. Voor een luttel bedrag gedeeld door drie personen, was dit geheel niet verkeerd. Maar altijd die verrekte eieren....pfff.

Dollars voor een regelmatig terugkerend luchtje...

Op naar dat eiland… De glimmende wieldoppen van de bolide van 'The Viking' zouden ons daar in een uurtje of 2 rijden naartoe brengen.
Chuck wil nog even stoppen bij Jim om te vragen hoe de stand van zaken is met de visserij voor de komende week. Niet veel goeds dus: “Vanaf morgen gaat het waaien en dat zal zo een dag of drie blijven”, is het antwoord dat we niet horen willen. De zon schijnt en ik kan het maar moeilijk geloven. Nee, dat wil er niet in bij ons, we zijn tenslotte gekomen om hier grote vissen te vangen en plagend stap ik op zijn fiets met hengelsteun om te vertrekken naar het strand voor een potje vissen.

De lokale dorpsgek... niet helemaal goed snik zullen we maar zeggen...
De oude kamer van vorig jaar is weer ter beschikking voor ons en als eerste gaan we een kijkje nemen op het strand. Haha... wind recht op het strand en flinke golven te zien. Een enkele visser probeert toch zijn lijn over de rollers te krijgen om een visje haken, als ze er zijn. Ziet er niet echt lekker uit.

Toch zijn er enkele die het niet kunnen laten om een poging te wagen.
Zou die bril gelijk gaan krijgen, zou ik het allemaal door een té schone bril bekijken ons verblijf hier? De club was gezellig, de hapjes waren voortreffelijk en de binders deden hun best met nieuwe modelletjes… gezelligheid alom. Vooral de Chili con carne was verbazend lekker die Bobby Popo gemaakt had thuis. Dat vonden mijn billetjes ook de twee opvolgende dagen... Jonge jonge, wat een gesch….t. Tijdens de wandeling liep ik lekker voorop hihihi. Er is heel wat afgerend wie er voorop kon lopen op dat strand…
Om 04.00 uur gingen de volgende morgen de oogjes weer open… nog effe niet terug in het ritme blijkbaar. Oké, dan maar een paar plaatjes maken van de beach. De zon wilde zich al laten zien met schitterende kleurenpracht, maar die vervelende wind wilde maar niet naar huis gaan.

Tot overmaat van ramp belde onze vriend Jim Freeda met de mededeling dat hij die middag niet uit zou varen daar de wind nog harder zou gaan blazen. Dat was een tegenvaller. Hij zocht de plekjes op waar die mannen rond zouden zwemmen... nu niks dus. Wat hadden we hier nog te zoeken? Terug naar huis dan maar en daar afwachten op dingen zouden kunnen gebeuren.
“Stoffige rotbril”, mompelde ik… “Stoffig kreng... bah!”
We gaan verder in deel 2…
Cheers,
Theo
- terug -
|