The Lost Seatrout - deel 8

Door Theo Bakelaar

Wakker worden met de gedachte dat vandaag de laatste dag is… Niet echt fijn hoor ! Alles inpakken en afscheid nemen van een fantastische groep gabbers. Afscheid nemen is nooit fijn. Huisje ruimen en netjes achterlaten en gewoon betalen. De restjes opmaken van het voedsel… dus ‘restjes Opa Nonno spelen’. Ennnnnnnnn… Harry Pjotr nog een keer lief aankijken en een gebedje opzeggen voor hem of nu het script gewoon verbranden in de open haard buiten… We gaan het zien. Houd het draaiboek nog even vast Jelle!

Terwijl ik dit schrijf weet ik ook dat dit het laatste verhaal zal zijn van die hele week vissen dat glooiende land Denemarken en hoop ik ook dat je een beetje met deze crew op reis bent geweest en hebt meegenoten van deze heerlijke maffe groep vliegvissers die hier met een opdracht zaten, geheel kosteloos voor de verfilmer en de scriptschrijver van ‘Harry Pjotr and The Lost Seatrout’.

Het is een vreemde week geweest met allerlei verwachtingen, overdenkingen en honger soms naar die mysterieuze Seatrout hier aan die goddelijke stranden. Het is een week geweest met vele voorbereidingen, gesprekjes, binderij van doosjes vliegen, aanschaffen van nog ontbrekende artikelen en over en weer van telefoontjes. Er zijn tandenknarsende gezichten geshowd naar de open zee, er zijn huilmomenten van geluk getoond na het landen en vasthouden van een bonk Zilver met een hoofdletter.

Verbeten heeft de crew erbij gezeten...

... Maar werd beloond met vele zilveren, volwassen schubbetjes van een plaat van een zeeforel. The spirit was back in the house again.

De filmploeg heeft kilometers gelopen om het allemaal in kaart te brengen of op plaat te krijgen. Er zijn heel wat vette bruine forellen gedraaid na die overheerlijke maaltijden van ‘Bon Chef Bon’. Dik genieten dus met een dikke D. Vader Pjotr is vaak besproken, hij is behoorlijk aanwezig geweest voor de groep en heeft het eigenlijk allemaal gelaten over zich heen laten gaan. Wij hebben getoost, gelachen, gehuiverd en hem soms wel een vette dreun voor zijn oren willen geven hahaha!

Er zijn wat lesjes geleerd, wat geschenkjes uitgedeeld, gepenschubbetjes verwijderd van handgrepen van de hengels en wat meer zij. Bruin gebrande koppen en bebaarde gezichten die bij thuiskomst wel weer een stevige beurt zouden krijgen. Afijn… goed dus, mooi dus.

Kom… kappen nu… de crew gewoon even voorstellen en dan weer vissen als de nete. Hier zijn ze:

Regisseur Jellebelle, de sturende kracht achter de groep.

Willem de Zwijger, de kundige, rustige man.

Ruud de dansende, gelukkige zilveren man van deze trip.

Joost, de échte Barista ‘Bon Chef Bon-man’.

Onno de Wizard, die de humor uit zijn mouw schudt.

En Theo alias Pino, die de verhalen schreef en ook gelukkig was hoor.

“Strandje op en rechtsaf mannen, dat is de beste doorwaadbare plaats die er is hier, op die zandbank komen en de groene donkere zone bestoken.” We houden eerbiedige afstand van elkaar en knallen met die lijnen, morgen is dat niet meer. Nou vooruit dan, er worden wat van die kleine natte vliegjes achter de onderste vlieg geknoopt om dan maar te gaan voor die vette gepen die daar wel raad mee weten. Wizard Onno staat rechts naast me duidelijk te genieten van die lange slanke rakkers, die hij hier voor het eerst haakt.

Genieten van eenvoudige visserij, het is allemaal niet zo heel moeilijk om dik te genieten.

Hij heeft er duidelijk lol in en die opdracht van Harry schijnt hem totaal niet aan te spreken, dit is leuk zo. Zelfs de bediening op wenken voor een bakkie leut is er ook op zijn tijd, dus waar maak je je druk om?

’t Leven is toch mooi zo! Even een bakkie, served when asked, just in the water, temidden van vis... pfff, wat een slecht leven toch.

En gelijk heeft ie, terwijl velen bezig zijn om wat centjes in het laatje te krijgen en anderen doorvoor kapot te maken, speelt dat hier totaal niet, hier is het genieten geblazen, hier straalt de harmonie. Je blijft lachen als je de enthousiaste kreten hoort na de volgende geep, komisch gezicht. Grote man met lange hengel die roept dat zijn zoon dit helemaal toppie zou vinden.

