Stripers & Blues in the US - deel 8, de terugreis

Door Theo Bakelaar

Wegwezen van dat eiland… Helaas moeten we terug naar ons kleine landje, lekker nog even navoelen. Lange reis voor de boeg, gewoon even nasoezen van 14 lekkere dagen. Kom langs wat herinneringen… nog even wat overpeinzingen.

Oké dan, nog even een nastoot van de terugreis en alles op een rijtje gezet. Je hebt toch tijd genoeg als je die 7000 kilometer weer terug gaat richting huis. Het begint ’s morgens vroeg al in dat huisje daar aan dat strandje: inpakken, hebben we alles mee, nog even een rondje huis en een grondige nacheck. Mijn cap die ik 4 jaar geleden aan een spijker had gehangen, verruilde ik voor een andere. Deze ging mee terug naar huis en de nieuwe mocht blijven hangen en misschien over 4 jaar weer terugruilen voor weer een andere. Ach, zo houd je het levend, toch?! In ieder geval iets om voor terug te gaan. De boot was geboekt naar de overzijde om 08.00 uur en dan moet je er een uurtje van tevoren zijn om ‘in line’ te gaan staan. Noodzaak is dat je daar dan echt op tijd bent. De rit naar die het veer is zo’n 40 minuten, dus op tijd wegwezen.

“En die auto moet ook nog vol mannen. Rammen met die hap. Alles klaar voor vertrekken dan?” We rijden langs de paal met het nest van onze gave visarenden, ze zitten allebei op hun nest, zijn al vroeg wakker. Tot ziens prachtig echtpaar… verzorg je jong goed en wie weet tot ziens.

De weg is rustig op dit moment, alhoewel de eerste gasten voor de echte zomer weer zullen komen binnen een paar dagen. Daarom zijn we altijd voor die tijd weer weg. Als eerste glijdt Menemsha Bay voorbij, ooit zullen we hier terugkomen om het geheim te ontdekken van die Stripers die maar niets willen pakken. Er is door Jamie een tip van de sluier opgelicht; we weten nu meer van hoe en waarom. Reken maar dat we dat dan gaan uitzoeken. Het haventje van de baai laat nog even richting strand zijn standbeeld zien van de harpoenjagende man die zijn grote vis probeert te spiesen. Zullen hier ooit wel voorgekomen zijn en zal wel als voedsel gediend hebben voor de bevolking.

We rijden langs het graf van John Belushi, 'Rock and Roll boys'…doen we man.

Je broer is een aardige vent, dit jaar heb ik hem niet getroffen, zeker op toer of zo iets. Jammer dat we dit keer de beloofde vistrip niet hebben kunnen doen, hij wilde zo graag een castlesje hebben om daarna ook zo’n vlieg je te casten naar die jagende Blues. Past mooi bij zijn naam… Ach, misschien een volgende keer.

Het kleine visrestaurantje langs de weg laat zijn schitterende smeedwerk van het voedsel van de zee nog in een flits zien. Het is een mooi stukje werk, zou misschien wel leuk staan op mijn huisje in Holland. Zou wel apart zijn.

De campground glijdt voorbij. Hier hebben toch een aantal jaren gestaan maar sinds we ons strandhuis hebben is dit niet meer ons plaatsje.

Toch glijden de gedachten weer even terug naar de leuke tijd en onze gasten die een paar dagen langs kwamen om mee te vissen. Daar had je bijvoorbeeld onze knotsgekke Jack Gartside die af en toe twee dagen te gast was. Helaas hij is niet meer, maar wat hebben gelachen met hem! Een bijzondere man die de tent wel bezig kon houden. Als er een vliegendoos was die er totaal onooglijk uitzag, dan moest je toch echt een kijkje nemen in zijn doos.

Zijn waadschoenen waren ook van het bijzondere soort, dat waren zijn dagelijkse schoenen die hij onder zijn eeuwig dezelfde lange broek droeg. Zo reisde hij daarmee en zo viste hij daarmee, als hij voor je uitliep dan hoorde je de waad/zondagse schoenen.

