|
||||||||||||||
|
Bron: Chasing Silver – #1 Naar gelang de thermometer andere temperaturen aangeeft gebeurt er ook een hoop met het bijtgedrag van de zalm. Logisch, zul je denken, dat gebeurt met alle vissoorten. Dat is ook zo. Maar bij zalm is dat net wat anders dan op de ons algemeen bekendere vissoorten. Ooit maakten we het mee dat een zalm aanbeet al ware het een kleine bruine forel. Zoals Wimsema het omschreef: een klein geknibbel dat zeer zeker aanvoelt als de aanbeet van een bruin forelletje. Echter plotseling wordt de lijn weggetrokken en blijken er toch heel andere krachten in het spel te zijn… Ruud heeft iets dergelijks ook meegemaakt. Al was de aanbeet wel redelijk ‘vol’ te noemen, desalniettemin zat de haak voorin de bek van de zalm, iets ongewoonlijks. Normaal zit de haak altijd in de hoek van de bek. Dit komt door het draaien van de zalm. Hij pakt de vlieg en draait vervolgens weg waardoor deze in de hoek van de bek eindigt. Het gevolg is dat de haak zich daar inboort.
Normaal zet de haak zich in de hoek van de bek. Onlangs las ik een interessant artikel in het magazine ‘Chasing Silver’. Het handelde over de temperatuurverschillen en de reacties van de zalm daarop. Een ‘rode lijn’ opgeschreven door een ervaren auteur: 0-4°C: Gebruik vliegen tot 8 centimeter en vis deze met snelzinkende lijnen en zoek daarmee de diepte op. Probeer koperen en andere, zware tubes om diepte te halen. Middag en namiddag zijn het beste. Vis op het moment dat de lucht het warmst is. De zalmen tonen zich niet in de oppervlakte en zullen enkel in de diepere pools de diep aangeboden vlieg eventueel willen pakken.
Dieper en groter met lagere temperaturen. 5-7°C: Grote, 5 tot 8 centimeter lange vliegen met dezelfde of iets lichtere tip doen het werk. Ondanks dat het wel eens mogelijk zou kunnen zijn om een zalm in de oppervlakte te pakken is dit de methode die de voorkeur verdient. Indien er volop vis aanwezig is kan je ook ‘hitchen’ in de oppervlakte, maar dan moet het wel vol liggen met zalm. Koppen en staarten van pools zijn interessant om te bevissen, met name op de nieuwe zalm. Slechts de vers opgezwommen zalm zal zich mogelijk tonen in de oppervlakte. 8-10°C: De zalm zal meer agressief en vaker naar de vlieg grijpen. Nu is het moment om de zinkende lijn om te zetten naar een kleine zinktip zodat de vlieg zich enkele centimeters onder het oppervlak beweegt. Het is belangrijk om de vroege morgen en de late avond te vissen. Vliegen tot 4 centimeter doen het prima. 11-14°C: Perfect voor het vissen met de drijvende lijn. Nu doen de kleinere vliegen hun werk. Tot 3 centimeter is uitstekend inzetbaar, met name in de aanloop en de harder stromende stukken van de rivier kun je aanbeten ontlokken. Een zalm is bij deze temperatuur op zijn sterkst en wanneer je dan een dikke haakt, dan kan je ook je lol op!
Drijvende lijnen en kleinere vliegen doen het over het algemeen goed. 15-18°C: Ondanks dat het net nog een prima temperatuur is, veel warmer moet het niet worden. Maatjes 8 tot en met 14 of echt kleine tubes kunnen het voor je doen. Instromingen zijn nog vruchtbare plaatsen met deze temperaturen. De zalmen die al vroeg de rivier zijn opgezwommen blijven zoveel mogelijk in de diepte hangen en laten zich zelden zien. Hitch flies en skaters kunnen goede resultaten opleveren. 19°C en hoger: Er zijn nog steeds kansen om vis te vangen, maar het wordt toch echt taai. De beste tijd om te gaan vissen als de temperatuur op zijn laagst is, dus vaak gedurende de zeer vroege ochtend. Een Sawyer nimf kan nog iets voor je doen alsmede een korte tube die in een riffle gevist wordt. Je moet gewoon alles proberen en als echt niets meer helpt, probeer dan een zwaardere vlieg door een pool heen te swingen.
Zwaardere vlieg door de pool, min of meer als wanhoopspoging. Uiteraard blijft bovenstaande gelden als algemene rode draad. Je zult zien dat de gekste uitzonderingen om de hoek komen kijken tijdens het vissen. Maar ja, dat is min of meer inherent aan de sport. - terug -
|
Indien je hier een link wilt, mail ons. |
|||||||||||||