|
Drama...
door A. K. Best - met dank aan Theo Bakelaar, vertaling Jelle Westerhuis
Waarschijnlijk kwalificeer ik me met dit artikel als medeoprichter van de ‘N.O.D.’, de Club van Norse Oude Dwazen. Heb daarvoor dan ook een vrij lange lijst met gerechtvaardigde redenen, maar ik zal het bij de eerste drie houden.
Nummer één op die lijst is mijn voorkeur om alleen met natuurlijke materialen te binden. Op nummer twee staat het toegewijde gebruik van splitcane vliegenhengels en nummer drie is dat ik mijn leaders zelf ontwerp en knoop. Die drie alleen al geven me enorm veel plezier en bevrediging wanneer ik er dan uiteindelijk ook nog eens in slaag om een forel te vangen.
En dan is er nog het genot van het terugzetten van de vis, die vervolgens ook weer een andere vliegvisser plezier kan bezorgen. Vreemd genoeg maakt het me niet uit dat een andere vliegvisser diezelfde vis aan een moderne carbonhengel vangt, op een vlieg die van synthetisch materiaal is gemaakt en aan een knooploze leader geknoopt is. Kan slechts aannemen dat hij/zij het plezier heeft gehad dat aan de verwachtingen voldeed. Maar dat laatste vraag ik me af.
Ik vraag me af of de combinatie van pracht, symmetrie, schoonheid en drama, die de natuur ons geeft, ons echt helpt in onze jacht naar de vangst. Er zullen altijd perfecte voorbeelden zijn van pracht, symmetrie, schoonheid en drama; of het nu de treurig hangende takken van een wilg zijn, de delicate bloei van een wilde bloem, of een vos die een konijn besluipt, het is er dagelijks: pracht, symmetrie, schoonheid en drama.
Ben er meer en meer van overtuigd dat het dramagedeelte in onze sport systematisch om zeep geholpen wordt. Ik heb er dan ook een behoorlijk aantal uren over nagedacht hoe ik dit het beste onder woorden zou kunnen brengen zonder de commercie tegen de schenen te trappen.
Wij kennen nog steeds diezelfde, prachtig gebogen hengel, dezelfde symmetrie van de worp en dezelfde schoonheid van de forel, maar… doen we het drama niet tekort door gebruik te maken van de modernste materialen?
Leidt ons gezamenlijk streven naar perfectie ertoe dat we gaan geloven dat we elke forel die we zien, zomaar moeten kunnen vangen? We kunnen tegenwoordig met de modernste vliegen en de dunste tippets vis vangen en de hedendaagse vliegenhengels zijn het resultaat van ruimtevaarttechnologie die een vlieglijn verder kan brengen, met meer snelheid en nauwkeurigheid dan wij een steen kunnen werpen om een konijn te doden.
Mijn schoonzoon leerde mijn kleinzoon Nick te schaken toen hij ongeveer 6 jaar oud was. Toen Nick mij de vraag stelde: “Opa, zullen we schaken?”, was het niet echt een uitdaging voor mij omdat ik altijd van hem kon winnen. Er zat geen drama in dat spel. Nu Nick 16 is, kan ik er niet meer op rekenen dat ik van hem win en we genieten nu allebei veel meer van het spel. Het drama is er.
Terug naar het vliegvissen. Vele jaren geleden toen ik nog in Michigan woonde, ervoer ik het meer Huron. Dit meer zat stampvol met bruine forel en iedereen die iets met dit meer had, veronderstelde dat de bruine forellen snel enorme groottes en gewichten zouden bereiken. Niemand werd teleurgesteld.
Als vliegvisser met beperkte middelen begon ik een manier te verzinnen om de giganten aan een vliegenhengel te vangen. Het drama was begonnen.
Droge vliegen had ik nooit in overweging genomen, alhoewel het echt geweldig zou zijn geweest om ze op die manier te vangen, ik wist dat ik vrij grote streamers zou moeten gebruiken die de lokale prooivis goed imiteerden. Tevens zou ik er voor moeten zorgen dat deze streamer snel zouden afzinken richting de dikke forellen die op de bodem van een ondiepe baai stonden, althans ik verwachtte ze hier te treffen wanneer ze hun tocht zouden maken richting de paaigronden.
Ik bond een paar streamers van zo’n tien centimeter op maat 2 vliegenhaken met 5x lange steel. Tevens boog ik de haken met een tang in de vorm van 'keelhook' die ik eerder had gezien. De vliegenhengel, waarvan ik verwachtte dat die zulke vliegen zou kunnen wegzetten, was een 9-voets 8-Fenwick glashengel. Die gebruikte ik altijd voor het vissen op bass. De reel was een Pflueger #1498, gevuld met ruim 200 meter backing en een WF8F lijn. De drijvende lijn zou eraf moeten, echter ik had geen geld had voor zo’n moderne, nieuwe zinklijn.
Ik haalde de drijvende lijn van de reel af, bond aan de backing ongeveer 18 meter zware, gevlochten lijn die ze met trollen gebruiken, en daaraan bond ik weer een stuk lijn met loodkern. Tot slot knoopte ik daar een korte, 5-voets leader aan met 2x tippet. De geïmproviseerde lijn wierp als een raket en zonk als een baksteen. Het drama nam toe, maar kon ik de forel ook vinden?
