Ome Jaap... Een kleurrijk figuurOme Jaap...

"De Palingstroper"

...Het verhaal kwam weer boven in het koppie aan die dijk daar aan de Maas.

door Theo Bakelaar

Lekker windje, brandend zonnetje, snorrende fietsbanden en wegspringende bierdopjes van waarschijnlijk een leuk feestje daar aan die Maasdijk. ’t Is zondagmiddag… dus laat je van de goede zijde zien en trap een lekker stukje weg op die bike.

De Maasdijk is daar een heerlijke dijk voor met mooi uitzicht en talloze plekjes die je nog kent van een paar uurtjes vissen met de vliegenlat of spinstok. We rijden over de sluis van het afwateringskanaal, dicht bij het plaatsje Bokhoven en ik kijk naar beneden naar de felle uitstroom van de Dieze, die naar de Maas wordt afgevoerd.

“Kijk scheet (vrouw dus), hier heb ik met Ome Jaap, die mooie knakker, vele uren doorgebracht met het peuren op die toen nog overheerlijke paling.” Het hele verhaal komt weer boven en ik schiet in een onbedaarlijke lach. Word niet zo begrijpend aangekeken en toen moest natuurlijk wel het verhaal komen van die speciale avond met die oude, grijze, gesnorde, krombenige Amsterdammer.

Amsterdammer? Zeker weten! Krombenige? Is ook helemaal waar; hij liep alsof hij zojuist van het paard afstapte en ook gesnorde klopt als een zwerende vinger. Een enorme krul naar beide zijden onder zijn neus. Een grote, grijze krul waar je een zeeboot aan vast kon leggen. Zo eentje met een halve pot vet erin gesmeerd.

Ome Jaap lustte heel graag vis, was daar helemaal mesjokke van... en dan vooral van paling, zeker als die in een rooktonnetje had gehangen. Liefst zoveel mogelijk. Hij zat ook altijd met een bamboe stokje, getooid met grote, wit/rode dobber en stevige pier, voor het bejaardentehuis te peuteren op die gladde jongens in dat leuke slootje.

Stapte van m’n fietsje af en het praatje was al snel over die gladde, lekkere, lange vis. “Gisteren man, had ik drie van die knapen hier op een piertje en op zijn ze ook al,” vertelde hij stralend. “Ehhh, ik heet trouwens Jaap en vis jij ook wel eens op paling hier gabber?” Hij noemde mij al snel gabber, echt Amsterdams zeker.

“Nou nee, hier niet… ga meestal aan de Maas ’s avonds met een stevige peur zitten voor een paar uurtjes.”

“Ennuh, vang je daar dan paling?” vroeg hij duidelijk nieuwsgierig.

“Ach ja, soms met twee uurtjes ga ik naar huis met zo’n 3 á 4 pond paling en soms is het wat minder.”

Zijn mond viel open en ik keek in een gat onder die grote, gekrulde snor en zag een enorme rij, reeds bruine bijtspijkers staan.

“Meen je dat nou? Nee joh… je liegt… dat kan toch niet?”

Het kostte heel wat moeite hem te overtuigen dat het echt goed kon lopen daar in die felle uitstroom bij die sluis. De afspraak werd natuurlijk al snel gemaakt, zou hem een keer oppikken en meenemen naar die plek daar bij die sluis. Ach, waarom eigenlijk niet vanavond al?!

’s Avonds een flinke bak regenwormen zoeken en twee hele stevige trossen maken van die wormen. Zo’n tros mag gerust een metertje of twee zijn, dan rond de hand wikkelen en een flinke bonk lood boven die peur. Een kleine twee ons had je daar beslist nodig vanwege de stroming. Dan nog een extra kruisnetje en een emmer voor de vis, wel met deksel uiteraard, want die gladde jongens kruipen zo dat ding uit.

Rond de klok van 23.00 uur Ome Jaap ophalen en tuffen richting Maas. Zelden zo’n opgewonden man meegemaakt zeg voor een vistripje. Hij bleef maar babbelen naast me in de auto, ’t Was meer een kleine jongen dan een man van tegen de 90 jaar.

“Jaap, de auto gaat hier de polder in en we moeten een klein stukje lopen, peuren is verboden en ik wil niet hebben dat ze mijn wagen langs de dijk zien staan. Gaat zo’n 140 gulden kosten als ze je snaaien.”

En daar zat hij ook niet echt op te wachten. Die paar honderd meter lopen was nou niet het ergste voor hem. Volgepakt liepen we in het donker naar de steile kant van het afwateringskanaal naar de Maas toe. Het flauwe oranje licht van de lantaarn op de sluis was genoeg om niet te struikelen. We kropen samen op een klein houten aanlegsteigertje dat groen en glad aanvoelde van het mos en de netjes werden uitgehangen boven het water.

Hij had duidelijk wat hulp nodig om van de steile dijk af te komen. Toch had hij het er allemaal voor over en kroop als een jonge God over dat gladde hout heen, zeker als er nog paling gevangen werd ook. Na hem de truc van het peuren voorgedaan te hebben en wat uitleg over het ‘netten’ van de paling ging het erop los samen.

