Klein en fijnKleine (droge) vliegen…

Een onderwerp waar eigenlijk maar erg weinig aandacht aan besteed wordt. Jammer. Deze categorie vliegen is naar mijn mening bijna altijd succesvol. Negen van de tien keer wordt het patroon eraan gebonden dat de vorige keer ook goede resultaten gaf of in geval van droge vliegen, een maatje dat relatief makkelijk te volgen is in het stromende water. Best wel logisch. Wil je echter in alle moeilijkere gevallen toch aan de vis komen? Doe er dan eens een mini aan… Heel kleine vliegen werken bijna altijd…

Op het moment dat je in behoorlijk snelstromend water vist met de droge vlieg dan doet de maat er naar mijn mening niet zo toe. Een maatje 10 of 12 Klinkhamer of Caddis bijvoorbeeld is echt geen gek idee. Uiteindelijk heeft de vis niet gek veel tijd om de vlieg grondig te inspecteren en zal eerder kiezen voor een rappe hap dan een weloverwogen weigering. Daarnaast is het natuurlijk voor de vliegvisser een genot om goed de vlieg te kunnen volgen en de aanbeet ook perfect te kunnen zien! Gemak dient de vliegvisser. Echter de situatie is niet altijd ideaal…

Middelmatig tot zeer langzaam stromend water

Met name op middelmatig tot zeer langzaam stromend water kan je grotere vissen treffen. De rivier ligt vaak tenslotte niet alleen maar vol met watervallen en versnellingen! Op deze rustige stekken is heel vaak een te grotere vlieg niet gunstig. Geregeld zie je vis in eerste instantie wel interesse tonen, in welke vorm dan ook, maar vervolgens weigeren waarna totaal geen reactie meer volgt. Gooi je er nog een paar keer overheen dan pakt de vis hoogstwaarschijnlijk helemaal niets meer gedurende langere tijd. Beter is om gelijk met kleinere patronen te starten. Bijvoorbeeld een klein BWO’tje, een kleine Adams parachute of een kleine terrestrial maken een goede start voor het afvissen van de bewuste stek. – Ter verduidelijking: met dit type stroming spot je eerst een vis die je vervolgens gaat aanwerpen. – Meestal zijn langzaam stromende stukken ook gelijk een heel stuk dieper dan de rest van de rivier. Toch vind je om deze diepere plekken ook ondieptes waarbij de stroom ook niet al te hard gaat, en juist dat zijn de plekken om af te vissen!

BWO'tjes

Kleine vliegen doen het vaak goed op langzaam stromend water.

Zo klein dat bijna altijd gepakt wordt?

Dat is dus mijn overtuiging (tot nu toe… verrassingen komen met de jaren). Binnen Europa en Scandinavië zul je denk ik praktisch iedere situatie kunnen trotseren met kleine vliegen. Ik denk dat dit komt omdat het op een gegeven moment zo klein wordt dat de vis het ook wel gelooft. Een klein propje dubbing kan al op een gigantisch scala aan vliegjes (midgets) lijken! Ik geloof dus ook niet zo in het super-imiteren van de kleinere soorten. Wanneer het een beetje in de buurt komt qua proportie dan is het meestal voldoende om naar binnen geslurpt te worden. Ik moet eerlijkheidshalve wel zeggen dat ik in Amerika wel tegen kieskeurige vissen aan ben gelopen met heel kleine vliegen (maatje 20 tot 24). Achteraf misschien wel verklaarbaar omdat de wateren die ik destijds beviste niet alleen door mij werden bezocht maar ook door zo’n honderdduizend anderen… in een dag tijd… Hengeldruk kan dus wel degelijk roet in het eten gooien… Gelukkig hebben we dat hier niet overal.

Enkele voorbeelden uit de doos

Enkele vliegen die ik standaard probeer in bovengenoemde gevallen.

Medelijdenvlieg

Medelijdenvlieg

Kan op maatjes 14 tot en met 20 gebonden worden. Is nu niet gelijk degene die tot de categorie superklein behoort maar vormt wel een hele goede starter voor langzaam stromende rivierdelen. Mede vanwege het feit dat deze vlieg zo ontzettend mager gebonden is en met een subtiele toef CDC, kan deze ook heel delicaat gevist worden en is een graag geziene maaltijd voor de vis. Enkele kleuren waarin je deze kunt uitvoeren: olive, lichtgeel, brown, bordeaux en zwart. Vaak wil ik nog graag de helft van de CDC eraf trekken om een nog dunnere vlieg te krijgen. Wat je ook geweldig met deze vlieg kunt doen wat met heel veel andere vliegen moeilijker gaat, is het door het wateroppervlak heen slaan. Dan vis je hem amper een paar millimeter onder het oppervlak hetgeen killing kan werken! Onlangs nog op de Lenne in Duitsland gedaan op de vlagzalm… In de oppervlakte nauwelijks vis… net onder volop! Zorg hierbij echter wel dat de tippet ingevet is.