Hij drukte uit beleefdheid ook altijd zijn peuken uit in zijn schoen als hij zat te roken en leegde deze dan als hij zijn schoenen weer aan moest om te vissen of als we ergens heengingen

Hoe het ook mocht zijn als hij viste… hij ving áltijd vis. Het leek wel of hij wist waar op dat moment een vis voorbij zou komen. Hij viste dan ook altijd met een Gurgler en in de haakbocht aan een 50 cm lijntje een sandeel of zoiets geknoopt. Hij trok de vis gewoon omhoog naar zijn vliegen toe, iets wat hij steevast deed en ook altijd vis haakte… Bijna niet te geloven. Bijzondere man.

Plotseling kwam de voor ons bekende geur de wagen binnendringen… Shit… Ergens zal er hier zo’n dooie Skunk liggen, onverdraaglijk die stank zeg. Kan me voorstellen dat dit een goed wapen voor hen is, dit is niet te harden man als zo’n beest je de volle laag geeft, hier kom je maanden niet meer van af. Jack vertelde me eens dat in zijn keuken, terwijl de wasbeertjes zijn ontbijt borden schoon likten, er ook zo’n Skunk op bezoek kwam en die wasbeertjes verjoeg met z’n spraytje…

Hij was een maand niet meer in zijn keuken geweest. Bijzondere man die op zijn Harley over de Amerikaanse wegen knorde en op zijn stuur een vice had gemonteerd en onder de lange ritten een vlieg zat te knopen… Ongelofelijk die gabber, wat een genieter en stuntman was hij toch. Je kon het niet zo gek bedenken of hij was er voor in. Ik mis hem echt.

Het is wat mistig, hoop dat alles een beetje op tijd gaat, want we moeten toch redelijk op tijd in Woodshole zijn voor de bus naar Boston. Echt zo’n lekkere ‘Peter Pan-bus’ die grotere afstanden knalt.

Redelijk bedrijvig reeds bij het haventje, die boten zijn altijd volgeboekt. Je moet reserveren, maanden van te voren, anders is het helaas pi… juist ja. We zijn op tijd en geen vertraging zo te horen… Mooi, dat loopt op schema tot nu toe. Op tijd vertrokken en wegwezen nu. Dag eilandje… dag, dag. En hopen dat het huisje niet verkocht is volgend jaar. Er was 300.000 dollar van de vraagprijs afgegaan en ze had goede hoop dat het nu eindelijk wel verkocht kon worden… Wat een prijzen zeg… De vraagprijs was 2.5 miljoen… of je dat zomaar uit je mouw schudt… kanone.

Onze grote zeilboot met de bekende Black Dog-vlag lag weer afgemeerd in de haven. Mooie boot zeg, zoiets wordt als opleidingsschip gebruikt, begreep ik uit de verhalen.

Dag mooi eilandje… tot ziens misschien. Hangt er van af of dat het huisje nog beschikbaar is. Ach, misschien vinden we wel iets anders, zal best wel veel verhuurd worden, maar of de prijs ook nog redelijk zal zijn? Het schip stampt verder richting vaste land en het eiland verdwijnt uit zicht… weg… voorbij… nu voor dit jaar zeker.

Zo zijn er toch een bak vol met overpeinzingen voorbij gegaan, dingen die je niet mag vergeten of in een hoekje leggen… Ze zijn bijzonder denk ik en mooi… houd vast.

Mooi zo, de bus zal over een uurtje hier zijn. Gaaf op tijd alles dus. “Hey Chuck, thanks for everything man, it was great again, thanks again and drive back home save.” “Hey guys, yeah, it was fun and thanks for the cooking man, liked it very much.” “Always welcome man, come here man, a big hug.”

En zo geschiedde… De auto verdween achter de huizen en nu was het zeker voorbij. Onze taal kon weer gewoon onze Moerstaal worden en aan de verdere trip beginnen richting Holland. Toch wel vreemd zo: je babbelt twee weken die andere taal om iemand niet uit te sluiten als je wat zegt en nu mag het opeens weer je eigen taal zijn. Huh… raar.