De stroming was sterk en die twee ons lood boven de peur was echt geen overbodige luxe. De aanbeten waren duidelijk en hard, het liep goed, ze waren los die gladde jongens. Na enkele missers wist hij redelijk de vis over het randje van het kruisnetje heen te slepen.

“Mooi hè gabber, ze vliegen erin als koek. Heb jij er al wat gevangen?”

“Moahh, loopt niet slecht hier, ligt al zo’n pondje of twee in het netje denk ik… Sommigen krijg ik niet over de rand heen, te groot en te sterk, ze vreten trouwens je hele peur kapot.”

Het moet zo een uurtje later zijn geweest toen er plotseling boven onze hoofden op de dijk een auto stopte. Ik kijk omhoog en zie een politieauto staan. De binnenverlichting ging aan maar niemand stapte uit.

“Hey Jaap, de tuten staan hierboven met hun autootje, zit stil man, laat die peur stilhangen in het water en niet bewegen.”

Fluisterend waarschuwde ik de oude man en wachtte gespannen af, zat nou ook niet echt te wachten op de boete van 140 pietermannen.

“Pats, die ligt erin gabber, ze lopen als de neten!”

Zat die oude gek gewoon door te vissen terwijl die politiewagen daar boven onze hoofden op de dijk stond.

“Zit stil mafketel, straks zien ze die bewegingen van je.”

“Ja, maar als ik dat peurtje laat hangen dan voel ik steeds van die keiharde rukken,” fluisterde ome Jaap terug.

Na een dikke tien minuten reed de wagen weg, dat leken wel uren zeg.

“Hey Japie, ik ga kappen voordat die gasten terugkomen joh, ze hebben een waarschuwing achtergelaten denk ik en als ze over een kwartiertje terug komen en we zitten hier nog, dan hang je gewoon.”

Sprong van het steigertje af en trok het kruisnet uit het water, dumpte de behoorlijke inhoud in de emmer en deed de deksel erop. Niet gek, schatte zo een pondje of 4 paling, emmertje half vol. Mooi zo, geslaagd avondje.

“Kom Jaap, pleite hier,” en liep naar boven.

Het kostte hem duidelijk moeite om te stoppen, uiteindelijk gaf hij toe en klauterde de dijk op. Ome Jaap volgde over de hoge dijk in het donker.

Plotseling zag ik lichten over de sluis aankomen, een auto. “Jaap… duiken! De tuten zijn terug” en ik dook naast de steile dijk tegen het gras en bleef gedekt liggen. Naast me hoorde ik een geweldig kabaal.

Ome Jaap had niet gezien dat de afstap van de dijk zo steil was en rolde om. Een emmer vloog door de lucht heen en in de zachte schijn van de oranje lantaarns van de sluis zag ik een emmer door de lucht vliegen met een zwarte streep er achter aan... paling en nog eens paling, hij had vergeten het deksel op de emmer te doen.

Holder de bolder, daar ging hij die gehele dijk af. De auto reed voorbij en het was weer aardedonker om ons heen.

“Japie, wat doe je nou, kom op man, terug naar de auto,” en liep terug naar de auto daar op dat donkere weggetje. Slof, slof… daar kwam Jaap aan, kreun kreun en au wauw, hoorde ik.

“Wat is er loos Japie?”

Hij gooide zijn emmertje leeg bij de auto en zocht naar wat paling, niets maar dan ook niets… alleen gras en nog eens gras. “Heb nog staan grabbelen in het gras naar die lekkere visjes… niks man, geen vis meer en het doet zo’n pijn, ben met mijn ribben over die emmer heen geknald naar beneden.”

Hij stond te hijgen en hield zijn ribbenkast vast… “Een weet je, ik ben zo gek op die vis en nou niks meer.” Krom van het lachen viel ik op de grond en hield mijn buik vast – het deed gewoon pijn dat lachen, kon er niets aan doen maar het hield niet op. “Kom op gabber, ga je thuis brengen en neem de helft van mijn paling mee.”

De volgende morgen kwam die mooie oude man met kromme benen en die giga grote grijze krulsnor langs, handen rond zijn beschadigde, ingepakte borstkas om een bakkie leut en een stevige nababbel van ons peuravontuurtje met lachwekkende afloop. Hij was al naar de dokter geweest en had een stevig verband rond zijn ribbenkas gekregen en moest het rustig aan doen de komende maand.

Mijn paling zwom lekker in een badkuip achter in de tuin om die grondsmaak kwijt te raken en zou zondag de rookton ingaan…

“Tot zondag ome Jaap... en een biertje erbij zeker?”

- terug -

Spro Sports Professionals

Gamakatsu Europe

Elberse International

Scott Fly Rods

Scierra

Hengelsport Arnhem

Hengelsport van Benthem

Martin Troutfitters

TotalFishing

Vliegbinders.nl

WesterMoore BV

Indien je hier een link wilt, mail ons.

FlyFever.com - VliegenFlyFever.com - Foto´sFlyFever.com - VerhalenFlyFever.com - Extra´sFlyFever.com - Contact
Copyright FlyFever - niets van deze site mag worden overgenomen in welke zin dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.