|
||||||||||||||
|
Met dank aan Rob Boekelmans Voor de één is het een snoek van over de meter, de ander geeft er totaal niet om als ie maar lekker in de natuur is en weer een ander gaat de wijde wereld in om alle mogelijkheden te verkennen met de vlieg. Het is de prachtige veelzijdigheid van het vliegvissen. Enkele jaren geleden kreeg ik foto’s van Rob Boekelmans in mijn mail en die logen er niet om. Prachtige zeilvis en marlijn die hij op de vlieg gevangen had! Ik wilde graag eens kijken en horen hoe dit allemaal in z’n werk gaat… Over Rob Boekelmans Rob heeft zo’n beetje alle soorten visserijen wel gehad. Als jochie begon hij met het vissen met de vaste stok, ging toen over naar de matchhengel en al snel zou het karpervissen een lange tijd in beslag gaan nemen. Ook dit heeft hij op een gegeven moment gelaten voor wat het was en ging actief op roofvis vissen. Tja, toen was de link naar het vliegvissen ook snel gemaakt. Destijds kwam hij veel bij Hengelsport Arnhem en kwam zo ook in aanraking met de vliegvisserij. Peter Wuijster heeft hem begeleid in deze visserij en al na enkele jaren zouden zij samen een trip maken naar Spanje om daar te vissen op bluefish, makreel en andere tonijnachtige. Het vissen met de vlieg op zoutwater was de start van een bruut avontuur dat zeker een climax zou gaan bereiken!
De start van een climax... De tocht naar het ultieme De eerste trip was nog niet achter de rug en de tweede trip zou niet veel later volgen. In 2002 gingen Rob en Peter samen naar Madagaskar om daar te proberen de eerste Billfish op de vlieg te pakken te krijgen. Rob raakte meer en meer gefascineerd door deze visserij en kwam erachter dat je dit varkentje niet zomaar even wast... maar het rook weldegelijk naar meer… In Madagaskar werd helaas nog geen zeilvis gevangen, althans niet op de vlieg. Peter ving er wel één op conventionele wijze, ook hartstikke mooi. Wel werd er in die trip veel tonijn op de vlieg gevangen. Zogenaamde Kawakawa, één van de kleinste tonijnsoorten. Echter zeilvis op de vlieg bleef maar kietelen… Rob wist dat hij niet geheel op de goede weg zat en ging op onderzoek uit om een gedegen kans te maken. Na beurzen en internet afgestruind te hebben kwam hij in contact met Jos Arets, een Nederlander die al ruime ervaring had met deze visserij. Op aanraden van Jos heeft Rob het boek van Trey Combs gekocht, een vliegvisser die zo’n beetje alles op de vlieg heeft gevangen dat in de oceanen rondzwemt. Dit boekt beschrijft ook, op geweldige wijze, alle ins en outs omtrent deze visserij, iets dat een perfecte basis vormde om de komende trip grondiger aan te pakken.
Jos was een door de wol geverfde specialist. Rob ging zijn eigen vliegen bouwen, leaders knopen enz. Dit betekende menigmaal op en neer kachelen naar Jos in Den Haag om e.e.a. goed onder de knie te krijgen. Wat Rob opviel is dat Jos een eigenzinnige opvatting had over het vissen op zeilvis met de vlieg, vergeleken met de traditionele manieren die je op internet en in de boeken vindt. Hierover later meer. Vol vertrouwen werd de volgende trip gepland, dit keer naar Thailand, Phuket. Gelijk een aantal nieuwe hengels aangeschaft, compleet met reels en bijbehorende lijnen. Wederom samen met Peter Wuijster om specifiek met de vlieg op de zeilvis te gaan…
Zelf leaders en vliegen knopen. Hier zou het dan uiteindelijk gaan lukken… Na 5 dagen voortdurend op zee te hebben gezeten was het voor beide mannen bingo. Ze haakten en landden allebei hun eerste zeilvis op de vlieg! Eindelijk! Voor Rob was het spreekwoordelijke hek van de dam. Wederom was het toch weer niet helemaal compleet. De tocht om volleerd billfisherman te worden moest worden voortgezet. Met name de hoeveelheid gevangen vis viel tegen en er moest toch meer uit te halen zijn… Ook het formaat was niet geheel om over naar huis te schrijven, oftewel ze zijn groter te vangen… Weer plannen maken voor een volgende trip... Zoals gezegd, het is knap moeilijk om deze visserij eigen te maken, mede door het simpele feit dat de ervaring niet voor het oprapen ligt en zeker niet binnen de Nederlandse grenzen… Maar weinig vliegvissers zijn met deze visserij bezig. Echte praktijkervaring is moeilijk te vinden en laat zich maar lastig uit een boek vertellen.