Ik wandelde geregeld langs een lange, ondiepe kant die eindigde in een ronde punt aan één kant van een grote baai, op zoek naar eventueel aanwezige vis. Op een namiddag zag ik, net als de dag ervoor, weer het grote en lange onkruidbed dat ongeveer 15 meter lang en 6 meter breed was. Echter, het bed stond nu op een andere plaats, kennelijk had het zich dus verplaatst! “Wacht eens even”, dacht ik, “daar was twee dagen geleden nog helemaal geen onkruidbed hier!” Ik stopte, keek goed en dacht wat beweging in het bed te zien. Het drama had een nieuwe hoogte bereikt. Mijn hart begon sneller te kloppen en kon de adrenalinestoot door mijn lichaam voelen, terwijl ik langzaam het water in waadde en mijn eerste worp maakte.
Mijn eerste worp viel een kleine meter voorbij de achterste kant van het onkruidbed en ik wachtte tot de gevlochten lijn meegezogen werd, erop wijzend dat de vlieg en loodkern naar de rotsachtige bodem waren afgezonken. Mijn hand trilde terwijl ik de overtollige, slappe lijn binnenstripte en begon langzaam de vlieg binnen te vissen met klein stripjes richting het bed, waarvan ik nu kon zien dat het geen onkruidbed was, maar een school van honderden, zeer grote vissen. Het drama had nu zijn absolute hoogtepunt bereikt!
Op het moment dat de vlieg vlakbij de donkere wolk vis aankwam, kreeg ik een polsverstuikende dreun. Ik hief de oude fiberglas hengel en kon de overweldigende druk voelen terwijl de forel uitweek naar het diepere gedeelte van de baai.
Ik sloeg nog tweemaal aan om de haak stevig te zetten en inmiddels verscheen de backing van mijn angstvallig schreeuwende reel. Vroeg me af of niet alle schroeven van de oude Pflueger eruit zouden vliegen… en zou de oude glashengel de druk wel aankunnen? Twintig minuten en 2 schreeuwende runs later landde ik de grootste bruine forel van mijn leven: 61 centimeter lang en de weegschaal gaf een gewicht aan van ruim vijf kilo… Ik was volledig in extase.
Ik liet de vis op adem komen en liet hem weer gaan. Ondertussen zag ik de school forel zich niet had verplaatst. Ik maakte een tweede worp en werd wederom beloond met een grote bruine forel die hetzelfde gevecht leverde. Een derde worp gaf hetzelfde resultaat, zo ook de vierde. Met de vijfde worp wist dat ik weer een forel zou haken na 2 of 3 strips.
De opwinding werd minder en het drama verdween. Ik stopte na het landen van de vijfde vis en het maken van evenzoveel worpen. Ik ging de volgende dag terug, maakte 2 worpen, ving 2 vissen en ging weer naar huis. Op de derde dag maakte ik slechts één worp, ving een net zo grote vis en stopte met vissen. Ben er nooit meer teruggegaan, ondanks dat we nog jaren in Michigan hebben gewoond.
Het drama was verdwenen en daarmee alles wat me zoveel plezier gaf. Het ging om de zoektocht, niet de beloning.
Nu, dertig jaar later, zien we advertenties over waadpakken die ademen, computergestuurde draaibanken die spoelen produceren die bij duizenden toeren geen moment trillen - ze zoemen in plaats van te schreeuwen. 10x Tippet is sterker dan de 5x van tien jaar geleden. De vliegenlijnen drijven hoger, zinken sneller en schieten verder. De vliegenhengels zijn langer en wegen amper nog iets. En, we kunnen vliegen op chemisch gescherpte haken binden en gebruik maken van materialen die de schitteren, bewegen, dansen, trillen en licht geven in het donker. Elk product belooft meer succes, maar vermindert in feite het drama… tot het moment dat er praktisch geen drama is.
Zijn wij zo geworden dat we verwachten elke vis die we zien te vangen bij elke worp? Is het doel dat we dat vliegvissers willen laten verwachten? Een visarend verzilverd gemiddeld slechts één van de zeven pogingen, waarom zouden wij het beter moeten doen?
Hebben onze forellen zich in één of ander bionische soort geëvolueerd waarmee wij de oorlog aan moeten gaan, om ze perse onder onze voorwaarden te kunnen vangen? Zij hebben geen pantser of elektronische opsporingssystemen, en toch zitten wij ze achter de vodden met veel van dezelfde technologie die ons nota bene op de maan zette! Hebben wij een bepaalde mate van eerbied en respect verloren? Ik denk wel dat sommige vragen bevestigend beantwoord kunnen worden. Ik zie een groeiend aantal vliegvissers die 5 kilo en grotere vissen achterna zitten met een tweetje of zelfs een eentje… met 7x tippet! Zou dat zijn om een beetje drama terug te brengen in het vissen?
Hopelijk zullen deze vissers op een gegeven moment uitgekeken raken op die dagen van 50 vissen en meer, en zullen ze de schade inzien die wordt toegebracht aan het vangen van grote vis die te lang en op te licht materiaal zijn gedrild. Het is te hopen dat ze uiteindelijk stoppen met vissen en ‘Norse Oude Dwazen’ clubleden als ik, weer kunnen laten genieten van het drama van lege parkeerplaatsen, rustige rivieren en schuwe forel, die mijn vlieg op de eerste of zelfs twintigste worp niet zal pakken. Misschien ga ik dan wel naar huis zonder enige gevangen vis en maak ik onmiddellijk weer plannen om terug te gaan.
Ik zal zorgvuldig de vochtigheid van mijn splitcane afvegen, m’n leader opnieuw knopen, de schroeven in mijn reel aandraaien en benieuwd zijn of de wilde bloemfoto’s op mijn ouderwetse camera met rolletje goed gelukt zijn. Het zal een dag of twee duren om ze ontwikkeld en afgedrukt te krijgen. Ik kan wachten. Het is een deel van het drama.
A.K. Best
- terug -
|