’t Wordt weer eens tijd om een ander vliegje te proberen, misschien blijven die gepen hiervan af. Stuit op een soort garnaaltje dat ik ooit eens maakte voor de zalm in Schotland, zomaar een enkele haak vlieg met een epoxie lijfje achter. Die gaat als dropper aan de leader en die glasgarnaal mag onderaan blijven voor wat diepte… “Shit, een windknoopje in de leader, heb nou eigenlijk geen zin om dat hele spul weer gaan te vervangen hoor, laat zitten man.” En zo gebeurde. Trek er nog even aan om de sterkte te testen. “Knap sterk zeg,” en trek ondertussen de strepen in mijn hand… “Laat zitten zo joh.” Dit is geloof ik echt nylon.

Knoopje... even testen... goed zo... gewoon doorvissen...

De volgende twee worpen zijn weer van die brave slanke mannen en vollllllll op de garnaal, dat ding heeft toch iets. Nou, dan maar laten zitten en in ieder geval weer lol beleven aan die gabbers. De derde worp landt weer ongeveer op dezelfde plaats, de eerste strip is gedaan en de tweede wordt op een gruwelijke wijze verstoord, kan die strip niet eens afmaken.

Ongelovig wordt de lijn met een rotgang meegenomen en glijdt door de striphand met een rotklap zeg maar. Onmiddellijk is er in de oppervlakte van het water veel beroering, een wild heen en weer klappen verbreekt die oppervlakte op ruwe wijze en ik zie een witte buik schitteren. “Man… dat is geen geep man,” roep ik naar Ruud. “Mot je kijken man, dat gaat veel te hard daarvoor, dat is gewoon een dikke forel die eraan is gaan hangen!”

Ruud zag ik uit de ooghoeken zijn lijn indraaien en ikzelf had het redelijk druk met de vis goed op de reel te houden. Er zat behoorlijk wat power op de hengel en reel. Hij liep nu niet echt ver weg en kon redelijk wat druk zetten. Al snel kreeg ik door dat deze forel toch iets meer in zijn macht had, hij sprong niet en bleef beneden met runs. Voorzichtig roep ik “Yessssssssss…en nu niet teveel bravoure en gewoon rustig concentreren op de dril, gewoon zoals anders doen jongen,” zeg ik tegen mijzelf.

Natuurlijk heb je door dat het iets groter moest zijn, maar laat je nou niet opfokken door dit moment en blijf kalm. Als dit losschiet, dan heeft ie gewoon niet goed gehaakt gezeten, dus kalm blijven en blijf kijken naar wat er gebeurt. Ben trouwens wel benieuwd welke vlieg verorberd is geworden. Zou het die vette glasgarnaal zijn of die andere, nieuwe vlieg… Dit schoot wel door me heen, dat weet ik nog haarzuiver te herinneren.

Afijn, de vis blijft hangen, meestal wel zo als je al een paar minuten drilt, dan zit ie gewoon goed, ben ik van mening. Het geheel heeft aandacht getrokken bij de groep, men komt dichterbij schuiven om het geheel van dichtbij mee te maken. “Volgens mij is het een aardige vis,” roept Jelle, “ik ga mijn camera halen.” Ben een stuk teruggelopen naar de zandbank waar het kniediep is en Jelle staat te wachten met het schepnet. De vis gaat het opgeven en zwemt nu rustig in dat ondiepe water en vakkundig wordt hij in het net geloosd.

“Jeemig, hij past niet in dat net man, moet je zien, hij steekt erbovenuit!” roept hij.
“Inderdaad man, ’t is een mooie vis man, zeker 50 cm man.”
“Samme man, die is veel groter man!”
“Zou het?!”
“Zeker weten man, zeker 51.”

... alle tekst overbodig...

Ik zie dat de vis op zijn rug nog wat donker gekleurd is, kennelijk net terug van de rivier neem ik aan. Hij heeft nog niet het gewicht wat hij zou moeten hebben. Deze vis zou ongeveer 4 pond zwaarder moeten zijn in topconditie. Doet er niet toe… Hij is gewoon mooi man. Het is een kerel met een mooie bek, eenvoudigweg puntgaaf, zeker gezien zijn terugkeer.

‘Gewoon’ 72 cm… En het mag gewoon gezegd worden...72 cm lang. “Een vis die je eens in de drie a vier jaar hoopt te vangen,” zo de Denen oordeelden. Er ligt gewoon een glimlach op mijn gezicht, er is gewoon een bewonderende blik vanwege zijn schoonheid, ik ben gewoon ontzettend blij voor mezelf, ik beken het eerlijk.