Praktijkervaring is lastig te vinden. Rob zocht weer contact met Jos en dit mondde uit in een gezamenlijk vertrek naar Costa Rica. Een en ander werd nog eens verder uitgediept in de voorbereiding en ze vertrokken… Jos vergezelde Rob 2 dagen… “In deze 2 dagen werd me meer geleerd dan alle vorige vakanties bij elkaar!”, aldus Rob. Vervolgens ging Rob 2 dagen zelf aan de gang en daarna wederom een dag met Jos ter evaluatie. Kortom 5 dagen vissen waarin maarliefst 7 zeilvissen werden gevangen door Rob alleen, dus je kunst spreken van een succes.
Echt succes...
Met mega-vissen.
En nog een enorme bak van een zeilvis! Achteraf is de verklaring duidelijk Rob verklaart nu op logische wijze de eerste, min of meer, mislukte vakanties. “Natuurlijk is het mooi dat je in een week vissen je eerste zeilvis op de vlieg te pakken krijgt, maar dat maak je helemaal niet bewust mee. Je staat zo onder spanning dat je achteraf enkel nog aan de hand van de camerabeelden kunt zien wat je nu eigenlijk meegemaakt hebt… De adrenalinekick is zo iets waanzinnigs dat je in een soort van trance raakt. Eigenlijk jammer omdat van de totale beleving weinig in je kop blijft zitten. Dus moest ik verder om van ieder moment bewust te kunnen genieten.”
Meer dan een adrenalineshot... “Verder hadden we maar zo weinig kansen gehad dat die ene verzilverd moest worden. Iets dat weer spanning geeft en de kans op fouten maken aanzienlijk vergroot. Ach, we kennen het allemaal; de eerste vissen die we op de vlieg vingen kwamen ook niet helemaal soepel binnen en er knalde er ook wel eens doorheen, simpelweg omdat je zo in euforie bent van het feit dat het eindelijk gebeurt!” “Ik moest gewoon dit proces doorbreken en er nuchter mee leren omgaan, je niet op laten zwepen door een stel temperamentvolle medewerkers aan boord van het schip die al direct begonnen te schreeuwen op het moment als ze slechts 1 centimeter staart van een zeilvis zagen… dat moet even wennen en daar moet je doorheen leren prikken.”
Aan boord lijkt de paniek uit te breken als ze zeilvis in het oog krijgen. “En ik heb in het begin staan klooien kan ik je vertellen… maar na een paar keer falen kreeg ik het op Costa Rica ineens in de vingers. Ik had een methode voor mezelf verzonnen. Gewoon tegen mezelf praten en tot kalmte manen, laat die vis eerst maar dicht genoeg bij de boot komen en dan zien we wel weer verder. Dan kalm aangooien, wachten en bij de aanbeet tellen, 21.., 22.., 23 en dan moet het goed komen en het werkte.” Hot or Not… Achteraf stelt het eigenlijk dus niet zoveel voor. Het klinkt misschien raar, maar zo is het echt. Het draait er eenvoudig om of de zeilvis hot genoeg is ja of te nee. Als ie eenmaal, liefst (met meerdere) agressief genoeg (te krijgen) is en je doet geen gekke dingen, dan kan het bijna niet meer misgaan. Is ie slechts nieuwsgierig, dan is de kans op succesvol haken aanzienlijk kleiner. Aanslaan Eerder schreven we al over de eigenzinnige manier van vliegvissen op billfish door Jos. Haken en vangen is een hechte combinatie die slechts samen tot succes kunnen leiden. De theorie die zich in de praktijk bewezen heeft voor Jos en Rob blijkt anders dan normaal. Normaliter slaat men vaak aan door de hengel te heffen en een paar tikken na te geven. Met het vissen op zeilvis gaat dit praktisch niet. De krachten die met de hengel worden bewerkstelligd staan niet in verhouding tot het rechtstreeks aantrekken met de lijn. En dat maakt nu precies het verschil tussen lossen of landen…
Explosieve runs waarbij veel energie verloren gaat. Van lokken tot landen Achter de boot wordt met 2 stripbaits gesleept, zonder haken. Dit zijn visfilets die aan de lijn van werphengels geregen en vastgezet worden. Via de outriggers worden deze in de oppervlakte gevoerd. Zo ‘klapperen’ ze over het water en trekken hongerige zeilvis aan. Op het moment dat een zeilvis een stripbait aanvalt cq. interesse toont, zal in de meeste gevallen door de eerste aanval deze uit de outrigger schieten en nu rechtstreeks in contact staan met werphengel. De captain beoordeelt dan of de vis wel of niet hot genoeg is.
