|
||||||||||||||
Dozenpraat…(herzien sept. '09) Bijna iedere trip doe ik wel weer (kleine) ontdekkingen en sta veelal te experimenteren met patronen die ik voorheen nooit zou pakken omdat ze in mijn optiek tot de categorie miskleunen behoorden. Thuisgekomen kruip ik weer een keertje achter de klem om de voormalige miskleun verder uit te breiden. Het gevolg is een groeiende berg aan vliegen, vliegen die een plekje móeten krijgen, want weggooien doe ik zeker niet! Hiermee stuit ik op een probleem: ik neem meer en meer vliegen mee, maar verdom het om meer dozen mee te zeulen... Hoe ga ik dit functioneel oplossen?
Klassieke dozen ademen sfeer uit en zijn leuk om te hebben, maar staan toch het mooiste in de vitrinekast met een mooi lichtje erboven. Met het huidige aanbod aan vliegendozen wordt je wat dat betreft helemaal in de watten gelegd. De ene oplossing biedt nog meer uitkomst dan de ander, echter er is in mijn optiek maar één opbergsysteem dat goed is voor je vliegen; degene die de kracht van je vlieg niet aantast. Met het aantasten van de kracht bedoel ik dat de vlieg zijn presentatiecapaciteiten moet behouden. Met name met droge vliegen is dit enorm belangrijk. Een Adams Parachute met een gekromde parachute valt anders op het water dan eentje die intact is. Of dat bijvoorbeeld de kalfstaart gekromd is, ook dat heeft effect op het vallen van de vlieg én het aantal aanbeten. Ook vindbaarheid speelt een belangrijke rol. Streamers bij streamers, nimfen bij nimfen en dan de categorie droge vliegen die ik in kleine en grote verdeel. Zo weet ik praktisch direct wat ik waar vandaan kan halen. Er zijn in mijn optiek slechts twee criteria waaraan een goed opbergsysteem moet voldoen:
Droge vliegen Een open vliegendoos zonder vakverdeling werkt subliem. Wanneer ik met droge vis, heb ik er normaliter twee doosjes op zak, eentje voor de kleintjes en één voor de grotere soorten. Zo blijven de vliegen vrijwel onbeschadigd en de opslagcapaciteit is super. Ook weet ik vrijwel direct in welke doos ik moet poeren als ik aan het vissen ben. Enig nadeel met deze dozen is dat de vliegen nog wel eens in elkaar willen hangen. Met name de vliegen die voorzien zijn van yarn of dubbing, willen nog wel eens samenklonteren. Toch blijven ze, na voorzichtig lostrekken, uitstekend te vissen en daar gaat het tenslotte om. En..., niet geheel onbelangrijk, ze blijven drijven!
'Grote-vliegen-doos'.
'Kleine-vliegen-doos'. Nimfen Foam boxen zijn ideaal en bomvol te proppen. Uiteraard trek je, door de diktes van de haken en de weerhaken, het foam op een gegeven moment kapot, maar dat duurt een heel tijdje. Er is eigenlijk altijd wel weer een ‘vers’ stukje foam te vinden waarin je de vlieg kunt steken. Ook deze dozen blijven drijven. Ik draag normaal één nimfendoos bij me en prik die dan ook helemaal vol. In beginsel kun je kleine en grote over links en rechts verdelen, maar dat wordt bij mij al vrij snel een rotzooi door elkaar, heeft ook wel z'n charme vind ik. Bomvol te proppen. Streamers Alle normale streamers gaan bij mij ook de foambox in. Het is wel beduidend minder efficiënt maar ja, met z’n allen in een open doosje wordt een regelrechte ramp. Zeker wanneer kunstmatige haarsoorten gebruikt zijn, zoeken de vliegen elkaar direct op en laten elkaar lastig los. Het is dus zaak dat de haakpunten verborgen zijn en dat gaat uitstekend in een foambox. Snoekstreamers neem ik meestal in een map mee, of ik leg er een stel los in de auto. Mappen zijn naar mijn idee een efficiënte manier van transport, zeker als je de hele dag aan het struinen bent en niet te veel zooi wilt meesjouwen.
