Ome Jaap... Een kleurrijk figuurOme Jaap...

"De plassende karperman"

door Theo Bakelaar

De telefoon rinkelde op het moment dat de soep heet naar binnen gleed en een krakerige oude stem met zwaar Amsterdams accent aan de andere kant vroeg: “Gabbertje, gaan we vanmiddag effe een karpertje haken?”

Ach, ik zag het al weer voor me, natuurlijk kon ik weer met al die visspulletjes gaan lopen sjouwen, voor alle korsten of broodballen zorgen, aanvullende hengelspullen meenemen (want veel had ie niet), stoeltjes uit de tuin halen en voor de versnapering zorgen… Ga zo maar door.

Toch was het altijd wel heel leuk om met die zwaar oudere, krombenige Amsterdammer met giga witte krulsnor te gaan vissen. Er was altijd wel iets dat gebeurde, iets waar je totaal niet op rekende, altijd verrassingen.

Nou ja, ik wilde het wel meemaken, want lachen kon je altijd wel om Ome Japie. Hij was zo’n echte pechvogel en zijn visspulletjes waren van zo rond 100 jaar voor Christus, heerlijk zeg. Je moest ook altijd de spulletjes dubbel meenemen, want geheid kwam het aan de waterkant: “Hey gabbertje, heb jij dat en dat voor me?” of: “Doe effe dat hakie voor me an dat touwtje.” Je kon het gewoonweg niet weigeren bij hem of zeggen dat hij dat mooi zelf mocht doen, zijn blik achter die ronde brillenglazen waren als van een jong jochie, vragend en zielig kijkend.

Hoe ie het voor elkaar kreeg weet ik niet, maar hij stond altijd in een mum van tijd op de stoep en hing aan de bel, je zou bijna zeggen dat ie op de hoek mobiel stond te bellen. Dat kon helemaal niet, want die was er nog niet. Volgens mij stond hij thuis, een paar blokken van mij vandaan, gewoon met zijn tasje visspulletjes in zijn hand te bellen. Hij wist gewoon dat we toch zouden gaan.

We hadden wel geluk met het weer. Een schitterend zonnige dag en de hele middag nog voor ons, dus snel de auto vol laden en wegwezen.

“Jaap, wat denk je van de mooie wielen daar aan de dijk om een lijntje uit te gooien?”

“Lijkt me wel wat gabbertje.”

“Heb je de vergunningpapiertjes bij je Jaap?”

“Mot dat dan?”

“Nee, niet echt Jaap, die hebben ze voor niets gemaakt en ingevoerd…”

“Komt goed uit dan, want die heb ik niet.”

Nou ja, dan was je gewoon snel uitgebabbeld.

’t Plasje lag er mooi bij en ik wist dat er hier flinke karpers lagen. Mooi zo, dat zouden een paar genoeglijke uurtjes kunnen worden. Had er eigenlijk best wel zin in.

Auto werd leeg geladen en alles lag er twee keer omdat, zoals ik al vermoedde, Jaap nou niet zo veel bij hem had. Zwetend sjouwde ik de zooi in drie keer van de dijk af naar het plasje toe waar hij al zat te wachten in het lekkere, inklapbare tuinstoeltje.

“Gaat ie goed Jaap?”

“Niks mis mee zo zeg, effe uitrusten… het was toch wel een hele sjouw voor me om hier te komen…”

“Klopt Jaap, je hebt flink gesjouwd dus rust maar even lekker uit, dan zal ik alvast de visspulletjes klaarmaken…”

Nou die kwam dus ook niet aan, hij bleef gewoon op z’n krent zitten alsof hij inderdaad zich wezenloos had lopen sjouwen met de spullen.

Eindelijk stond de hele santemekraam gereed voor aktie en kon hij de enorme deegbal te water laten. Nou, dat ging dan ook met een zwaar atletische zwaai. Kanone, die bal vloog met een gigantische vaart naar de overkant en verdween met veel geritsel de struiken in.

“Mooie worp Jaap, knap gedaan, maar daar zit nou niet echt veel karper hoor.”

“Hard ging die hè… en ver zeg, balletje er zeker niet goed aangedaan.”

Opnieuw ging een half brood aan de haak en eindelijk, na zo’n kwartier, zat het spul op de klapstoel. Zijn hengel stond op twee steuntjes, een stukje foliepapier hing op de lijn om de oploper aan te geven c.q. te registeren.

