|
||||||||||||
'Race Duckie'door PjotrPeter 12 Jaar geleden ontmoette ik ‘Race Duckie’. Rare gewaarwording hoor om op het matje geroepen te worden door een ventje van 11 jaar in een rolstoel. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Z’n opa die bij hem was, begon al excuses te maken voor de, zo vond hij, brutale uitlatingen van z’n kleinzoon. Over irritatie gesproken. Nou daar kon ik ook wat van, van dat gevoel bedoel ik. Hoe haalde die brutale aap het in z’n hoofd? Wederom een aanroep van dat manneke, zo van: “Hey meneer (toch wel beleefd), u mag helemaal niet uw sigarettenpeuk zo maar weggooien, is slecht voor de natuur!” En dan ook nog te bedenken dat ik in een baggerstemming was. Was namelijk net gezakt voor m’n jaarlijkse sportkeuring. Was te corpulent en te onsportief… dus alleen geestelijk ontwikkeld op dat moment. Eigen schuld dikke bult. Ik dacht: “Ik ga dat manneke eens even vertellen hoe ik erover denk en vraag of hij mij rustig wil laten vissen met de belofte dat ik geen peuken meer in de natuur zal laten liggen…” Enigszins geïrriteerd zag ik hem naderen en steeds meer spullen aan z’n stoel hangen. Nogal wat medische zaken, maar ook blinkertjes, dobbertjes en stickers van sportviszaken. Hij had een plateautje waarop z’n aasbakje stond en alles zo opgesteld dat hij er makkelijk bij kon. Een hengelsteun zat bevestigd aan z’n armleuning en met een knopje kwam die omhoog, daar sloeg hij dus mee aan. Ik stond naast hem en z’n opa en keek naar dat smoelwerk. Tja, oké, heel erg voor zo’n jong, maar heeft wel een verwend stemmetje met z’n “Meneer, geen peuken meer laten liggen.” En ineens stond ik daar, met m’n mond bomvol met tanden. Want wat zei dat ventje, en keek me indringend aan: “U bent toch niet boos?” Ik slikte een keer en zei: “Nee hoor…” Hij ging verder: “Ik ben Racello en dit is m’n opa.” Starend in het water vertelde ik mijn naam. “Hoi”, zei ie blij en vrolijke opa gaf me een hand. Ik, de grote man, was m’n weerwoord, dat ik wel even zou geven, helemaal kwijt. “We gaan maar over vissen kleppen”, dacht ik en deed ook zo: “Heb je al wat gevangen?” Standaard die vraag, denk ik. “Nee nog niet”, zei Racello, "maar gisteren had ik er 4 en eergisteren ook." “Kom je hier vaker? Woon je hier in de buurt?” vroeg ik hem. “Nee”, zei Racello, “ik ben tijdelijk bij opa en oma, want m’n vader en moeder hebben ruzie.” Z’n opa knikte bedroefd en legde het een en ander uit. Na wat heen en weer geklep waren we al rap twee uur verder en het werd een leuke en gezellige boel. Maar verdrietig was het geheel wel. Racello was erg ziek. Opa vertelde mij dat het misschien een jaartje zou duren nog. Racello zei toen: “Ja, en ik ga er nog wat van maken, want er kan toch niemand wat aan doen!” Ik ging m’n hengels aftuigen... Als ik maar niet naar dat manneke hoefde te kijken. Na enige tijd en nog wat geklep, spraken we af om eens een keer ergens anders te gaan vissen. “Ja, maar opa moet mee hoor!”, sprak Racello. “Tuurlijk”, zei ik, “Opa gaat ook mee.” Wij een datum en tijd afgesproken en m’n adres en telefoonnummer meegegeven. Zover kwam het niet eens, want nog voor de afspraak ging de deurbel en ja hoor, Racello met z’n stoel aan de deur. “Is opa er niet bij?” vroeg ik hem. Hij begon te lachen. “Opa weet niet dat ik naar u toe ben, want weet u, opa woont hierachter. Heb het op de kaart eerst opgezocht…” Ondertussen ging binnen de telefoon. Mijn vrouw nam op riep dat het voor mij was. Het was opa, lichtelijk in paniek: “Racello is er niet, ik denk dat hij al op weg is naar u toe.” “Nou, dat klopt… hij is hier”, vertelde ik hem. Opa was ook al snel aanwezig en wij met z’n allen m’n auto in. Dat ging niet zomaar met Racello z’n stoel en al z’n spullen, maar we konden uiteindelijk op pad. Op de stek aangekomen hetzelfde ritueel, maar dan omgekeerd. Het mannetje zat te genieten, geen woord of wat dan ook over wat hij mankeerde. Hij sprak alleen maar over vissen en duidelijk was wel dat hij het theoretisch heel goed wist. Opa had allerlei zaken aan z’n rolstoel aangepast en gemaakt, maar wel op aanwijzingen van Racello. Het functioneerde nog ook allemaal. Op sommige momenten stond ik echt paf, kwam er weer een of ander mechanisme tevoorschijn. En een humor die dat manneke had met z’n jonge jaren! Zo van: “Ik moet even aan de drank hoor!” Kreeg ie even een ander infuus aangelegd van opa… en ga zo maar door. Samen hebben we nog heel wat keren gevist en hij kwam regelmatig bij ons op visite. Uiteraard ook wel eens wanneer het ons niet uitkwam, maar dat was hem vergeven. Altijd kwam hij met een cadeautje en ook maakte hij samen met opa dobbertjes van balsahout. Prachtige dingen… Heb ze nog steeds. Hele gesprekken met dat manneke gevoerd en wat was het een wijs jong voor z’n leeftijd. Eigenwijs ook, want sommige dingen waren toch echt anders dan ik vertelde, zo had hij gelezen. Ik moet zeggen dat ik veel aan hem heb te danken, heel veel. Heb geleerd door te zetten, nog meer. Ergens anders is het donkerder dan bij jou, of juist lichter. Alles is betrekkelijk. Materialisme kan een vlucht zijn, neem het leven zoals het komt, leef je leven uit en met overtuiging. Deel wat er te delen is. Egoïsme? Smijt het weg. Respect, doe daar je best voor. En zo kan ik nog wel even doorgaan. ‘Race Duckie’ noemden we hem, want z’n stoel kreeg een knalgeel kleurtje, er kwam een grote toeter met luchtcompressor op en van roestvrijstalen pijpen hadden we uitlaten gemaakt. Met grote letters hadden we er ‘Race Duckie op geschreven. ‘Race Duckie’ is er nog, maar Racello niet meer. Dit sportief corpulent ontwikkeld persoon is trots hem te hebben gekend. Wat de waterkant al niet brengt… Kijk om je heen en wees nooit de enige op de wereld. PjotrPeter - terug - |
||||||||||||