Hahaha… onze chauffeur kende ons nog! We hadden elkaar al enkele jaren lang gezien in deze bus en wat gekletst onderweg naar Boston. Hij wist nog precies de chocola te herinneren van de vorige ritjes. Helaas, deze was geheel opgegaan in Martha’s Vineyard. Jammer. We hadden onze Ipadjes snel uit de tas getoverd om van de service gebruik te maken om een berichtje naar huis te sturen. In die bussen hebben ze gewoon lekker verbinding, gratis. Het vliegveld Boston was voor ons zachtjes aan ook een bekend iets geworden, de shops, de eettentjes waar je die overheerlijke Clamp shoulder-soep kon eten, traditie voor ons om dat even te doen. Moet toch eens om dat receptje vragen, echt smullen.

Tja, dan krijg je daarna toch echt die controleshit van die poortjes enzovoorts… Zou alles toegestaan zijn wat we bij ons hadden? De Uggs liggen veilig in de grote tas, de reels en vliegen ook, vice ook… dus wat kon er fout gaan? Aha, alle spullen zoefden door de tunnel en zag ze er aan de andere kant uitkomen. Oké, geen gedoe dus. Nog even met de armpjes omhoog voor zo’n doorlichtkastje staan een dikke 10 seconden en Ome Theo piepte niet... Hoera! Ennnnnnnnnn, dat was nou net effe een vergissing: er stonden plots 5 man op me te wachten en mocht wel effe op een matje gaan staan met van die voetprints erop… hahaha… Echt lekker Amerikaans. Ome Harry stond naar me te kijken en wist al hoe laat het was: dikke controle… Ja goed, maar waarop dan? Ik piepte toch niet?!

Mocht braaf mee naar een kamertje apart en mocht wederom op zo’n matje staan. Alles goed en wel, maar ik wilde wel mijn bagage in de gaten kunnen houden, dus alles ook naar binnen en recht voor mijn neus graag, zodat ik het kan zien. Nou, dat werd schoorvoetend gedaan, want je hebt nou niet echt veel te zeggen daar. Er werd me uitgelegd dat er iets verdachts geconstateerd was en daarom die controle en of ik mee wilde werken. Keek nog even naar die 5 man en bedacht me toch niet zo heel lang… Oei, daar trok die chef denk ik een paar van die glibberige latex handschoentjes aan… Oh my God… gaan we vreemd?

Kende dit maar al te goed vanuit de bajes… “Wilt U effe bukken meneer…?” Mocht de armen zijwaarts doen en zo blijven staan… er moest gevoeld worden… alles. Hij gaf steeds uitleg en het ging op een rustig manier, heel voorzichtig en redelijk secuur. Had ie beslist meer gedaan die chef. “Sir, bla bla bla bla… how am I doing?” “Well if you can do it a little bit with a softer touch, I would prefer it better…” Hij keek naar me en wist niet wat hij er mee aan moest en schoot toen in de lach. De 5 volgelingen keken me met grote ogen aan. “Well other Sir, I’ve worked in a state prison… did this job many times with prisoners, so I know this works and believe we did that in a better way.”

Verbazing alom en weer wist hij niet gelijk wat te zeggen. Nou ja, even uitgelegd waar je extra op moest letten, enzovoorts… Hij moest toegeven dat het interessant was. Toen ik vroeg wat nou precies de reden was dat er gecontroleerd moest worden, gaf hij aan dat toen ik voor dat röntgenkastje stond er verdachte ronde buttons te zien waren geweest, konden wel eens springstoffen zijn in klein formaat. Mooi zo… waar dan? Nou, dat was ter hoogte van mijn plassertje…

Mooi zo, daar zitten 4 ijzeren ronde knopen van mijn gulp Sir. Schoot daarbij in een lachbui wat bij de 5 volgelingen weer wat verbazing opwekte met zoiets van: hoe durft hij? Je kunt het ook gewoon even vragen, toch?! Ome Harry stond geduldig te wachten en schoot ook in de lach toen ik hem de story vertelde. “En…” “Nee man, heb niet hoeven te bukken hoor, had je leuk gevonden zeker hè?” Glimlachend liep die gozer verder en schoot een kioskje binnen.