BWO (Blue Winged Olive)

BWO

Mocht de Medelijdenvlieg geen resultaat opleveren, mik hem dan niet langer over de stek heen en ga bijvoorbeeld over op een BWO’tje. Liefst in de maat 18. Honderden variaties zijn denkbaar. Parachutes hebben mijn voorkeur vanwege goede ligging in het water en omdat je ze heel dun kunt houden – met zo weinig mogelijk materiaal. Deze vlieg heeft me al talloze keren uit de brand geholpen en dat maakt de liefde voor deze vlieg. Ondermeer in Zweden kon je hiermee geweldige aantallen vlagzalmen verrassen terwijl ze enorm kieskeurig waren.
Ook Wimsema ving op een BWO een beer van een vis op de Traun. Deze opa lag in een zeer rustige poel net na een waterval en greep de vlieg vol.

Grijze kleine

Grijze kleine

Ik weet de naam niet exact dus noem ik hem voor het gemak maar even zo. Simpelweg een staartje van een paar hackle-fibers, een body van Adams-Gray drogevliegendubbing en een kleine, grijze hackle. Geen vleugels! Maar daarover zo meer… Gebonden op een maatje 18 of 20 is dit één van die toppertjes die je in je doosje moet hebben zitten. Praktisch in alle gevallen heb ik hier uiteindelijk vis mee kunnen verleiden. Ongelooflijk wat dat kreng doet. Eenmaal goed ingevet ligt ie geheel bovenop het water en wordt ie rustig verslonden.

Mahogany Dun

Mahogany Dun

Geen standaard Europese vlieg. Ik heb hem leren vissen in Amerika op Clear Creeks. Op het moment dat er volop Duns van het water afkwamen opperde mijn manager destijds dat ik een stadium vroeger moest vissen. En dat werkte. Geen volwassen exemplaar eraan knopen maar een emerger. Het heeft me de dikste vissen opgeleverd op het moeilijkste water! Uiteraard gaan we hier niet even een weekend vissen in Amerika, toch kan deze vlieg ook hier ingezet worden. Weliswaar andere kleuren verdienen de voorkeur als bruin, olijf en zwart. Meestal gebonden in de maat 18 of 20 en uitstekend te vissen in zeer kalm stromend water. Deze vlieg gaat met zijn kontje door het wateroppervlak heen en houdt enkel de CDC-wing boven water. Als staart worden een paar fibers mallard ingebonden, de body is gemaakt van Goose quils, de wing van CDC waaronder tot slot een beetje drogevliegendubbing in bijpassende kleur wordt toegevoegd. Een heerlijk subtiel en effectief donderstraaltje.

You name it

You name it

En mocht niets anders meer werken dan knoop ik er deze, soort van midget, aan. Kleiner gaat bijna niet. Op een maatje 22 of 24 met minimale hoeveelheid bindmateriaal (enkel zwart binddraad en een hackeltje). Een alles-vlieg… Kan alles imiteren en helemaal super.

Lijnen, leaders, tippets en slack

Het materiaal is bij het vissen met de droge vlieg behoorlijk belangrijk. Een goede presentatie is ondermeer afhankelijk van de leader, althans de opbouw ervan, en van de wijze waarop deze op het water gelegd wordt. Zou je dit bijvoorbeeld met gestrekte lijn doen dan gaat de vlieg al snel dreggen, zeker in het geval van heel kleine exemplaren. Door de lijn hoog in de lucht af te stoppen ontstaat er zgn. 'slack'. Dit wil zeggen dat de lijn niet strak op het water komt te liggen en er dus ruimte is om meegevoerd te worden met de stroom zonder dat de vlieg een v-spoor gaat trekken.
Voor een goede presentatie is zoals gezegd ook de leader van groot belang. Een goede tapering zorgt voor mooi overslaan en rustig landen van de droge vlieg. Hierin kan het verschil zitten tussen wel of niet geaccepteerd worden door de vis. Een goede manier om te zien of je leader goed op lengte is door te kijken wat de vlieg doet na het inwerpen. Valt de vlieg als snot op de tippet, dan moet je hem inkorten. Slaat de vlieg terug na volledige strekking, dan moet de leader verlengt worden. Enfin, er zijn vele manieren van leaders bouwen, experimenteren behoort tot de directe oplossing.

Pas op met vleugels op kleine vliegjes!

Een verschrikkelijk lastig euvel van kleine vleugeltjes is dat wanneer ze met vleugeltjes gebouwd zijn kunnen gaan twisten. Gevolg is dat de leaderpunt compleet in elkaar draait en lelijke knopen oplevert. Oplossing is om met dikkere tippets te gaan vissen, echter dat is vaak niet wenselijk. Ik trek er dan gewoon de vleugels eruit zodat dit euvel niet meer gebeurt. Kijk daarom vooral na de eerste paar worpen hoe de vlieg op de leader reageert! Dat voorkomt een hoop ellende.

- terug -

Spro Sports Professionals

Gamakatsu Europe

Elberse International

Scott Fly Rods

Scierra

Hengelsport Arnhem

Hengelsport van Benthem

Martin Troutfitters

TotalFishing

Vliegbinders.nl

WesterMoore BV

Indien je hier een link wilt, mail ons.


Copyright FlyFever - niets van deze site mag worden overgenomen in welke zin dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.