Regelrechte schoonheid. Mag nog wat aankomen, maar heeft in ieder geval weer een geweldige daad gedaan op de rivier. Take care buddy.

Plotseling vliegen er knuffels om mijn oren en een hoera-geroep. De schouders worden in elkaar gebeukt, nog erger dan dat toepen ’s avonds. Iedereen is blij… heel blij. Ik roep nog zoiets van: “Is dit ‘m Pjotr, The Lost Seatrout?” Verrek, daar is dat beeld weer hoog in de lucht. Heel even, maar dan ook heel even zie ik dat hoofd van die man daar wazig hoog in de lucht hangen en glimlachend naar beneden kijken. Heel eventjes maar. Hij was het wel.

Moeilijk om afscheid te nemen, wil hem blijven bewonderen...

De camera’s klikken en in alle standen wordt de vis getoond. Half in het water, eventjes eruit en opnieuw onder water. De vlieg zat nog in de bek, de vlieg was niet te zien al die tijd en die zat gewoon vol in de bek. Ennn, die nieuwe garnaal die aangeknoopt was als dropper-vlieg… die zalmvlieg. Krijg nou wat!

De vlieg (hahaha) wordt uit het tongetje gehaald door Wimsie... Daarna gaat ie met een rotgang terug...
Terug om aan te sterken. "Jij wordt een beer man, hoop je weer een keer tegen te komen..."

Vakkundig wordt de vlieg voorzichtig door Wimsema verwijderd, hij kijkt me aan… “Wat ga je doen met deze mooie vis Theo?” “Deze mooie vis gaat lekker zwemmen Wim, deze vis gaat lekker voor veel nazaatjes zorgen man, deze vis is net terug van zijn taak op de rivier en moet nog aansterken…” “Da’s mooi man, dat vind ik nou mooi man, dat je dat doet,” komt er rustig uit bij Wimsema en hij verwijdert de vlieg uit de tong en kijkt me even een seconde of 5 aan met een speciale blik in zijn ogen.

De vis blijkt heel sterk te zijn. Bij zijn staart vasthoudend, geeft hij na enkele seconden al een krachtige klap ten teken dat hij er klaar voor is, klaar om te gaan. De hand gaat open en als dank krijg ik een guts water over mijn arm. Hij zwemt met krachtige slag terug in zijn element, zijn water. Zover als ik hem nog kan zien gaan volg ik hem, zittend op mijn knieën… Wat kan er nog mooier zijn dan dit? Wat is de beloning ook groot zeg; 6 dagen hier staan en genieten, 6 dagen hier zijn met die gabbers en dan op de laatste dag zo’n mooie vis haken en landen. Wat een beloning! Niets kan er meer stuk nu. Bizar gewoon.

“Hij ging er gewoon aanhangen Jelle… snap jij dat nou?”
“Ach hou toch op man, dit is gewoon gaaf man.”
Onno zei niets, zijn houding sprak zoals ik hem kende… hij bukte en ik kreeg een mooie bos bloemen van hem... Da’s Onno, heel attent.

Isn't it just lovely... Een bosje zeebloemen voor de vanger. How wonderful life can be.

Het was alsof iedereen voelde dat dit genoeg was, iedereen stopte spontaan met vissen en liep babbelend mee terug naar het vakantiehuisje, genoeg voor nu. Deze stond gegrift voor eeuwig… Binnen in het huisje trek ik voorzichtig die plaat van Pjotr onder het bed uit en trek even plagend aan die monnikenkap.

“’t is gelukt ouwe man, je had nog iets in petto, is het niet?!” “Je hebt het tot de laatste dag bewaard, is het niet?!” “Je bent een schurk man.” “’t Was een mooi moment man, dat gebeurt pas weer over een jaar of 3 man, thanks.” Eigenlijk hoefde het niet meer… ik bedoel een lijntje gooien. Het was goed zo, opdracht was volbracht, had ik het gevoel.

Nee hoor, flauwekul natuurlijk. Er lijkt wel iets tevredens binnen in je te komen dat zegt dat het voldoende is zo. Je hebt gewoon stiekem toch de droom dat je wel zoiets wilt haken of even wilt vasthouden. Je kunt me alles zeggen, maar je liegt een beetje als je dit niet zou willen, het is en blijft een schitterend moment, hoe dan ook.

Magistraal, moet je gewoon trots op mogen kunnen zijn. F*ck the jaloerze blikken, die er nu niet zijn, heerlijk, ik geniet.