Grotere streamers in een wat grotere foambox. Als de haakpunten maar verborgen zitten. 'Doeldozen' Tot dusver kun je de belangrijkste categorieën goed organiseren zonder ze aan te tasten. Echter, wanneer je veel op een bepaalde vissoort vist, maak je hier over het algemeen een specifieke 'doeldoos' voor aan. Zo kun je een karper-, Oostvoorne-, zalm-, winde- of zeeforeldoos aanmaken, geheel ingericht op je eigen visserij. Dan kun je ook nog een 'favorietendoos' hebben en dat is er voor mij maar eentje: de 'big-eye minnow doos'! Hierin heb ik een stuk of wat big-eyes in een stel kleurvarianten en gewichten, inzetbaar op de visserij die ik in mijn directe woonomgeving beleef.
Voor snoekbaars, baars, roofblei, zeebaars, pollak en gul gaat in ieder geval de big-eye doos mee. Zelf heb ik nog maar een paar doeldozen: voor de zeeforel (tevens gebruikt voor de schaarse momenten op het OVM) en de zalm, hieronder verder toegelicht. Zeeforeldozen Ik heb bij mijn maatje Wimsema inmiddels al zoveel roest in de dozen gezien, dat ik het maar eens tijd vond om de foamboxen voor deze visserij in te wisselen voor waterdichte... Zelf heb ik slechts één keer met bruine vlekken in de doos gestaan. F*ck! Moet ik weer nieuwe gaan binden... Dat gebeurt mij dus niet meer... hoop ik. Heb een jaar geleden een Scierra-box gehaald. Op zich prima, kost de wereld niet en is waterdicht. Toch is het me al overkomen dat de foamplaat losliet van de box en daar word ik niet vrolijk van... Moet ik nog eens vastlijmen of gewoon een goede C&F kopen. Zeker met het vissen op zalm en zeeforel wil ik niet teveel rotzooi aan mijn lijf hebben hangen, hoe minder hoe beter en ik wil zo vrij mogelijk kunnen bewegen. Twee dozen moet meer dan genoeg zijn.
Beschermd tegen de verwoestende werking van het zoute water.
Gevolg? Roestende haken die lijnbreuk veroorzaken en vliegen die bijna niet meer uit elkaar te halen zijn. Zalmdozen Bij het vissen op zalm heb ik twee, maximaal drie dozen mee. Eén foambox waarin alle enkele en fleurhaken zitten en dan nog één met vakverdeling waarin ik de tube-flies houd. De vakverdeling is handig om zwaarte en grootte te onderscheiden. Daarnaast moet ik een separaat vakje hebben voor de dreggen/ fleurhaken. Deze wil je niet in aanraking brengen met de vliegen, dat wordt een bende.
Hoe minder hoe beter. Tot slot… Het belangrijkste is dat je je eigen systeem vindt waarmee je het lekkerst staat te vissen. Wanneer het niet wil lukken, denk dan niet aan de patronen die je juist niet bij je hebt, heeft toch geen zin. Probeer met de aanwezige vliegen je doel te bereiken en dat kan ook betekenen dat je vliegen moet gaat strippen! Ik doe dat heel vaak en het levert succes op. Zo kun je een parachutevlieg of een BWO beter laten vallen door hem onder zijn kont te duwen, een streamer effectiever krijgen door hem uit te dunnen, rubber-legs verwijderen zodat ie wel vol gepakt wordt of een nimf over het klitteband van je waadpak halen om hem grover te maken. Zie de situatie en pas je vliegen er op aan!
Bind er eens wat geks aan, zo kom je gegarandeerd verder. Koop vliegendozen niet omdat ze mooi zijn. Ze moeten het doel dienen en dus je vliegen makkelijk vindbaar houden en niet benadelen qua vangkracht! En misschien wel de allerbelangrijkste tip van allemaal: bind er eens wat geks aan... Het leert je meer over de visserij dan wat dan ook. Ruimtebesparing moet je nastreven. Voor je het weet ben je een pakezel… - terug -
|
Indien je hier een link wilt, mail ons. |
|||||||||||||