|
||||||||||||
|
Het Palingverhaal gaat verder dan ik dacht met Hans… “Reude Fleude Heutemeute…” Slotode aan Hans de GrootDoor Theo Bakelaar De nacht was perfect na de nodige borreltjes van de vorige avond en er stonden geen tatoos op de borstkas van onze verliefde man. Het ontbijt was goddelijk en de spullen werden klaargemaakt voor een vistrip langs de Zweedse kustlijn. Vandaag zou die invulling gaan krijgen, met allerlei geleende hengels en een beetje extra kleding, want daar was nou allemaal niet op gerekend. Gaaf, was benieuwd wat het zou brengen. Het weer was nou niet zo om over naar huis te schrijven; een grauwe, regenachtige dag, maar dat zou de pret niet drukken, we hadden er zin in. De voedselpakketten werden gereedgemaakt en Ule, onze gids, zou nog even bij het tankstation een brok gedroogd rendierenvlees halen voor de lekkere snack onderweg.
De kuikens op de hoed van Hans zouden natter en natter worden... Wel gaaf zo’n brok gedroogd vlees aan je riem hebben hangen en af en toe onder het lopen een reepje eraf snijden om dan kauwend als een eland door te stappen. Er moesten wel wat kilometertjes afgelegd worden voor we bij de mooie stekken zouden zijn, die Zweedse mijlen zijn langer dan ik dacht, ze hebben daar hun eigen meters voor.
Ule snijdt het gedroogde rendierenvlees aan. Hans had voorgesteld om met die kleine, uit palinghuid gebonden vliegjes te gaan vissen en om het huidje zacht te krijgen werden de vliegen in een filmkokertje gedaan. Met water gevuld zouden ze lekker zacht worden en gelijk voor gebruik gereed zijn. Ook Ule geloofde in onze simpele ‘reude fleude heutemeute-vlieg’. De kilometers door het bos vlogen voorbij en eindelijk lag daar die mooie plas water… de zee. We zouden met een tussenruimte van zo’n 10 meter uit elkaar de kustlijn afstropen. Het lopen op al die natte, ronde keien was nou niet je-van-het, dat viel wat tegen, maar ja… je vist en hoopt op die geweldige knal op die lijnhand. Alsof Ule wist waar de vis lag, zo bewees hij een uurtje later. Als uit het niets knalde er een vis op zijn palingvisje. Mooie, lange dril was het gevolg en onze hengels werden even neergelegd om het gevecht te fotograferen. “Hans… ze werken, wat een gekke vliegen man!” Met een glimlach op zijn behaarde gezicht volgde hij de dril van Ule. Hij genoot van de wetenschap dat zijn palingvliegen zinvol waren en ook werkelijk vis haakte. De brul over het water klonk dan ook snel dat hij er vanavond nog een tiental moest binden voor Ule.
Ule gilt: "Hangen!" Een mooie zeeforel zo zilver als het pas gepoetste zilver uit de kast van onze Koninklijke familie, kwam over de stenen de beach op. De vlieg zat schitterend in de bek, vol gehaakt. Toch vertelde Ule dat je op zachte, vermeende aanbeten niet moest reageren, vaak sloeg de zeeforel met zijn staart tegen de prooi om zich dan om te draaien en de aangeslagen prooi pas daadwerkelijk vol te pakken.
Bijna binnen... zilver! Ai… Dat was nieuw voor mij, had ik nog niet aan gedacht dat deze rovers ook op zo’n manier te werk zouden kunnen gaan. Dus even wachten, niets doen… vaak volgt dan een reuzeknal op je lijn. Mooi weer iets om rekening mee te houden. Een hele mooie zilveren vis lag te spartelen op de keien en werd met een tik naar het hiernamaals gezonden. “Die wordt gegeten straks,” kwam de reactie van Ule op onze, wat verbaasde gezichten. De vis werd gefileerd en in mooie plakjes gesneden en verdween in een plastic draagtas met olie en kruiden erin.
