|
||||||||||||||
Illusie of werkelijkheid......aan dat geheimzinnige stukje water Door: Theo Bakelaar Beschermd tegen alle weersomstandigheden, die in dit mooie land voor kunnen komen, loop ik met opgewekte zin naar die liters en liters water toe. Heb me deze morgen een stuk rivier toegeëigend dat hopelijk een mooie aanbeet of een beloning geeft. Het is wat duister geweest deze week met de rivier, het lijkt wel of zij betoverd is, er een vloek op rust of dat er een mystieke kracht aan het werk is. Het is niet te grijpen. Mijn adem stokt als ik door de natte soppende heide heen stap en het water voor me zie, ze ligt daar: de Oscaig rivier. Met haar snelstromende stukken zoekt ze om de enorme rotsblokken heen haar weg naar zee. De mist trekt in flarden over de heide heen en de dauwdruppels sieren de haren van de ‘Oscaig Runner’. Geheimzinnige uitstraling heeft deze vlieg: het is een voorteken...
Ik vraag me af of deze nacht nieuwe zalmen binnengekomen zijn, zalmen die op weg zijn naar hun paaigebied. Het zou zo maar kunnen. De 9-voeter is getooid met een cast vliegen waar de zalm niet omheen kan. De vingers zijn over de harige vliegen heen gegleden in de vliegendoos en stopten bij een ‘Oscaig Runner’ en een ‘Teal Blue and Silver’. Perfecte combinatie. Het bekende geluid van het stromende water komt dichterbij. Ik loop naar een kleine waterval in het midden van de rivier, een plaats waar je een zalm kunt verwachten. Het is een mooie lange uitstroom met diepe stukken die achter een kleine heuvel ligt. Ik besluit om deze pool vanaf de achterzijde te bevissen. Zie ik het goed? Het lijkt wel of er een flitsend voorwerp door de lucht klieft met een snorrend geluid. Even blijf ik staan. Verbeeld ik het me of…? Nee, daar is het weer… Ik stap voorzichtig naar de hoek van dat grote rotsblok en zak wat meer door de knieën. Mijn mond valt open van onbegrip en verbazing, er staat al iemand op mijn geplande stek. Dat beeld zal ik niet snel vergeten. Een grote man staat aan het einde van de pool met een vliegenhengel in zijn rechterhand en plaatst zijn cast met regelmaat op de snelle uitstroom.
Hij moet zo rond de twee meter zijn, is breed geschouderd en draagt een oude waxjas waarvan de rechtermouw aan de onderzijde met een stuk touw provesories is dichtgenaaid. Zijn leeftijd is moeilijk in te schatten door zijn woeste baardgroei. Op zijn hoofd heeft hij een baret met een typisch Schotse ruit van de een of andere clan en hij draagt ook een dito rok, die net boven zijn knieën valt, met daaronder versleten, oude, hoge leren schoenen. Boven die schoenen tooien twee grote, stevige kuiten die over de randen van de schoenen lijken heen te hangen. De kuiten zijn gesierd met grote, op de huid liggende aderen, die ogen als rivieren op een landkaart. Met verbazing kijk ik nogmaals naar die enorme kuiten. Zie ik dat goed? Ik knipper nog een keer met mijn ogen om de mistdruppels te verwijderen. Wie is dat toch?! Wat gebeurt hier allemaal?! Ik durf bijna niet te ademen, geen geluid te maken, angstig om deze geheimzinnige man te verstoren. Gefascineerd kijk ik naar die grote hand die de vliegenhengel met sierlijke beweging van voor naar achter brengt voor de volgende worp. Hij gaat onverstoord verder met het afvissen van de pool achter die grote rots, een song producerend met een vreemde klank voor mij. Welke taal is dit? Het lijkt wel of hij zingt in een oud Schotse taal. Verstaan kan ik het niet, ik noem het maar de ‘Oscaigic language’. Logisch toch? We staan hier aan de rivier ‘The Oscaig’ en ik kan er geen touw aan vastknopen. Het lijkt wel of hij meezingt op de stroming van de rivier, op het ritme van het voorbijgaande water. De dikker wordende mist, de geheimzinnige, onverstaanbare taal, die gigantische kuiten, die Schotse rok en de grote leren laarzen… Het wordt me allemaal teveel. Welke mystieke geest waart hier rond? Wie is die man in vredesnaam?
Plotseling zie ik hem verstarren. De lijn vliegt strak en suist door zijn vingers. Vervaarlijk buigt zijn oude bamboe vliegenhengel en de reel krijst. Hij heeft een aanbeet. Een zalm heeft zijn vlieg gegrepen en knalt richting waterval. Ook ik voel de aanbeet. Ik krijg een beuk op mijn arm en nog één. Een ongeduldige stem klinkt in mijn oren en het is beslist geen ‘Oscaigic language’, maar een luide en sympathieke, Nederlandse stem : “He ho, gozertje, kom je nest uit! We zouden toch die Oscaig rivier van jou gaan bevissen vandaag, waar je gisteren zonodig een zalm moest verspelen? Hij had je lang genoeg geplaagd en je zou vandaag met mij gaan kijken of we hem nu wel zouden kunnen verschalken.” Geschrokken en niet wetend waar ik ben, stap ik de slaapzak uit en wrijf over de pijnlijke plek op m’n arm, waar de dreun op terecht gekomen was. Nee, dit was geen dreun van een zalm die op de vlieg knalt, maar een regelrechte, echte Nederlandse dreun… die hij hoe dan ook, een keer, terugkrijgt. Dat zweer ik. Nog enigszins versuft loop ik naar de eetkamer voor wat inwendige versterking in de vorm van zwarte koffie en toast met Hollandse kaas. Slurpend van de koffie schiet het hele verhaal nogmaals door me heen: Word ik hier nu knetter of is dit een goed voorteken voor vandaag?” De laatste hap van de toast zakt door mijn keel en met een glimlach op de lippen loop ik naar het ‘bunkhouse’ waar de hengels staan en begin mijn vliegen aan te knopen. En weet je wat?! Een ‘Oscaig Runner’ en een ‘Teal Blue and Silver’ vinden allebei een plek op de tippet…
Cheers Theo Bakelaar. - terug -
|
Indien je hier een link wilt, mail ons. |
|||||||||||||