We duiken met Onno en Jelle nog even aan de linkerzijde van het strandje voor het huis, nog niet zoveel bevist. We zien daar toch regelmatig een bootje gaan met spinvissers die de ‘blauwe rand’ bevissen. Niet dat we kromme hengels hebben gezien, maar die plaats wordt toch veel bevist. Onno staat verbeten zijn lijn op lengte te brengen in de hoop toch nog een vis te haken. Hij haakt bijna een 900-ponder zonder dat hij het ziet. Een dame met paard komt achter hem langs, zou wel een stunt geweest zijn…

Na een uurtje hebben we zoiets van: ’t zal wel allemaal en gaan even lekker op het strandje zitten. Het strand ligt vol met verschillende mooie stenen die allemaal benoemd gaan worden. Zo komt plotseling een steen voorbij rollen… “Da’s de Rolling Stone,” komt erachteraan van die droge man. En zo komen er nog een stuk of 10 met vreemde, maar lachwekkende namen. “En weet je… gisteren heb ik de Seatrout Headstone meegenomen naar mijn kamer, hebben jullie die al eens gezien?” Nee, dat hadden we niet en kregen later met trots deze mooie steen te zien.

Na de Rolling Stone kwam de Seatrout Headstone... krom hebben we gelegen om eenvoudige humor die alleen
maar gemaakt kan worden door gemeende aandacht voor elkaar. (Jelle: Hij staat op onze kast in huis en iedere
keer weer moet ik lachen als ik dan onding zie, eenvoudig geluk in huis, zo is het).

“Hé, daar ligt een bellyboot man, ‘k ga nog effe varen!” De enorme boomstam wordt te water gelaten en ome Onno gaat lekker zitten. “Man verzuip niet, dat ding zinkt als een baksteen!” Nou begrijpen we waarom dat hij de afgelopen carnaval in het Brabantse land als Prins de 18de heeft mogen rondlopen met die giga veren op zijn kobus. Echt een titel die bij hem past.

Onno en Jelle trekken samen de stam van het strand en rossen hem in het zoute. "Dat kan prima fungeren als bellyboat," zegt Onno nog.
En de hengel wordt overgedragen en Onno duikt vol overgave op zijn nieuwe boot.

"Zit toch niet helemaal lekker hoor, zo die stekende elementen in je pakje..."

We lopen gillend terug en gaan afsluiten… ’t Is mooi geweest, ‘t is meer dan goed geweest.

De ‘restjes Opa Nonno’ gooit alles nog even in de strijd en de hap zal toch ondanks de gloeiende zon, een bak met snert worden met stokbrood. Alleen lullig dat die glibberige paling uit de borstzak van het waadjack toch nog even wilde zwemmen in het bord soep van ome Jellebelle. Niet dat we hem niet mogen hoor, maar het is nog even een afscheidsplagerijtje. Brrrrrrr… vies ding.

Die glibberige paling uit de borstzak van het waadjack toch nog even laten zwemmen in het bord soep van ome Jellebelle.

Het script kan nu weg… missie voltooid… Pjotr tevreden… film kan gaan draaien. Verlost van die eeuwig glimlachende monnik… eindelijk. We gaan straks rijden, terug naar huis, terug naar onze geliefden. Hengels en reels ontzouten, ontschubben van waadjassen van die gepen, vliegjes weer opnieuw in de dozen steken. Ennnnnnnn, volgende keer gewoon net als Willem een plastic klein doosje mee met de Killers en dat is genoeg… Want ze gaan toch hangen aan een vlieg die je eigenlijk ergens in een hoekie had zitten. Dat bleek maar weer.

The Lost Seatrout... is ie gevonden? Nee, echt nog niet. De neef van Harry Pjotr was er niet bij en dus kan de missie nog niet volbracht zijn.

We hebben het voorlopig even te doen met de sub-titel 'Silver Viking', met name voor Ruud omdat ie echt een super zilveren topper wist te vangen onder toch wel zeer moeilijke omstandigheden. De 72-er? Ach, die ging er zomaar aan hangen, moet nog aansterken en wordt een van de vele zilveren vikingen van de Deense kust. Het verhaal is nog niet compleet vanwege het ontbreken van de neef van Harry. Het zal daarom zeker nog een vervolg krijgen... We zien het wel. Misschien over een kleine 12 maanden...

Cheers,
Theo.

- terug -

FlyFever.com - VliegenFlyFever.com - Foto´sFlyFever.com - VerhalenFlyFever.com - Extra´sFlyFever.com - Contact
Copyright FlyFever - niets van deze site mag worden overgenomen in welke zin dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.