Het prepareren van stripbaits is een vak...
... zo ook het teasen. Zodra dit het geval is, zal deze de hengel pakken en hem naar de boot toe lokken. De grote kunst is om de vis agressief te houden of agressiever te krijgen. Dit gebeurt door ondermeer de vis tussentijds te laten proeven aan het aas, zonder dat het verzwolgen wordt. Net op tijd wegtrekken is de taak van de kapitein en zo de vis dichter en dichter bij te krijgen totdat deze binnen werpbereik van de vliegenhengel komt.
Opperste concentratie bij het teasen... Belangrijk is dat de vliegenhengel compleet klaar moet staan. Vliegenlijn er grotendeels uit, keurig netjes in lussen op de grond klaar om eruit te knallen zonder dat de boel in de war raakt. Alles moet op en top zijn.
Alles gereed voor de actie. Wanneer de vis binnen werpbereik komt wordt de stripbait eruit getrokken. Nu wordt er geworpen… De kunst hierbij is dat de vis de vlieg direct binnen gezichtveld krijgt, naast de vis dus, want zeilvis heeft zijn target altijd naast zich. Gevolg zal zijn dat hij zijn kort, uit het zicht verloren prooi weer ziet en er gelijk bovenop knalt. Duurt het langer, bij minder agressieve vissen, dan wordt er gepopperd om extra aandacht te trekken.
Seconden waarin alles moet gebeuren... Zeilvis heeft relatief weinig vlees om de haak goed te kunnen zetten. Daarom wordt er ook aan de zijkant aangeworpen. Hierdoor zal de zeilvis moeten draaien om te pakken en hiermee wordt dan ook de grootste inhakingskans mogelijk gemaakt. Hij zal nu normaliter verder afdraaien van de boot met de vlieg in zijn bek en deze schuift zo in de hoek, de plek waar uitstekend gehaakt kan worden. De slip staat vrij los om in ieder geval geen weerstand te laten voelen op het moment dat ie er definitief vandoor gaat. Op het moment dat je voelt dat ie hangt en wegzwemt van de boot tel je 21, 22, 23, en kan de haak gezet kan worden. Nu dus niet de hengel heffen, maar de hand op de spoel van de reel zetten en de boel kortstondig compleet blokkeren. De hengel wijst direct in de richting van de vis en vervult even geen enkele rol. Zo wordt er 2 tot 3 keer getrokken waarna alles los kan gaan… Nu wordt de hand van de spoel gehouden en de vis heeft de vrije loop en ondervindt weinig druk meer. Hij heeft enkel het gevoel dat ie de haak moet zien te lozen. Doordat ie niet onder druk staat gaat ie vervolgens springen om de haak te lozen. Juist dit is anders dan conventionele visserij, waarbij de vis zoveel weerstand voelt dat ie juist meestal de diepte in gaat, richting zuurstofrijkere lagen en dan is een dril een compleet andere verhaal.
De zeilvis krijgt de vrije loop. Nu heb je dus te maken met een voortdurend springende vis die op deze wijze snel zijn energie kwijtraakt. Sprongen worden op een gegeven moment moeizamer, dat kan je zien. Nu kan de slip strakker gezet worden. Dan begint de eigenlijke dril. Verder gewoon uitdrillen. Je hebt nog 2 keuzes, lekker uitdrillen en genieten van de dril, of indien er meer zeilvis gevangen kan worden de dril te verkorten door extreme druk op de vis te zetten en als het ware binnen te draaien. Hiermee is het Rob gelukt binnen 7 minuten een zeilvis te landen zonder nadelige gevolgen voor de vis. Als je dan al zover bent, dan wil je ook zelf de vis pakken. Normaal doet de dekmaat of captain dit. Hierbij is een handschoen een vereiste en moet opgepast worden voor eventuele staartklappen. Je moet de bill hoe dan ook van je af houden, veiligheid voorop. Drils kunnen tot ca. een half uur duren. Dril je normaal met de vlieg, dan kan een dril tussen een half uur en driekwartier duren. Conventioneel, met 80 Lbs materiaal, kan het zelfs langer duren omdat de vis dan vrijwel direct zuurstofrijker water opzoekt.