Na een uurtje turen naar het papiertje begon hij wat zenuwachtig heen en weer te schuiven op zijn stoeltje en kwam hij met de vraag of ik wel of geen sappie had meegenomen. Koffie, dat wel, dus het werd koffie die slurpend naar binnen ging.

“Mot piesen gabber, die koffie werk op mijn blaas…”

Hij vertelde ook altijd alles wat hij ging doen en stond op, draaide zich om, friemelde wat aan zijn broek en even later hoorde ik een giga waterval neerkletteren in het gras. Bij zoiets moet je gewoon op je schoenen spetteren, kan niet anders, jeetje zeg.

En of het altijd zo moet zijn, of het zo moet wezen… volgens mij weten ze dat daar beneden in die plas, voelen ze dat aan daar onder die wateroppervlakte… het zilverpapiertje liep tergend langzaam omhoog. D’r zat beet op… Een vis snuffelde aan zijn bal brood en was van plan het te slikken ook.

“Jaap je hebt beet man!” brulde ik naar hem en alsof er een wesp in zijn achterste ramde draaide hij zich al piesende om en stond daar verbaasd met zijn spuitende stok in zijn linkerhand naar zijn omhoog kruipende zilverpapiertje te kijken.

“Gabber, ze pakken hem!” brulde Jaap terug.

“Klopt Jaap je hebt beet, maar je staat vervaarlijk te spetteren tegen mijn klapstoeltje!”

De hengel in de steunen begon zich vrolijk naar voren te buigen en schokte heen en weer. Bleef lekker zitten op mijn stoeltje om te kijken wat er ging gebeuren en hoe Jaap dit ging aanpakken, hoe hij zou handelen.

Het werd een hele komische situatie. Hij wist het zelf ook allemaal niet meer wat moest hij doen: zijn stokje loslaten en naar zijn hengel rennen óf even de laatste druppels eruit gooien en dan zijn hengel pakken. Hij bleef zo een poosje staan in vol ornaat met zijn leutertje in zijn linkerhand al kijkend naar zijn vervaarlijk naar voren buigende hengel.

Het antwoord liet niet lang op zich wachten en de hengel knalde met een rotgang uit de steunen, schoof richting waterkant en verdween langzaam het diepe in.

“God gabbertje, zag je dat, weg… alles weg! Kwijt man, verdwenen man, die krijg ik nooit meer terug!”

Zoals ik al meer gezien heb bij Japie; een opengezakte mond onder die gigantisch grote krulsnor met die rij bruine bijtspijkers daaronder. Hij stond daar nog steeds met die gevulde linkerhand als verstijfd naar het water te staren en mompelde van alles en nog wat.

“Kwijt gabber, weg mijn mooie stokkie dat ik jaren geleden van Mien voor mijn verjaardag heb gekregen… weg.”

Sorry hoor, maar ik zat bulderend op mijn stoel te hikken en stikte er bijna in, ik wist het gewoon… er ging gewoon wat gebeuren vandaag met Jaap in de buurt, er gebeurde altijd wat met hem… altijd prijs.

“Kom op Jaap, we gaan naar huis, je hebt toch geen stokkie meer, laten we opruimen ennuh… doe dat ding terug in je broek joh. Jammer trouwens van dat mooie stokkie, maar eerlijk is eerlijk, ’ t was wel een kanjer van een aanbeet, toch?!”

Hij kon er niet om lachen. Zijn mooie stok van Mien was pleite en ik? Wel, thuisgekomen heb ik het verhaal in geuren en kleuren verteld aan de wederhelft en ben lachend op de bank gevallen en heb daar nog een hele tijd liggen hikken van de lach.

Met die mooie Amsterdammer met kromme benen en die gigantische krulsnor is het altijd lachen geblazen en er kleeft altijd wel een verhaal aan vast als je met hem op stap gaat met een hengeltje.

- terug -

Spro Sports Professionals

Gamakatsu Europe

Elberse International

Scott Fly Rods

Scierra

Hengelsport Arnhem

Hengelsport van Benthem

Martin Troutfitters

TotalFishing

Vliegbinders.nl

WesterMoore BV

Indien je hier een link wilt, mail ons.

FlyFever.com - VliegenFlyFever.com - Foto´sFlyFever.com - VerhalenFlyFever.com - Extra´sFlyFever.com - Contact
Copyright FlyFever - niets van deze site mag worden overgenomen in welke zin dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.