De palinghuid hangt uit zijn bek. De regen viel gestaag neer en daar werd je nou niet zo giga vrolijk van. Toch was de vangst een welkome afwisseling, iedereen werd er vrolijk van en hij had ook de aandacht getrokken van een klein groepje Zweden die verderop hadden staan vissen. De mannen kwamen meegenieten van Ule zijn moment en de vis bewonderen.
Gave vis man! Uiteraard kwam de vraag waarop de vis gevangen was… Nou dat was die wonderlijke vlieg van die Hollander die in het weekend was wezen binden hier in Zweden. “Oké…” De vraag kwam al snel of het ook mogelijk was om zo’n vlieg te krijgen en daarmee te vissen vandaag… “Ja, dat is mogelijk,” zei Hans. “Maar ze zien er wel wat stijf uit,” sprak een van de Zweden. Hans pakte de opmerking direct op: “Ze moeten heel zacht worden… dan bewegen ze het mooist…” Hij liet de schitterende beweging zien van zijn palingvisje. “Neem de vlieg maar in je mond en kauw er een poosje op zodat hij lekker zacht wordt…” Zijn kraaloogjes glinsterden toen hij deze woorden sprak. De Zweedse crew stopten zoals verteld, allemaal zo’n vlieg in hun mond en kauwden met ietwat vertrokken gezicht de creatie van Hans. “Good taste, isn’t it?” Vroeg hij belangstellend. Op zo’n moment is het beter om je om te draaien en niet in lachen uit te barsten. Mooi gezicht zoals daar een drietal Zweden op die lekkere vlieg stonden te kauwen.
Mooi gezicht zoals daar een drietal Zweden op die lekkere vlieg stonden te kauwen... Ule hield zich afzijdig en stond de plastic zak met de filetjes heerlijk te kneden. We kregen toch wel trek en in de regen kreeg hij het toch maar voor mekaar om een heerlijk warm kampvuur aan te leggen om de botten te verwarmen. Rond de heerlijke hitte van de spelende vlammetjes werden de stijve vingers warm gemaakt om die fles met overheerlijke, home-made anijsdrank van Ule een dikke beurt te geven. Kanone… Dat was sterk spul zeg, een procentje of 50 moest dit wel halen… Maar lekkerrrrrrrr!
Heaten up your bones man... Lekker! De crackers kwamen tevoorschijn en de grote hand gleed in de plastic zak om er wat heerlijk malse, rode filetjes uit te halen. Geloof me of niet, nog nooit zulk een lekkere verse rauwe vis op een toastje gehad. Een slok van dat wonderwater erbij en alles werd letterlijk en figuurlijk warm van binnen. Het leven was goed op dit moment… meer dan goed. De koude, natte en druilerige regen was vergeten, een hap van het gedroogde rendierenvlees erachteraan en die slechts ene vis was een zegen voor ons allen.
Nog nooit zo'n lekkere verse, rauwe vis gegeten! Eigenlijk kun je bijna zeggen als je dit hele zooitje zo zag zitten: “Wat een stel mafkezen, wat zochten ze eigenlijk hier en wat deden ze eigenlijk?” En toch zijn het momenten die je je hele leven niet meer vergeet, ze staan in je hersenpan gegrift en laten je nooit meer los, net zoals die ‘Reude Fleude-stem’… nooit meer. Hartelijk afscheid van die heerlijke gabbers daar, een deel dat altijd komt. Eigenlijk wil je het zo lang mogelijk uitstellen, maar dat gaat niet. Het uur van vertrek komt en je moet gaan. Stilzwijgend wordt er een omhelzing gedaan en wat van die gekke woordjes gepreveld. Eigenlijk wil je ook weer zo snel mogelijk in dat vliegtuig kruipen om zo snel mogelijk weer weg te zijn.
Einde bind- en vistrip... Niet gek hier te wonen. Het was zo bijzonder, zo nieuw daar, met zoveel gave momenten maaarrrrrrr… Dat scannen van die dia’s heeft toch weer wat teweeggebracht: Die fijne momenten van toen,
Hans, meer dan bedankt voor alles… Cheers en dikke knuf. Theo. - terug -
|
||||||||||||