Schijnbaar had er iemand haast om in Philadelphia te komen en moest dit vliegtuig hebben. Wij vlogen ook dit stuk terug en vandaar naar Brussel. Er werd dan ook verschillende malen door de speaker aangekondigd of iemand twee plaatsen wilde verkopen voor $ 500 per stuk. “Hey Harry, zullen we onze plaatsjes verkopen man, dan hebben we de volgende trip gratis man?” “Nee man, ik ga naar huis, over twee dagen weer werken… aan de bak man.” “Bah… aan de bak, vies woord man voor mij.” “Doe jij maar man, ik stap over 5 minuten in.” “Oké man, goed dan, op naar Philie en dan naar huis…”

Na uren en uren vliegen, waarbij je echt niet kunt pitten, bonken de wielen op Belgische grond neer… Landing geslaagd… Lang geleden klapten mensen nog als ze veilig op de grond neer kwamen… Nu is het een saai zooitje dat zo snel mogelijk naar de koffertjes wil en door de douane heengaan. Sta buiten het gebouw een peuk te roken, want die nicotine vroeg helaas om aanvulling. Harry zoekt de chauffeur die ons naar zijn huisje zou brengen met de taxi. Als ik onze vriend weer eindelijk vindt, staat hij oog in oog met de taxichauffeur die ons niet mee wil nemen naar huis… Hij had gisteren al twee uur staan wachten en wij kwamen maar niet opdagen… Foute datum doorgegeven, bleek inderdaad… Wwhhhaaaaaaaaa!!!

Kanone… Dat was snel naar beneden gaan waar een trein ons mee zou kunnen nemen naar Leuven vanwaar een taxi ons naar Harry’s huisje bracht. En zo zie je maar weer: er zijn altijd van die leuke of minder leuke dingen die kunnen gebeuren en die zo’n heerlijke overpeinzende terugreis op je beeldschermpje vastzet… Heerlijk. Het was allemaal een heerlijke afsluitende nastoot van Stripers & Blues vanuit de U.S.

Ennnnnn… ooit zal die trip weer wel een keer gemaakt worden op dat eiland met die wonderbaarlijk mooie en sterke vissen die zo graag happen naar die Nederlandse vliegjes. Die grote visjes die zo sterk zijn en zich iedere keer weer te pletter schrikken als ze zo’n vlijmscherpe haak door die lip voelen gaan waardoor ze nou niet zo lekker meer kunnen jagen achter die heerlijke, lange, slanke visjes die daar zwemmen. Waarschijnlijk verkleuren die mooie blauwe strepen wel tot vage, zachte lijnen van schrik als ze die gigawoeste kreten horen als ze in dat gekke, toch smakelijke visje bijten… Knotsgekke rare kerels zeg… Soms met van die knaloranje, gekke hempies aan of van die rare, blauw-wit gestreepte broekjes aan. En dan die ene gozer met dat gekke rode petje op z’n kop… Nou, dat is helemaal een gestoorde Joep zeg… Die hoeven we voorlopig niet meer te zien hier… Loopt een beetje van die piercings uit te delen...

Whhaaaahahaha... Mannen, bedankt weer…’t Was gewoon weer gaaf hier op dat drijvende stukje grond in die onmetelijk grote plas water. Ennnnnn… dat meen ik.

Cheers,
Theo

En jullie krijgen allemaal ook de groeten van Billy Blue!

En ook een beetje van Harry… ‘the squid-man’.

- terug -

FlyFever.com - VliegenFlyFever.com - Foto´sFlyFever.com - VerhalenFlyFever.com - Extra´sFlyFever.com - Contact
Copyright FlyFever - niets van deze site mag worden overgenomen in welke zin dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.