Zelf landen is kicken! Materialen Hengels - Rob gebruikt AFTMA 11/12 of 13/14, afhankelijk van de te verwachten grootte. Liefst meerdelig voor transportgemak. Lijnen - Vaak wordt er voor zinklijnen gekozen, 300 tot 500 grains is normaal. De reden hiervoor is tweeledig. Enerzijds kan je gemakkelijker de luchtweerstand van de vlieg overwinnen, anderzijds kan je met een heel korte lijn snel schieten, hetgeen zeker een voordeel is op een paar vierkante meter in de boot. Rob geeft inmiddels zelf de voorkeur aan drijvende lijnen met enorm korte belly, waarmee één á twee valse worpen voldoende zijn om de vlieg weg te zetten, zeker omdat je weinig ruimte hebt om volledige worpen te kunnen maken en omdat je weinig tijd hebt.
Snelle lijnen om snel te kunnen werpen. Verder is het een enorm voordeel dat je de lijn perfect richting vlieg kan volgen en zo veel sneller de vlieg kan lokaliseren en deze in de gaten kan houden. Leaders - Als je boeken erop naslaat over leaders voor billfish mag je geloven dat er haast een professor voor nodig is om zo´n ding in elkaar te knopen. Vaak wordt geknoopt volgens IGFA eisen in verband met records. Standaard bestaat de leader uit 3 onderdelen: een butt, class-tippet, waarin het bimini-gedeelte zit, en tenslotte de shock-tippet. Rob gooit de butt eruit en vist enkel met 30 Lbs class-tippet en 80 Lbs shock-tippet, waarbij de laatste veel langer gemaakt wordt dan volgens IGFA regels. Hij maakt ze een meter lang zodat de bill van de vis de class-tippet niet kan beschadigen of doen breken. Poppers worden wel in lus gevist maar niet geknoopt, deze worden middels klemhulzen gemonteerd. Reels - Anti-reverse reels drillen comfortabeler, zeker in het begin volgens Rob. Hij heeft zelf Billy Pate reels waarop gemakkelijk een 400/500 meter 50 Lbs backing gespoeld kan worden, en dit is echt geen overbodige luxe. Liefst wordt hiervoor dyneema gebruikt vanwege dunnere diameter en daardoor grotere opslagcapaciteit. Dyneema is wel gevaarlijker dan normale backing, de krachten die ermee spelen zijn groots en het is dus oppassen met de vingers. Uiteraard moeten ze zoutwaterbestendig zijn en goed onderhouden worden. Als je dan eenmaal aan de bak kan mag niets meer fout gaan.
Betrouwbaar materiaal is geen overbodige luxe. Vliegen - Rob heeft enkel ervaring met poppers en heeft nog niet anders hoeven gebruiken. Vaak worden ook wel andere vliegen ingezet als de vis minder wil cq. minder agressief is. Pink poppers worden over het algemeen als beste betiteld. Rob denkt dat dit komt omdat deze schijnbaar het beste door de vis gezien worden.
Pink Poppers worden als beste betiteld. Haken - Een van de belangrijkste vereisten is dat de haken ragscherp moeten zijn. Verder is een kleine weerhaak gewenst zodat de haak zich snel kan vastzetten. Trey Combs haken worden veelvuldig gebruikt door Rob. Het is een bewezen standaard haak. Vaak worden bij poppers twee haken gemonteerd in twee verschillende maten, iets dat je ook ziet bij Amerikaanse pluggen. Maten 2/0 tot en met 5/0 zijn gebruikelijk. De haken zitten met vlieg en al direct verbonden aan de shock leader. Je verwisselt dus niet een vlieg maar een complete set-up. Overige haken die voor deze visserij gebruikt kunnen worden zijn Gamakatsu 5314N of Tiemco SP600. Tot slot Dit is iets dat je als vliegvisser zeker meegemaakt moet hebben volgens Rob. Laat je goed adviseren, bereid je goed voor en ga niet zomaar op reis en laat je niet zomaar door een winkelier materialen in de maag splitsen. Het is echt zaak om uit te zoeken over het hoe en wat. Let op de vereisten voor het reizen met je materiaal en spreek met mensen die dit meer dan eens hebben gedaan.
Je moet het een keer meegemaakt hebben... Mocht je vragen hebben dan kun je Rob mailen. - terug -
|
Indien je hier een link wilt, mail ons. |
|||||||||||||